Vr. en Antw., Senaat, 1997-1998, nr. 1-63, blz. 3231-3233
VZW's - Ter beschikking stellen van kamers
SAMENVATTING
Een vrijwillige gift moet niet beschouwd worden als zijnde een tegenprestatie voor een verleende dienst en valt niet onder de toepassing van de BTW.
VRAAG
In België bestaan verschillende religieuze en andere gemeenschappen die mensen opvangen die te kampen hebben met problemen of gewoonweg op zoek zijn naar een thuis. Deze mensen zijn dan te gast in deze "godshuizen" waar ze worden opgevangen in een sfeer van liefde en vertrouwen die hen voor een stuk bindt aan die gemeenschap.
Veel van deze gemeenschappen hebben het statuut van een VZW, wat ervoor zorgt dat ze zonder veel problemen "giften" mogen ontvangen. Getuigen hebben mij aangetoond dat op die manier een loopje wordt genomen met de wet. Zo wordt, wanneer iemand in een dergelijke gemeenschap binnenkomt, van bij het begin afgesproken dat maandelijks een vast bedrag moet worden gestort in giften om de huur voor de kamers die ter beschikking worden gesteld, te betalen. Hier gaat het toch duidelijk om een ontduiking van belastingen en een omzeilen van de huurwetgeving, zeker gezien de huurder hierdoor volledig rechteloos is en niet eens een adres kan krijgen bij de bewuste VZW's.
De personen die bij dergelijke gemeenschappen komen aankloppen zijn vaak mensen die blij zijn dat ze eigenlijk een thuis hebben gevonden en stellen zich niet onmiddellijk vragen bij deze wijze van betaling. Dit maakt hun positie uiterst zwak daar ze een speelbal zijn in de handen van de verantwoordelijken. Deze kunnen hun gasten op elk moment buiten zetten en hen hun thuis ontnemen, goed wetende dat ze hierdoor zware psychologische druk kunnen uitoefenen op deze personen.
Is de geachte minister op de hoogte van deze praktijken? Zijn er vroeger reeds gelijkaardige klachten binnengelopen op zijn kabinet? Hoeveel dergelijke gemeenschappen die tijdelijk gasten kunnen opvangen zijn er op dit moment in ons land? Op welke manier wordt de boekhouding van bijvoorbeeld de zogenaamde godshuizen gecontroleerd en wordt er specifiek gelet op regelmatige "giften" van particulieren die eveneens in het gastenboek figureren? Zal de geachte minister de opdracht geven aan zijn administratie om dit financieel gefoefel met "huurgiften" speciaal te controleren in dit soort van gemeenschappen? Wat zal hij ondernemen om dergelijke praktijken een halt toe te roepen?
ANTWOORD
Het geachte lid gelieve hierna de antwoorden te vinden op zijn vragen.
A. Inzake directe belastingen
Met betrekking tot het aantal religieuze en andere gemeenschappen worden geen aparte statistieken bijgehouden.
De administratie der Directe Belastingen onderzoekt de aangiften inzake inkomstenbelastingen van de in de vraag bedoelde gemeenschappen op de gebruikelijke wijze, eventueel met toepassing van de in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 bepaalde administratieve sancties zoals belastingverhogingen, administratieve boeten, enz.
B. Inzake BTW
Op grond van artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, van het BTW-Wetboek is onder meer het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en in inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend als uitzondering op de van de BTW vrijgestelde onroerende verhuur bedoeld in 2° van dezelfde bepaling, een met BTW belastbare handeling.
Wanneer derhalve de door het geachte lid beoogde gemeenschappen in het kader van een economische activiteit, geregeld aan betalende gasten onderdak verschaffen, hebben zij in de regel de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige met recht op aftrek.
Voor de toepassing van de BTW is het evenwel noodzakelijk dat bedoelde dienst onder bezwarende titel wordt verricht, dit is wanneer tussen de dienstverrichter en de ontvanger van de dienst een rechtsverhouding bestaat waarbij over een weer prestaties worden uitgewisseld en de door de dienstverrichter ontvangen vergoeding de werkelijke tegenwaarde vormt voor de aan de ontvanger verleende dienst. Anderzijds kan de vrijwillige gift die naar eigen goeddunken door de ontvanger van de dienst wordt betaald, niet worden geacht de tegenprestatie te zijn voor de verleende dienst (zie H.v.J., 3 maart 1994, J.R. Tolsma t./Inspecteur de Omzetbelasting te Leeuwarden, c-16/93).
De vraag of de door de gasten, in het door het geachte lid beoogde geval, betaalde "huurgiften" al dan niet als de werkelijke tegenprestatie voor de ontvangen dienst in de zin van hetgeen voorafgaat, moet worden aangemerkt, is een feitenkwestie die geval per geval moet worden opgelost.
C. Inzake registratierechten
Krachtens de artikelen 19, 3°, en 83 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten is het evenredig registratierecht op huurovereenkomsten slechts opeisbaar als er een akte (een geschrift) bestaat die tussen partijen tot bewijs strekt, dit is titel verschaft van een huurovereenkomst.
De door een belastingplichtige voor de belasting over de toegevoegde waarde afgesloten overeenkomsten, waarvan de uitvoering een dienst uitmaakt die aan voormelde belasting is onderworpen krachtens voormeld artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, van het BTW-Wetboek worden voor de heffing van het registratierecht evenwel niet beschouwd als huurcontracten van onroerende goederen, zelfs wanneer zij de verplichting meebrengen om het genot van een bepaald onroerend goed te verschaffen.
Enkel het algemeen vast recht is toepasselijk bij de registratie van akten die overeenkomsten vaststellen waarvan sprake in voorgaande alinea.
Onafgezien van de vraag of de betaalde huurgelden al dan niet burgerrechtelijk als giften kunnen worden beschouwd, wordt het geachte lid er tevens op gewezen dat er voor schenkingen in het algemeen geen registratieverplichting bestaat, waardoor in de praktijk alleen de schenkingen van in België gelegen onroerende goederen en van roerende onlichamelijke goederen op naam, die niet bij handgift kunnen worden geschonken, het schenkingsrecht ondergaan.
D. Daar de implicaties op het vlak van directe belastingen, BTW en registratierechten in verband met de opvangpraktijken van dergelijke gemeenschappen van tal van feitelijke omstandigheden afhangen die uiteraard geval per geval moeten worden opgelost en het geachte lid klaarblijkelijk een welbepaald geval beoogt, zal het geachte lid wel willen begrijpen dat ik mij over de te nemen maatregelen om dergelijke praktijken een halt toe te roepen bezwaarlijk kan uitspreken zonder voorafgaande kennisname van de feitelijke en juridische gegevens eigen aan de zaak.
Indien het geachte lid mij het adres en de identiteit van de betrokken belastingplichtigen in kwestie laat kennen, ben ik bereid dit door mijn diensten te laten onderzoeken.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.