Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1979-1980 blz. 3250
Verschaffen van spijzen en dranken - Gratis maaltijd van personeel in horeca - Onttrekking - Privé-doeleinden - Voordelen van alle aard - Tarief - Sociale voordelen
VRAAG
Krachtens artikel 12, § 1, 3°, van het Wetboek op de BTW wordt levering in de zin van artikel 10 geacht plaats te hebben wanneer een belastingplichtige aan zijn bedrijf een roerend goed onttrekt.
Artikel 33, 1°, van dat Wetboek zegt dat voor bij artikel 12, § 1, 3°, bedoelde handelingen de maatstaf van heffing wordt bepaald door de aankoopprijs van de goederen of van gelijkaardige goederen.
Volgens die voorschriften moeten voedsel en drank die door de hotel- of restauranthouder voor zijn eigen behoeften en voor die van zijn personeel worden aangewend, worden onderworpen aan het bij koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 bepaalde tarief, nl. 6, 16 of 25 % volgens de aard ervan, wat door alle BTW-controles wordt aanvaard voor die onttrekkingen door tafelhouders die maaltijden bereiden voor de verkoop in hun zaak of voor thuisbezorging bij de cliënten.
Daar de prijs van die onttrekkingen praktisch niet juist te bepalen is, houdt men het gewoonlijk bij de forfaitaire bedragen die door het bestuur der directe belastingen voor maaltijden worden bepaald, wat overeenstemt met de werkwijze die wordt aanvaard volgens de bepalingen, vermeld inzake aftrek van belastingen onder nr. 337 in het BTW-handboek.
Voor die onttrekkingen door hotel- en restauranthouders heerst bij de toepassing van de wetsbepalingen door de BTW-controles de grootste verwarring; sommige controles onderwerpen alles aan het tarief van 6 %, andere aan dat van 16 % en nog andere aan de tarieven van 6, 16 of 25%, naargelang van de aard van de onttrekkingen.
Gezien de ongelijkheid bij de toepassing van de wetsbepalingen betreffende de particuliere onttrekkingen van voedsel en drank door hotel- en restauranthouders, verzoek ik de heer Minister mij het standpunt van zijn departement ter zake kenbaar te maken.
ANTWOORD
1. Wanneer een restauranthouder bereide eetwaren of dranken aan zijn bedrijf onttrekt voor zijn privé-doeleinden of voor die van zijn gezin, dan worden deze onttrekkingen, ingevolge artikel 12, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek, gelijkgesteld met een levering van goederen die de restauranthouder aan zich zelf doet.
De aldus verschuldigde belasting moet, overeenkomstig artikel 33, 1°, van het Wetboek, worden berekend over de kostprijs van de bereide eetwaren en over de inkoopprijs van de dranken op het tijdstip waarop de onttrekking plaatsvindt.
Om de kostprijs van de bereide eetwaren te bepalen, moet de normaal voor de gebruikte maaltijd gevraagde prijs worden verminderd met de handelswinst van de restauranthouder en, in voorkomend geval, met de prijs voor het opdienen.
Het ter zake toepasselijk tarief is het tarief dat geldt voor de onttrokken goederen (in principe 6 % voor de bereide eetwaren, 25 % voor de dranken bedoeld in rubriek X van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, en 16 % voor de andere dranken).
2. Artikel 12, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek is niet van toepassing wanneer een restauranthouder aan zijn personeelsleden (koks, kelners, enz.) in het kader van het arbeidscontract dat hij met hen heeft gesloten, gratis maaltijden en dranken verschaft. In zo'n geval gaat de administratie ervan uit dat er tussen de restauranthouder en zijn werknemers een restauratiecontract tot stand komt waarvan de prijs overeenstemt met het voordeel in natura dat hiervoor door de Administratie der directe belastingen wordt vastgesteld voor de toepassing van de inkomstenbelasting. De BTW is bijgevolg verschuldigd tegen het tarief van 16 % over een maatstaf van heffing die gelijk is aan het bedrag van het voordeel in natura (z. BTW-Revue nr. 17, blz. 336, nr. 484).
3. Bij wijze van vereenvoudiging en ten einde de moeilijkheden te voorkomen waartoe de vaststelling van de kostprijs, als bedoeld in het geval onder 1, aanleiding kan geven, zal de administratie geen kritiek uitbrengen wanneer de restauranthouder, zelfs voor zijn privé-onttrekkingen of voor die van zijn gezin, de belasting berekent, tegen het tarief van 16 %, over een bedrag dat gelijk is aan dat welk in aanmerking zou zijn genomen voor een personeelslid.