Tweedehands goed. Kunstvoorwerp. Antiquiteit. Verzamelobject. Verkoopzaal. Kunst · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

275 7 mei 1987

Zoeken

Tweedehands goed. Kunstvoorwerp. Antiquiteit. Verzamelobject. Verkoopzaal. Kunst

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/275-tweedehands-goed-kunstvoorwerp-antiquiteit-verzamelobject-f164

Nummer
275
Datum
7 mei 1987

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1986-1987 blz. 2127

Tweedehands goed - Kunstvoorwerp - Antiquiteit - Verzamelobject - Verkoopzaal - Kunst

VRAAG

De syndicale kamer der verkoopzalen van België VZW voelt zich op Europees vlak benadeeld in de toepassing van de BTW-wetgeving en heeft ter zake trouwens klacht bij de EEG ingediend.

ANTWOORD

Uit hun argumentatie blijkt dat de hoge BTW-aanslagvoet en de weinig flexibele fiscale wetgeving ten aanzien van kunstveilingen hun werking sterk bemoeilijken en dat dit ook bijdraagt tot een onherroepelijk verlies en verarming van het nationaal kunstpatrimonium. Een voorbeeld hiervan is trouwens de verkoop van de nalatenschap van Magritte en van de verzameling van baron Lambert.

Meer bepaald ten overstaan van de situatie in het Verenigd Koninkrijk en in Frankrijk dringt de VZW aan op de strikte toepassing van de zesde richtlijn en op de uitvaardiging van de zevende richtlijn die de harmonisatie van de BTW op antiek en kunstvoorwerpen binnen de EEG moet regelen.

Graag vernam ik wat de geachte Minister zowel op nationaal vlak als op Europees vlak, als voorzitter van de Ministerraad voor Financiën, doet of overweegt te doen om deze toch wel scheefgegroeide situatie recht te zetten ?

Antwoord: Zoals ik reeds geantwoord heb aan de heer senator Van In (vraag nr. 230 van 3 april 1987) (1) en aan de heer volksvertegenwoordiger Desutter (vraag nr. 201 van 10 april 1987) (2), is de Belgische regering zich terdege bewust van de concurrentieverstoring die voortvloeit uit de verscheidenheid van de ter zake in de EG-Lid-Staten bestaande regelingen, dit conform de zesde richtlijn van 17 mei 1977 (3). In artikel 32 van deze richtlijn wordt immers bepaald dat de Lid-Staten die een bijzondere regeling toepassen op het gebied van tweedehandse goederen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten en voorwerpen voor verzamelingen, deze kunnen handhaven in afwachting van de goedkeuring door de Raad van een richtlijn die de communautaire belastingregeling ter zake definitief regelt.

Daarom poogt de Belgische regering, op Europees niveau, het voorstel van de zevende BTW-richtlijn dat tot doel heeft de BTW-regeling inzake tweedehandse goederen, kunstvoorwerpen antiquiteiten en voorwerpen voor verzamelingen te harmoniseren, uit het slop te halen.

Dit is tot hiertoe niet gelukt wegens de Vrij scherpe belangen tegenstellingen tussen de EG-Lid-Staten onderling.

Ik ben evenwel vast besloten het onderzoek van de globale problematiek op Europees niveau verder te zetten ten einde zo vlug mogelijk tot een geharmoniseerde regeling te komen.

Ik wens echter de aandacht van het geachte Lid te vestigen op het feit dat, enerzijds, het BTW-tarief dat toepasselijk is op de levering en de invoer van kunstvoorwerpen, antiquiteiten verzamelobjecten, postzegels en oude munten reeds werd verlaagd (6 pct. in plaats van 17 pct.) en dat, anderzijds, de op deze goederen toepasselijke BTW-regeling ongetwijfeld niet de enige oorzaak is van concurrentieverstoring.

Het volgrecht meer bepaald, dat geïnd wordt bij de Openbare verkoop van moderne kunstwerken (en dat blijkbaar zeer dikwijls 6 pct. bedraagt van de toewijzingsprijs) kan op zijn beurt de kunstmarkt in België ongunstig beïnvloeden in de mate dat dit recht niet verschuldigd is in andere Lid-Staten.

(1) Z. deze Revue, blz. 247. (2) Z. deze Revue, blz. 251. (3) Z. Revue nr. 30, blz. 263.

Aangehaalde teksten

1
Zesde richtlijn 77/388 art. 321 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … vlak. Kan de geachte Minister deze eisen onderzoeken en maatregelen nemen om zo vlug mogelijk de zevende richtlijn door te voeren? Antwoord: Zoals ik reeds geantwoord heb aan de heren senatoren Van In (vraag nr. 230 van 3 april 1987) (1) en Valkeniers ( vraag nr. 275 van 7 mei 1987 ) (2) en aan de heer volksvertegenwoordiger Desutter (vraag nr. 201 van 10 april 1987) (3) is de Belgische regering vast besloten om op Europees niveau tot een geharmoniseerde BTW-regeling te komen inzake de verkoop en invoer van kunstvoorwerpen en … »

Tweedehands goed. Kunstvoorwerp. Antiquiteit. Verzamelobject. Verkoopzaal. KunstParlementaire vraag21.05.1987

Bekijk het document