ANTWOORD
Vermits er verschillende landen deze richtlijn niet hebben gevolgd en er hierdoor uiteraard een oneerlijke concurrentie ontstaat in de wereld der verkoopzalen is het niet aangewezen artikel 32 af te schaffen ?
Welke maatregelen is de Minister bereid te nemen om de oneerlijke concurrentie tussen onder andere Frankrijk en Groot-Brittannië enerzijds, ons land, Nederland en andere, anderzijds, weg te werken ?
Antwoord: Ik wens in de eerste plaats de aandacht van het geacht Lid te vestigen op het feit dat de andere EG-Lid-Staten niet te kort geschoten zijn in hun verplichting de zesde EG-richtlijn van 17 mei 1977 uit te voeren.
In artikel 32 van deze richtlijn wordt immers bepaald dat de Lid-Staten die een bijzondere regeling toepassen op het gebied van tweedehandse goederen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten en voorwerpen voor verzamelingen, deze kunnen handhaven in afwachting van de goedkeuring door de Raad, van een richtlijn die de communautaire belastingregeling ter zake definitief regelt.
Bij gebreke van dergelijke geharmoniseerde communautaire regeling hebben de Lid-Staten dan ook hun bestaande regelingen behouden.
Artikel 32 kan slechts worden afgeschaft op voorstel van de Europese Commissie en op grond van een unanieme beslissing van de Europese ministerraad. Aangezien er ter zake geen voorstel van de commissie bestaat, beschikt de Raad niet over de juridische bevoegdheid om bedoeld artikel 32 af te schaffen.
De Belgische regering is zich bewust van de concurrentieverstoring die voortvloeit uit de verscheidenheid van bestaande regelingen. Daarom poogt zij, op Europees niveau, het voorstel van de zevende BTW-richtlijn die tot doel heeft de BTW-regeling inzake tweedehandse goederen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten en voorwerpen voor verzamelingen te harmoniseren, uit het slop te halen.
Dit is tot hiertoe niet gelukt wegens de vrij scherpe belangentegenstellingen tussen de EG-Lid-Staten onderling.
Ik ben evenwel vast besloten het onderzoek van de globale problematiek op Europees niveau verder te zetten ten einde zo vlug mogelijk tot een geharmoniseerde regeling te komen.
(1) Z. Revue nr. 30, blz. 263.