Vr. en Antw., Senaat, 2002-2003, nr. 2-69, blz. 3871
Vrijstelling - Leveringen van nieuwe transportmiddelen
VRAAG
Krachtens artikel 39 bis, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde zijn leveringen van nieuwe transportmiddelen in de betekenis van artikel 8 bis, § 2, verzonden of getransporteerd naar de koper, door de verkoper, de koper of voor hun rekening, buiten België, maar binnen de Europese Unie, uitgevoerd voor belastingplichtigen of niet-belastingplichtige rechtspersonen die niet verplicht zijn om hun verwervingen binnen de Europese Unie van andere goederen dan de genoemde transportmiddelen en dan de producten die onderworpen zijn aan de accijnzen van 3°, aan de belasting te onderwerpen, of voor andere niet-belastingplichtige personen, vrijgesteld van BTW.
Ik had graag geweten of het bewijs van het bestaan van een transport of een verzending buiten België door de leverancier moet worden geleverd? Zo ja, moet die dan overeenstemmende gebruikelijke handelsdocumenten voorleggen die bewijzen dat aan die voorwaarde is voldaan? Zijn in dat geval bestelbonnen, facturen van de transporteur, betalingsdocumenten en contracten noodzakelijk en voldoende?
Ik zou bovendien willen weten wat de wettelijke basis is die de verkoper verplicht om zich de BTW te laten uitbetalen door zijn medecontractant als hij niet over alle geruststellingen beschikt met betrekking tot het voldoen aan de voorwaarde van verzending of transport van goederen buiten België? Moet hij systematisch van de centrale BTW-eenheid voor internationale samenwerking in Brussel bevestiging krijgen van de geldigheid van een BTW-nummer dat door een andere lidstaat is toegekend? Is die verificatie op zich voldoende om het recht op vrijstelling voor de betrokken levering vast te leggen?
ANTWOORD
Wat de intracommunautaire levering van nieuwe vervoermiddelen betreft, zijn er twee specifieke vrijstellingen van toepassing al naargelang de hoedanigheid van de afnemer.
Indien de afnemer een in een andere lidstaat als zodanig handelende belastingplichtige of niet belastingplichtige rechtspersoon is en die er aldaar toe gehouden zijn al hun intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen, dan is de levering vrijgesteld door artikel 39 bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek.
In dit geval dient de afnemer te beschikken over een door zijn lidstaat toegekend geldig BTW-identificatienummer. Indien daarentegen de afnemer een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon is die er niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van andere goederen dan nieuwe vervoermiddelen of accijnsproducten aan de belasting te onderwerpen, of enige andere niet-belastingplichtige persoon, zoals een particulier, dan is de levering vrijgesteld door artikel 39 bis, eerste lid, 2° van het BTW-Wetboek.
Het effectieve vervoer van de voertuigen naar een andere lidstaat is dus een essentiële grondvoorwaarde zowel voor de vrijstelling voorzien in artikel 39 bis, eerste lid, 1°, als deze bedoeld in artikel 39 bis, eerste lid, 2°.
De voorwaarde daarentegen, dat de afnemer beschikt over een geldig BTW-identificatienummer in een andere lidstaat, is uiteraard slechts van toepassing voor de vrijstelling voorzien in artikel 39 bis, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek. Het spreekt voor zich dat de verificatie van de geldigheid van het BTWidentificatienummer bij de Centrale eenheid voor internationale samenwerking enkel dient om het bewijs te leveren dat aan deze voorwaarde is voldaan maar bewijst geenszins dat er een vervoer geweest is naar een andere lidstaat.
Bij toepassing van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 in uitvoering van artikel 39 bis van het BTW-Wetboek, is het aan de leverancier om het bewijs te leveren dat aan de voorwaarden voorzien in artikel 39 bis, eerste lid, 1° (vervoer naar een andere lidstaat en BTW-identificatie van de verwerver), of artikel 39 bis, eerste lid, 2° (vervoer naar een andere lidstaat), is voldaan.
Er wordt overigens opgemerkt dat de verplichting opgelegd aan de leverancier of de dienstverrichter om het bewijs te leveren dat aan de voorwaarden van de vrijstelling is voldaan en dat hij bijgevolg geen schuldenaar is van de BTW tegenover de Belgische Staat, een grondvoorwaarde is niet alleen voor de vrijstellingen voorzien inzake intracommunautaire leveringen maar eveneens voor een hele reeks andere vrijstellingen, zoals bijvoorbeeld de leveringen voor uitvoer, de verkopen aan internationale organisaties, het internationaal vervoer, enz.
De problematiek van de bewijsvoering van het recht op vrijstelling van de BTW in geval van een intracommunautaire levering heeft reeds het voorwerp uitgemaakt van uitgebreide uiteenzettingen naar aanleiding van het antwoord op vraag nr. 248 van de heer Fournaux van 23 januari 1996 (zie Vragen en Antwoorden, Kamer, 1995-1996, nr. 26, van 18 maart 1996, blz. 30193023). Ik veroorloof mij het geachte lid hiernaar te verwijzen.
Terzake werd steeds verduidelijkt dat elk bewijskrachtig document, zoals bijvoorbeeld deze aangehaald door het geachte lid, toegelaten is om het bewijs te leveren van het vervoer naar een andere lidstaat, maar dat geen enkel welbepaald document op zich onmisbaar of voldoende is.
Wat meer bepaald de nieuwe vervoermiddelen betreft, dient er opgemerkt te worden dat het bewijs van het vervoer naar de andere lidstaat in voorkomend geval minder moeilijk te leveren is dan wat andere goederen betreft.
Inderdaad, in de meeste gevallen is het voertuig bestemd om door de verwerver te worden gebruikt in zijn lidstaat. Het spreekt voor zich dat in dat geval een kopie van het inschrijvingsbewijs van de wagen onder normale nummerplaat op naam van deze klant in de lidstaat van bestemming en van het tijdelijke inschrijvingsbewijs afgeleverd in België (indien de verwerver het voertuig zelf meeneemt), zeker belangrijke en nuttige bijkomende bewijselementen zijn.
De situatie waarin het bewijs van het vervoer naar een andere lidstaat inderdaad moeilijker te leveren valt, is deze waarin de voertuigen niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een tijdelijke inschrijving in België, noch van een normale inschrijving in de lidstaat van bestemming (situatie waarin de voertuigen door Belgische garagisten verkocht worden aan garagisten in andere lidstaten die deze niet laten inschrijven op hun naam).
In ieder geval, het feit dat de leverancier de BTW aanrekent aan zijn medecontractant wanneer hij er niet van overtuigd is dat aan de voorwaarde van het vervoer naar de andere lidstaat is voldaan, is geenszins een verplichting maar een eenvoudige voorzorgsmaatregel. Dit extra aangerekende bedrag dient aanzien te worden als een eenvoudige overeenkomst gesloten tussen de leverancier en zijn klant met als doel dat deze laatste hem de nodige bewijselementen zal leveren. Er wordt immers aan herinnerd dat het de leverancier is die het bewijs moet leveren van zijn recht op vrijstelling en dat hij, indien hij dit bewijs niet kan leveren, vanzelfsprekend schuldenaar van de Belgische BTW is vermits hij in dit geval wordt geacht een belastbare levering in België te hebben verricht.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.