Vr. en Antw., Kamer, 1992-1993, nr. 36, blz. 2603
Vervoermiddelen - Definitie voor de toepassing van de BTW - Bouwmachines - Terbeschikkingstelling.
VRAAG
Op het stuk van de machines die op een werf worden gebruikt (kranen, bulldozers, graafmachines, transporteurs voor bijzondere lasten, enzovoort), is het soms moeilijk een onderscheid te maken tussen vervoermiddelen en machines die geen vervoermiddelen zijn.
1. Aan de hand van welke criteria kan, wat voornoemde machines betreft, een onderscheid worden gemaakt tussen vervoermiddelen en roerende goederen die uit hun aard verschillen van de vervoermiddelen ?
2. Tot welke categorie behoren de op vaartuigen en boten bevestigde kranen ?
3. Tot welke categorie behoort de dienstverrichting wanneer de in 1 bedoelde machines per uur worden gehuurd, samen met personeel dat in staat is ze te bedienen, maar wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd onder de leiding en de verantwoordelijkheid van de huurder, behoudens in het geval van eventuele schade veroorzaakt door een verkeerde bediening van de machines ?
ANTWOORD
Voor de toepassing van de BTW wordt onder vervoermiddel verstaan ieder beweeglijk toestel dat op eigen kracht in staat is goederen of personen van een plaats naar een andere te vervoeren, evenals ieder ander toestel dat, hoewel het geen eigen stuwkracht heeft, voor vervoer kan worden gebruikt.
In de regel worden de op werven gebruikte toestellen zoals kranen, bulldozers, graafmachines of toestellen voor het verplaatsen van uitzonderlijke lasten, niet als vervoermiddel aangemerkt. Dit geldt eveneens voor kranen bevestigd op schuiten of schepen.
Derhalve wordt de terbeschikkingstelling van een in het vorige lid bedoeld toestel, met personeel dat zorgt voor de bediening ervan, in principe voor het geheel aangemerkt als een aannemingscontract bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek. Wanneer evenwel de verhuurder van de toestellen zijn personeel ter beschikking stelt van de huurder met het oog op het verrichten van het werk met behulp van deze toestellen, onder de leiding en de verantwoordelijkheid van de huurder, zal de administratie geen kritiek uitoefenen wanneer de partijen ervan uitgaan dat enerzijds personeel ter beschikking wordt gesteld en anderzijds een verhuur van roerende goederen plaatsvindt. In dit geval dienen twee onderscheiden overeenkomsten te worden opgesteld en elk van beide prestaties vindt plaats op de plaats zoals bepaald overeenkomstig artikel 21,§ 3, 7°, f) en h), van voornoemd Wetboek.