Parlementaire vraag nr. 248 van de heer Christian Brotcorne d.d. 08.03.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/077 d.d. 13.08.2012, blz. 262
Vraag nr. 248 van de heer volksvertegenwoordiger Christian Brotcorne van 08 maart 2012 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken:
Btw. - Aangifte van nalatenschap.
VRAAG
1. Zijn notarissen verplicht een factuur uit te reiken voor de erelonen die ze aanrekenen voor het opstellen van een aangifte van nalatenschap en voor de verdeling van een nalatenschap indien alle partijen natuurlijke personen zijn die niet btw-plichtig zijn?
2. Indien notarissen in dat geval niet verplicht zijn een officiële factuur uit te reiken, moeten ze dan wel een specifiek document opmaken met het oog op de toepassing van de btw?
3. Hoe wordt de maatstaf van heffing bepaald indien er erfgenamen gevestigd zijn in België, buiten België maar in de EU, en buiten de EU?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken van 10 .08.2012:
1. en 2. Overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Btw- Wetboek, is de notaris gehouden een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant wanneer hij een dienst verricht voor een belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon.
Wanneer de medecontractant van de notaris een natuurlijk persoon is die niet handelt als belastingplichtige, is de notaris bijgevolg niet gehouden een factuur uit te reiken voor het ereloon dat hij aanrekent, in het bijzonder, voor het opstellen van een aangifte van nalatenschap en/of de verdeling van een nalatenschap. Er dient in ieder geval te worden opgemerkt dat de notaris er steeds voor kan kiezen om vrijwillig een factuur uit te reiken in de gevallen waarin hij er niet toe gehouden is. C
De handelingen waarvoor de notaris niet gehouden is een factuur op te maken en er daadwerkelijk geen uitreikt, moeten ingeschreven worden in het dagboek van ontvangsten dat de notaris moet houden op grond van artikel 14, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Artikel 15, § 2, van hetzelfde koninklijk besluit bepaalt dat de inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten gesteund moeten zijn op gedateerde verantwoordingsstukken.
3. Wanneer, in het kader van een nalatenschap, een notaris diensten verricht voor erfgenamen die handelen als nietbelastingplichtigen in de zin van artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek, vinden deze diensten volgens artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek plaats waar de notaris de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of, bij gebrek aan een dergelijke zetel, daar waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.
De btw is dus verschuldigd in België wanneer de notaris in België gevestigd is, waar de erfgenamen wonen is niet van belang.
Wat de maatstaf van heffing betreft zijn de normale regels van toepassing. Zo wordt krachtens artikel 26 van het Btw-Wetboek de belasting berekend over alles wat de notaris als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van diegene aan wie de dienst wordt verstrekt, of van een derde. Belastingen, rechten en heffingen moeten eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen.
Rekening houdend met wat voorafgaat, dient de notaris bovenop zijn honoraria ook de door hem in het kader van de nalatenschap gemaakte kosten die hij, eventueel afzonderlijk, in rekening brengt van de erfgenamen, op te nemen in de maatstaf van heffing, met inbegrip van de belastingen en heffingen waarvan de notaris schuldenaar is en die hij terugeist van de erfgenamen.
Krachtens artikel 28, 5°, van het Btw-Wetboek, behoren evenwel niet tot de maatstaf van heffing de sommen voorgeschoten door de notaris voor gedane uitgaven ten name en voor rekening van de erfgenamen, bijvoorbeeld belastingen, rechten en heffingen waarvan de erfgenamen de schuldenaar zijn, maar die werden voldaan door de notaris die de terugbetaling vraagt voor het exacte bedrag. C