Notarissen en gerechtsdeurwaarders. recht op belastingaftrek · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

247 8 maart 2012

Zoeken

Notarissen en gerechtsdeurwaarders. recht op belastingaftrekBtw. notarissen en gerechtsdeurwaarders. recht op belastingaftrek

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/247-btw-notarissen-gerechtsdeurwaarders-recht-belastingaftrek-d1a3

Nummer
247
Datum
8 maart 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/103 d.d. 04.03.2013, blz. 87

Btw. - Notarissen en gerechtsdeurwaarders. - Recht op belastingaftrek.

VRAAG

1. Artikel 21 bis van het koninklijk besluit nr. 3 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde voorziet in een bijzondere bepaling wanneer een belastingplichtige die goederen levert of diensten verleent die op grond van artikel 44 van het Btw-Wetboek van btw zijn vrijgesteld en geen recht op aftrek geven, voor diezelfde handelingen een belastingplichtige met recht op aftrek wordt.

Op welke manier zouden notarissen en gerechtsdeurwaarders die hun recht op aftrek van de historische btw onmiddellijk en integraal hebben uitgeoefend, een ongerechtvaardigd voordeel hebben genoten?

2. Zou zo'n ongerechtvaardigd voordeel niet veeleer ontstaan wanneer het belastingstelsel in de loop van een kalenderjaar en niet bij aanvang van een kalenderjaar wordt gewijzigd?

ANTWOORD

(van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken )

Wanneer een belastingplichtige die op grond van artikel 44 van het Wetboek vrijgestelde leveringen van goederen of diensten verricht, die geen recht op aftrek geven, voor diezelfde handelingen belastingplichtige met recht op aftrek wordt, kan hij, overeenkomstig artikel 21 bis , § 1, van koninklijk besluit nr. 3 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, voor de door deze bepaling beoogde goederen en diensten zijn recht op aftrek bij wijze van herziening uitoefenen.

Overeenkomstig § 3 van datzelfde artikel 21 bis wordt deze herziening tot beloop van het passende bedrag verricht door toerekening op het aan de Staat verschuldigde bedrag van de belasting opgenomen in de periodieke aangifte. Wanneer het eindresultaat van deze toerekening een door de Staat verschuldigd bedrag is, wordt dat bedrag tot passend beloop overgebracht naar de volgende aangiftetijdvakken.

In de huidige context van budgettaire inspanningen, is het niet aangewezen om deze bijzondere bepaling aan te passen. Bovendien is deze bepaling in overeenstemming met artikel 183 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde.

Aangehaalde teksten

3