Parlementaire vraag nr. 247 van de heer Christian Brotcorne d.d. 07.03.2013
Vraag nr. 247 van de heer volksvertegenwoordiger Christian Brotcorne d.d. 07 maart 2013 (Fr.) aan de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken:
Btw. - Notarissen.
VRAAG
Bij het ministerieel besluit van 23 mei 2012 wordt een wijziging aangebracht op het stuk van het ontvangstbewijs dat de notarissen moeten gebruiken.
Krachtens artikel 2 van dat besluit wordt een artikel 6/1 ingevoegd in het ministerieel besluit van 17 december 1998, luidende: "Art. 6/1. De notarissen brengen op het duplicaat van het ontvangstbewijs het registratienummer van de factuur in het inzake de belasting over de toegevoegde waarde boek van uitgaande facturen aan."
Het ministerieel besluit van 23 mei 2012 verwijst mij dunkt dan ook naar de administratieve beslissing van 3 april 2012. Die stelt dat een notaris ertoe gehouden is een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant wanneer hij een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
De administratie onderstreept dit tot twee keer toe (december 2011 en Beslissing Btw nr. E.T. 121.923 d.d. 3 april 2012).
"4.5 Facturatie
4.5.1. Principe
Overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek, is de belastingplichtige ertoe gehouden een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant (...) wanneer hij (...) een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon (...)."
"Bovendien moeten de handelingen waarvoor men niet verplicht is een factuur uit te reiken en waarvoor men geen factuur heeft uitgereikt, ingeschreven worden in een dagboek van ontvangsten (artikel 14, § 2, koninklijk besluit nr. 1). Het bijhouden van dit dagboek vormt een volledig nieuwe boekhoudkundige verplichting voor de notarissen. De inschrijvingen in het dagboek moeten gesteund zijn op verantwoordingsstukken die gedateerd zijn en waarvan een origineel exemplaar of een dubbel dient te worden bewaard (artikel 15, § 2, koninklijk besluit nr. 1). Het dagboek mag ofwel op papier, ofwel op digitale wijze gehouden worden (zie beslissing nr. E.T. 112.577 van 8 november 2007)."
Ik meen derhalve dat het factuurnummer enkel op het ontvangstbewijs hoeft te worden vermeld wanneer een factuur werd opgemaakt zoals voorgeschreven in de beslissing Btw van 3 april 2012, d.i. wanneer er een dienst verricht werd voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon.
Het is dus geenszins nodig een factuur op te maken, zoals sommigen de voorschriften schijnen te interpreteren, ook niet voor een dienst die verricht werd voor een particulier, indien er een ontvangstbewijs werd afgegeven.
Kan uw administratie die interpretatie bevestigen?
ANTWOORD
van de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken van 28.03.2013:
Overeenkomstig artikel 53, § 2, van het BTW-wetboek, is de notaris gehouden een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant wanneer hij een dienst verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon. Krachtens artikel 5, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, moet deze factuur het opeenvolgend nummer vermelden waaronder ze wordt ingeschreven in het door de notaris gehouden boek voor uitgaande facturen. Voornoemd nummer moet worden vermeld in het duplicaat van het door de notaris te gebruiken fiscaal ontvangstbewijs, zoals bedoeld in artikel 6/1 van het ministerieel besluit van 17 december 1998 tot vastlegging van de door de notarissen bij te houden boekhouddocumenten.
Wanneer de medecontractant van de notaris een natuurlijke persoon is die niet handelt als belastingplichtige, is de notaris daarentegen niet gehouden een factuur uit te reiken voor het ereloon dat hij hem aanrekent. De notaris kan er echter voor kiezen om vrijwillig een factuur uit te reiken. Als hij daarvoor kiest, moet het nummer van de inschrijving van de factuur in het boek voor uitgaande facturen, zoals bedoeld in het voorgaande lid, worden opgenomen op het duplicaat van het door de notaris te gebruiken fiscaal ontvangstbewijs.
In dit verband wordt opgemerkt dat artikel 2 van de richtlijn met betrekking tot de notariële boekhouding, in tegenstelling tot de btw wetgeving, voorziet in de verplichting om een factuur uit te reiken voor elke dienstprestatie waarvoor een fiscaal ontvangstbewijs moet worden afgeleverd, ook indien de cliënten niet btw-plichtige natuurlijke personen zijn.
De handelingen waarvoor de notaris niet gehouden is een factuur op te maken en er daadwerkelijk geen uitreikt, moeten, zoals het geachte Lid aangeeft, worden ingeschreven in het dagboek van ontvangsten dat de notaris moet houden op grond van artikel 14, § 2, van voormeld koninklijk besluit nr. 1. Gezien er geen factuur wordt uitgereikt, kan er op voornoemd duplicaat ook geen nummer van inschrijving in het boek voor uitgaande facturen worden vermeld. De hiervoor voorbehouden plaats blijft dan ook ontdaan van elke inschrijving.