Normale waarde gebouw. Eigen werk. Bouwwaarde. Werk in onroerende staat. Wettelijk vermoeden. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

23 28 mei 1974

Zoeken

Normale waarde gebouw. Eigen werk. Bouwwaarde. Werk in onroerende staat. Wettelijk vermoeden.Normale waarde gebouw. Eigen werk. Bouwwaarde. Werk in onroerende staat. Wettelijk vermoeden. Bewijs. Maatstaf van heffing. Controlemaatregel. Normale waarde. Vermoeden juris tantum. Verbouwingswerk. Bouwdossier

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/23-normale-waarde-gebouw-eigen-werk-7d97

Nummer
23
Datum
28 mei 1974

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer buitengewone zitting 1973-1974 blz. 140

Normale waarde gebouw - Eigen werk - Bouwwaarde - Werk in onroerende staat - Wettelijk vermoeden - Bewijs - Maatstaf van heffing - Controlemaatregel - Normale waarde - Vermoeden juris tantum - Verbouwingswerk - Bouwdossier

VRAAG

Wanneer een particulier zelf zijn huis verbouwt, betaalt hij de BTW bij de aankoop van de bouwmaterialen, wat normaal is.

ANTWOORD

Minder normaal is dat hij BTW moet betalen op het werk dat hijzelf heeft verricht.

Op grond van welke beginselen gebeurt dit ? Van welke hoeveelheid werk moet de BTW worden betaald ? Hoe wordt de te betalen belasting berekend ?

Antwoord: Het vermoeden ingesteld door artikel 64, § 4, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde naar luid waarvan ieder pas opgericht gebouw geacht wordt door een belastingplichtige geleverd te zijn ter uitvoering van een of meer dienstverrichtingen met betrekking tot een werk in onroerende staat, is niet van toepassing op eenvoudige verbeteringswerken. De eigenaar die zelf dergelijke verbeteringswerken verricht hoeft bijgevolg het tegenbewijs aan dit vermoeden niet te leveren.

Worden echter niet beschouwd als gewone verbeteringswerken:

1° de verandering aan een bestaand gebouw welke van die aard is dat de structuur en de bestemming van het vroegere gebouw worden gewijzigd;

2° de oprichting bij een bestaand gebouw van daaraan al of niet palende bijgebouwen, die een eigen functie hebben;

3° de oprichting op een bestaand gebouw van een nieuwe verdieping .

In de drie voormelde gevallen van verbouwingswerken aan een bestaande woning, moet de eigenaar ingevolge artikel 64, § 4, van het BTW-Wetboek, uiterlijk binnen drie maand vanaf de datum van de betekening van het kadastrale inkomen bij het BTW-controlekantoor in wiens gebied het pas opgerichte gebouw is gelegen een aangifte indienen, teneinde de juistheid na te gaan van de heffingsgrondslag van de BTW.

Inderdaad, ingevolge artikel 36, § 1, b, van het BTW-Wetboek mag de maatstaf van heffing ten aanzien van werk in onroerende staat dat betrekking heeft op op te richten gebouwen niet lager zijn dan de normale waarde van dat werk.

Overeenkomstig artikel 32, tweede lid, van het BTW-Wetboek, wordt verstaan onder normale waarde ten aanzien van werk in onroerende staat dat betrekking heeft op op te richten gebouwen, de prijs die hier te lande voor het werk of voor de gezamenlijke werkzaamheden kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen twee van elkaar onafhankelijke partijen.

De aandacht wordt erop gevestigd dat het vermoeden vastgesteld door artikel 64, § 4, van het BTW-Wetboek, een vermoeden juris tantum is, zodat de eigenaar van het gebouw door alle middelen van gemeen recht kan bewijzen dat hij in een bepaalde mate zelf werk in onroerende staat heeft verricht met materialen die hij zelf heeft aangekocht.

Wanneer de eigenaar dit bewijs levert wordt de waarde van de werken die hij zelf heeft verricht en van de materialen die hierbij werden gebruikt, afgetrokken van de normale bouwwaarde.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 643 voorkomens
WBTW art. 321 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« VRAAG 76/170 Vr. en Antw., Kamer Bouwsector: werk voor eigen rekening VRAAG In antwoord op mijn schriftelijke vraag nr. 23 van 28 mei 1974 Z. Revue nr. 18, blz. 403, nr. 1, art. 64, § 4, B.T.W.-Wetboek. verschenen in het bulletin van Vragen en Antwoorden, buitengewone zitting 1973-1974 van de Kamer, nr. 4, blz. 140, liet de achtbare Minister mij weten dat een particulier die zelf zijn huis … »

Bouwsector: werk voor eigen rekeningParlementaire vraag17.06.1976

Bekijk het document