Invoer van goederen met inverbruikstelling. Teruggaaf, in geval van faillissement · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

208 17 maart 1987

Zoeken

Invoer van goederen met inverbruikstelling. Teruggaaf, in geval van faillissementInvoer van goederen met inverbruikstelling. Teruggaaf, in geval van faillissement van de invoerder, niet bepaald in artikel 77, § 1bis, van het BTW-Wetboek. Tussenkomst van een douaneexpediteur

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/208-invoer-goederen-inverbruikstelling-teruggaaf-in-81ff

Nummer
208
Datum
17 maart 1987

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

22 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Invoer van goederen met inverbruikstelling - Teruggaaf, in geval van faillissement van de invoerder, niet bepaald in artikel 77, § 1bis, van het BTW-Wetboek - Tussenkomst van een douaneexpediteur

VRAAG

Bij invoer van goederen met een verbruiksbestemming is BTW verschuldigd. Hoewel het de importeur is die de BTW verschuldigd is, is het vaak de tolagent die de BTW voor de invoerder voorschiet.

Als kwitantie ontvangt de tolagent het afgestempelde document 136 dat echter de invoerder als titularis vermeldt. Later zal de invoerder aan de hand van dit document de betaalde BTW kunnen terugvorderen.

Als zekerheidsstelling zal de tolagent het document 136 slechts aan de invoerder bezorgen nadat deze laatste de factuur heeft vereffend.

Voor de tolagent rijzen echter problemen wanneer de invoerder intussen (dus voor dat deze de factuur van de tolagent vereffent) in faling gaat. De invoerder heeft dan immers geen document 136 ontvangen. Hij kan dan ook de BTW van de administratie niet terugvorderen.

De tolagent die de BTW zelf wil terugvorderen via zijn aangifte, met document 136 als bewijsstuk, botst op de weigering van de BTW-administratie. Daarvoor beroept zij zich op de BTW-handleiding 536/2, laatste alinea.

Zo de curator de goederen van de gefaalde verkoopt, zal de Staat uiteindelijk dus twee keer BTW ontvangen zonder die één enkele keer terug te geven. De tolagent moet zich tevreden stellen met een chirografaire schuldeis.

Is de geachte Minister niet van oordeel dat de tolagent in een zeer nadelige positie staat?

Zou het de administratie niet toegestaan moeten worden rekening te houden met deze nadelige positie van de tolagent zodat teruggaaf aan andere personen dan de geadresseerde van het invoerdocument mogelijk wordt?

ANTWOORD

De gevallen waarin teruggaaf wordt verleend van de ter zake van invoer verschuldigde BTW, worden beperkend opgesomd in artikel 77, § 1bis, van het BTW-Wetboek.

Dat artikel bevat geen enkele bepaling op grond waarvan de bij invoer voldane BTW kan worden teruggegeven wegens de omstandigheid dat de persoon op wiens naam de goederen werden in verbruik gesteld, failliet werd verklaard.

In alle gevallen waarin ten aanzien van ingevoerde goederen wel teruggaaf kan worden toegestaan, wordt die teruggaaf verleend aan degene die als rechthebbende is aangeduid door het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde.

Krachtens artikel 1 van dat koninklijk besluit is de rechthebbende, in geval van invoer, enkel degene die in het bezit is van een invoerdocument dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt. De teruggaaf komt dus toe aan de «geadresseerde».

Wel kan de administratie een afwijking toestaan en de teruggaaf verlenen aan een andere persoon, met name aan een douaneexpediteur die de BTW voor rekening van de invoerder heeft voorgeschoten.

Maar die afwijking kan alleen worden toegestaan indien in hoofde van de geadresseerde die principieel de rechthebbende is, een oorzaak van teruggaaf bestaat.

Dat is echter niet het geval in de door het geachte Lid beoogde situatie.

Verder mag de bepaling van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 4 niet uit het oog worden verloren, volgens welke de teruggaaf niet wordt verleend wanneer de geadresseerde een belastingplichtige is die ertoe gehouden is een periodieke aangifte in te dienen en die de bij de invoer voldane belasting volledig in aftrek kan brengen.

Dit brengt mee dat zelfs in die gevallen waarin in hoofde van de geadresseerde een oorzaak van teruggaaf zou bestaan, die teruggaaf toch niet mag worden verleend (en dus ook niet aan de douane-expediteur) wanneer de geadresseerde de BTW volledig in aftrek kan brengen.

De administratie is zich ervan bewust dat een douaneexpediteur verlies kan lijden door het faillissement van zijn medecontractant, maar vermits de betrekkingen tussen de douaneexpediteur en zijn opdrachtgever van contractuele aard zijn, dient de douane-expediteur tegenover zijn klant zelf alle nuttige maatregelen treffen om zijn rechten te vrijwaren.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 772 voorkomens
KB nr. 4 art. 11 voorkomen
KB nr. 4 art. 21 voorkomen

Administratieve doctrine

6

« … invoer in aanmerking komen. Dat artikel bevat geen enkele bepaling op grond waarvan de bij invoer voldane btw kan worden teruggegeven wegens de omstandigheid dat de persoon op wiens naam de goederen werden in verbruik gesteld, failliet werd verklaard (zie schriftelijke parlementaire vraag nr. 208 van de heer Senator Hugo Wechx van 17.03.1987 ). In alle gevallen waarin ten aanzien van ingevoerde goederen wel teruggaaf kan worden toegestaan, wordt die teruggaaf verleend aan degene die als rechthebbende is aangeduid door het koninklijk besluit nr. 4, voornoemd. A. Noot vooraf: Uitsluiting van het … »

Teruggaaf van de belasting (01.07.2026)Administratieve commentaar01.07.2026

Bekijk de 6 documenten