Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2012-2013, CRIV 53 COM 861 d.d. 19.11.2013, blz. 14
De periode tussen de Btw-aangifte en de betaling van de Btw
VRAAG
Mijnheer de minister, bij veel bedrijven die werken met maandaangiften, betekent de betaling van de btw aan de overheid dikwijls een cashflowprobleem, aangezien zij de btw reeds aan de overheid moeten betalen voordat de klanten hun facturen hebben betaald. Dat geldt zeker voor bedrijven die telkens pas op het einde van elke maand hun facturen kunnen opmaken en te kampen hebben met een betalingstermijn van minimaal 30 dagen.
Tijdens de crisis is de betalingstermijn voor veel bedrijven onder druk komen te staan, waarbij klanten en ook dikwijls de overheid een betalingstermijn afdwingen van 45, 60 of zelfs meer dagen. Op die manier spelen de bedrijven op het vlak van de btw eigenlijk bank voor de federale overheid. De btw-betaling en de btw-aangifte moeten uiterlijk gebeuren op de twintigste van elke maand.
Bij een bedrijf dat organisatorisch goed draait of dat de boekhouding betaling laat doen door een boekhouder, gebeurt de btw-aangifte reeds enkele dagen eerder. De betaling gebeurt meestal op de 18de, 19de of zelfs 20ste van de maand, omdat de bedrijven cashflowproblemen zo veel als mogelijk proberen te beperken en omdat korttijdige financieringsmogelijkheden de voorbije jaren meestal niet meer worden toegestaan door de banken.
Wat is nu het probleem? In de korte periode daartussen kan het bedrijf bepaalde attesten moeten vragen om mee te kunnen dingen aan bepaalde offertes, onder andere waarmee zij aantonen geen btwschulden te hebben. In de praktijk antwoordt de administratie, zelfs als de btw-aangifte elektronisch werd ingegeven, dat zij geen attest kan afleveren, omdat er een btw-schuld is. Hierdoor komen bedrijven soms in de problemen, zelfs als zij in het verleden nooit of zeer zelden problemen hebben gehad met de aanzuivering van hun btw.
Het moet toch mogelijk zijn om de periode tussen de btw-aangifte en de btw-betaling aan te zien als schuldenvrij als de vorige openstaande rekeningen zijn vereffend. Het lijkt mij logisch om het attest te baseren op de voorlaatste btw-aangifte en de betaling ervan, en niet op een btw-aangifte die misschien de dag zelf werd ingediend.
ANTWOORD
(minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)
Mijnheer Van Biesen, gelet op de specifieke aard en het bijzondere inningssysteem van de btw is het van belang dat elke belastingplichtige, ongeacht in welke fase van de economische kringloop hij zich bevindt, de door hem verschuldigde btw onder aftrek van de door hem betaalde btw binnen de gestelde wettelijke termijn aangeeft en betaalt.
Wat het afleveren van een attest in het kader van een openbare aanbesteding betreft, wordt er enkel rekening gehouden met de opeisbare btw-schulden. Dat betekent dat, indien er een verschuldigd btw-bedrag blijkt uit een btw-aangifte die vóor de vervaldag werd ingediend, de bevoegde ontvanger dat bedrag niet in aanmerking zal nemen wanneer hij eveneens vóór die vervaldag dat attest uitreikt.
CONCLUSIE
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. In de praktijk loopt het meestal anders. We hebben een aantal concrete voorbeelden gehad van bedrijven die geen attest gekregen hebben ondanks het feit dat zij altijd zeer goede betalers geweest zijn.