Parlementaire vraag nr. 1982 van de heer Josy Arens d.d. 26.03.2024
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 249
Vraag nr. 1982 van De heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 26 maart 2024 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Btw. - Terugbetaling van in strijd met het Unierecht geheven belasting.
VRAAG
Op welke rechtsgrond baseert de Belgische Staat zich om de terugbetaling van btw die de Belgische Staat in strijd met het Unierecht heeft geheven te koppelen aan de voorwaarde dat die belasting aan de eindafnemer terugbetaald moet worden door degene bij wie de belasting ten onrechte door de Belgische Staat geheven werd?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 30.04.2024:
In de mate waarin een te hoog btw-tarief werd toegepast, wordt de belasting die geheven wordt van de onderliggende handeling overeenkomstig artikel 77, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek teruggegeven tot beloop van het passende bedrag wanneer deze het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is.
Op grond van artikel 1 van het koninklijk besluit (KB) nr. 4 van 29 december 1969 kan deze teruggaaf in beginsel slechts worden verleend aan de rechthebbende op de teruggaaf, zijnde diegene die de btw aan de Staat heeft voldaan. Dit is in principe de leverancier of dienstverrichter.
Middels artikel 4, § 1, van datzelfde KB nr. 4 van 29 december 1969, moet de leverancier of dienstverrichter een verbeterend stuk opmaken met vermelding van het voor teruggaaf vatbare bedrag om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen en is hij overeenkomstig artikel 79, § 1, van het Btw-Wetboek gehouden een dubbel van dat verbeterend stuk aan de medecontractant uit te reiken. Op dat dubbel moet de volgende vermelding voorkomen: "Btw terug te storten aan de Staat, in de mate waarin ze oorspronkelijk in aftrek werd gebracht".
Betreffende de uitoefening van het recht op teruggaaf in het geval de medecontractant van de leverancier of dienstverrichter een particulier is, is er in beginsel geen facturatieplicht en dient de leverancier of dienstverrichter, gehouden tot het indienen van aangiften beoogd in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek, geen dubbel van het verbeterend stuk uit te reiken aan haar klant.
De leverancier of dienstverrichter moet, in principe, kunnen bewijzen dat zij de ten onrechte in rekening gebrachte belasting aan haar klanten heeft terugbetaald. Indien evenwel wordt aangetoond dat de prijzen "btw inbegrepen" werden vastgesteld en aan de klanten een bedrag werd aangerekend zonder dat de aangerekende btw afzonderlijk werd vermeld, dan moet de belastingplichtige, om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen, niet aantonen dat hij de te veel aangerekende btw aan zijn klanten heeft terugbetaald.
Indien aan de klant van de leverancier of dienstverrichter evenwel een factuur werd uitgereikt (waarop de btw afzonderlijk werd vermeld), dan is de leverancier of dienstverrichter wel gehouden tot het uitreiken van een dubbel van het verbeterend stuk alsook tot het terugbetalen van de te veel aangerekende btw.