Btw in geval van financieringshuur · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1981 26 maart 2024

Zoeken

Btw in geval van financieringshuur

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1981-btw-in-geval-financieringshuur-josy-2a26

Nummer
1981
Datum
26 maart 2024

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1981 van de heer Josy Arens d.d. 26.03.2024

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 247

Vraag nr. 1981 van De heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 26 maart 2024 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Btw in geval van financieringshuur

Vraag

Kan een gemeente een financieringshuurovereenkomst zoals bedoeld in 44, § 3, 2°, d) van het Btw-Wetboek sluiten voor gebouwen met de bedoeling daarin een gemeenteschool te huisvesten?

Kan een als vzw opgerichte school van het vrij onderwijs gebruikmaken van een dergelijke procedure?

Zou het geen vorm van discriminatie zijn indien er een onderscheid zou bestaan?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 30.04.2024:

Overeenkomstig artikel 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek, worden de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten van de Belgische Staat, de provincies, de agglomeraties, de gemeenten en de openbare instellingen niet als belastingplichtige aangemerkt voor de werkzaamheden of handelingen die zij als overheid verrichten, ook niet indien zij voor die werkzaamheden of handelingen rechten, heffingen, bijdragen of retributies innen.

Lid twee van voornoemde bepaling stipuleert evenwel dat de hoedanigheid van belastingplichtige hen wordt toegekend voor deze werkzaamheden of handelingen voor zover een behandeling als niet-belastingplichtige tot concurrentieverstoring van enige betekenis zou leiden.

Zowel private concurrenten als de betrokken publiekrechtelijke lichamen kunnen slachtoffers zijn van dergelijke concurrentieverstoringen.

Zo kan de omstandigheid dat een publiekrechtelijke instelling niet btw-plichtig is, leiden tot een concurrentieverstoring in haar nadeel wanneer zij als leasingnemer een overeenkomst voor onroerende financieringshuur wil sluiten als bedoeld in artikel 9, § 2, 2°, en artikel 44, § 3, 2°, b), van het Btw-Wetboek, aangezien niet zou zijn voldaan aan de voorwaarde dat de overeenkomst betrekking moet hebben op gebouwen die bestemd zijn om door de leasingnemer te worden gebruikt in het kader van diens activiteiten als belastingplichtige (al dan niet vrijgesteld op grond van artikel 44 van het Btw-Wetboek).

Teneinde dergelijke concurrentieverstoringen te vermijden, neemt de administratie derhalve als uitgangspunt dat de in artikel 44 van het Btw-Wetboek bedoelde handelingen die door publiekrechtelijke instellingen als overheid worden verricht, in principe tot potentiële concurrentieverstoringen leiden en dat die instellingen bijgevolg in dat opzicht als belastingplichtigen moeten worden aangemerkt overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van het Btw-Wetboek, wanneer de concurrentieverstoringen van enige betekenis zijn.

In de hier bedoelde situatie zullen de gemeenteschool en de school voor vrij onderwijs die de vorm aanneemt van een vzw, beiden worden beschouwd als belastingplichtigen die zijn vrijgesteld krachtens artikel 44, § 2, 4°, van het Btw-Wetboek en kunnen beiden een contract van onroerende financieringshuur sluiten in de zin van artikel 44, § 3, 2°, b), van het Btw-Wetboek voor een gebouw gebruikt voor onderwijsdoeleinden

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 445 voorkomens
WBTW art. 62 voorkomens