Kamer, Vragen en Antwoorden, 2016-2017, QRVA 54/128 d.d. 23.08.2017, blz. 320
De btw-heffing op billijke compensatievergoedingen
VRAAG
Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 18 januari 2017 (C-37/16) geoordeeld dat houders van (auteursrechtelijke) reproductierechten geen dienst in de zin van de btw richtlijn verrichten ten behoeve van producenten en importeurs van blanco dragers en van inrichtingen voor opname en reproductie bij wie collectieve beheersorganisaties voor auteursrechten en naburige rechten voor rekening van deze rechthebbenden, maar in eigen naam, een heffing innen op de verkoop van deze inrichtingen en dragers.
Volgens het Hof van Justitie betreft de billijke compensatie immers niet de rechtstreekse tegenwaarde van een prestatie, doch een vergoeding voor het nadeel dat rechthebbenden lijden doordat hun beschermde werken zonder hun toestemming worden gereproduceerd.
Alhoewel het arrest in deze Poolse zaak in se enkel spreekt over de vergoedingen betaald door producenten en importeurs van de apparatuur, mag worden aangenomen dat de draagwijdte van dit arrest ruimer is en eveneens betrekking heeft op de andere billijke compensatievergoedingen. Deze dienen immers allemaal als schadevergoeding te worden bestempeld.
Het Belgisch auteursrechtelijk regime kent vier wettelijke licenties (uitzonderingen waar tegenover een billijke compensatievergoeding staat): reprografie, privékopie, onderwijs uitzondering en leenrecht.
In België worden deze vergoedingen geïnd door Reprobel of Auvibel, onder meer bij bedrijven, administraties, onderwijsinstellingen, bibliotheken, enz. De Belgische btw-administratie beschouwt de bedragen die producenten en importeurs aan deze beheersorganisaties storten als een betaling voor het gebruik van auteursrechten of naburige rechten, waardoor deze gekwalificeerd worden als diensten belastbaar tegen 6 % btw (beslissing van 22 april 1999, nr. E.T. 91.692, BTW-Revue, 1999, nr. 142, 488).
1. Zal de fiscale administratie, na kennis te hebben genomen van dit arrest, nog langer eisen dat de billijke compensatievergoedingen die in België geïnd worden door Reprobel of Auvibel onderworpen zijn aan btw?
2. Zal de fiscale administratie, op eerste verzoek, de in het verleden ten onrechte gefactureerde en afgedragen btw, terugstorten aan Reprobel/Auvibel, zodat betalers van de facturen van Auvibel/Reprobel (de eigenlijke betalers van de billijke compensatievergoedingen) de onverschuldigd betaalde btw op hun beurt kunnen terugvorderen van Reprobel/Auvibel?
ANTWOORD
van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 17.08.2017:
In de Poolse zaak SAWP waarnaar u verwijst (Hof van Justitie, C-37/16 van 18 januari 2017) gaat het over de vraag of de houders van reproductierechten een dienst onder bezwarende titel verrichten ten behoeve van producenten en importeurs van blanco dragers en van toestellen voor opname en reproductie bij wie collectieve beheersorganisaties voor auteursrechten en naburige rechten voor rekening van deze rechthebbenden, maar in eigen naam, een heffing innen op de verkoop van deze toestellen en dragers.
Het Hof heeft geoordeeld dat een "billijke compensatie" voor de houders van reproductierechten, die gekoppeld is aan het nadeel dat deze rechthebbenden lijden doordat hun beschermde werken worden gereproduceerd zonder hun toestemming, geen tegenprestatie is voor een dienst en bijgevolg niet onderworpen is aan btw.
België zal de gevolgen van dit arrest toepassen. Een wijziging van de btw-wetgeving is niet nodig, maar mijn administratie zal de administratieve commentaar aanpassen.
Mijn administratie heeft overigens op 8 mei overleg gepleegd met de beheersvennootschappen Auvibel en Reprobel met als doel de inning van de verschillende vergoedingen voor de thuiskopie en de reprografie in de diverse schakels in kaart te brengen en er de passende btwgevolgen aan te verbinden.
De in het verleden ten onrechte geheven btw door de inningsvennootschappen is vatbaar is voor teruggaaf bij toepassing van artikel 77, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek. Anderzijds zullen de producenten, invoerders die de ten onrechte geheven btw in aftrek hebben gebracht eveneens een rechtzetting moeten doen.
De administratie zal evenwel in overleg met de beheersvennootschappen bekijken of een praktische werkwijze kan uitgewerkt worden om de administratieve lasten zoveel als mogelijk te beperken.
Het arrest heeft geen gevolgen ten aanzien van de producenten en verkopers die de heffing hebben doorgerekend in de verkoopprijs van de toestellen en blanco dragers.
In die schakel is de heffing immers een element van de prijs van de levering, onderworpen aan het normale btwtarief van 21 %.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.