Beslissing Btw nr. E.T.91.692 dd. 22.04.1999
BTW-Revue nr. 142, blz. 488-489, nr. 1060
Vergoedingen voor privé- of didactische kopies - Auteurs en uitgevers.
De wet van 30 juni 1994 betreffende de auteursrechten en de naburige rechten (Belgisch Staatsblad van 27 juli 1994, err. Belgisch Staatsblad van 22 november 1994), in werking getreden op 1 augustus 1994, kent in de artikels 59 tot 61 een vergoeding toe aan de auteurs en de uitgevers van werken die op grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd, wanneer deze voor privé-gebruik of didactisch gebruik worden gereproduceerd.
Op grond van artikel 59 van die wet wordt een forfaitaire vergoeding betaald door de fabrikanten, invoerders of intracommunautaire verwervers van apparaten waarmee de beschermde werken gereproduceerd kunnen worden, op de datum waarop die apparaten op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht. Bovendien is, op grond van artikel 60 van dezelfde wet, een vergoeding die evenredig is aan het aantal vervaardigde kopieën verschuldigd door de natuurlijke personen of de rechtspersonen die kopieën van werken vervaardigen, of in voorkomen geval, met ontlasting van eerstgenoemden, door hen die onder bezwarende titel of gratis een reproductieapparaat ter beschikking stellen van anderen.
Het koninklijk besluit van 15 oktober 1997 (Belgisch Staatsblad van 7 november 1997) belast een burgerlijke vennootschap onder de vorm van een coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, REPROBEL genaamd, met de inning en de verdeling van die rechten op vergoeding. Het koninklijk besluit van 30 oktober 1997 (Belgisch Staatsblad van 7 november 1997) bepaalt op zijn beurt het bedrag van die vergoedingen, het tijdstip van hun opeisbaarheid, de nadere regels voor hun inning alsmede alle andere uitvoeringsmodaliteiten in verband met voornoemde wettelijke bepalingen.
Die forfaitaire en proportionele vergoedingen, die voor de helft aan de auteurs of hun rechtverkrijgenden en voor de andere helft aan de uitgevers worden betaald, vergoeden een auteursrecht wanneer ze aan de auteurs worden uitgekeerd, en een naburig recht wanneer ze aan de uitgevers worden uitgekeerd. Die vergoedingen die geacht worden de tegenprestatie te vormen van diensten bedoeld in artikel 18, § 1, 2de lid, 7° of § 2, van het BTW-Wetboek zijn aan de BTW onderworpen. De modaliteit van de inning ervan zullen binnenkort in een aanschrijving worden verduidelijkt.
De beheersvennootschap die belast is met de inning en de verdeling van die vergoedingen, deze wordt bij toepassing van de artikels 13 en 20, § 2 van voornoemd Wetboek geacht zelf deze diensten te hebben ontvangen en op haar beurt te verstrekken aan de bijdrageplichtige, die de ontvanger van de dienst is.
Op grond van rubriek XXIX, cijfer 1, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de BTW-tarieven, is het tarief van 6 pct. van toepassing op die handelingen, zowel tussen de begunstigden van die rechten en de beheersvennootschap als tussen deze laatste en de bijdrageplichtigen.
Het spreekt evenwel vanzelf dat wanneer een bijdrageplichtige een belastingplichtige is met recht op aftrek (fabrikant, invoerder, intracommunautaire verwerver) en deze vergoedingen doorrekent in de prijs van de levering van een apparaat of een kopie, deze vergoedingen krachtens artikel 26 van voornoemd Wetboek deel uitmaken van de maatstaf van heffing van de levering van het goed en derhalve aan hetzelfde tarief als dat goed zijn onderworpen.