Schriftelijke vraag en antwoord nr : 178 - Zittingsperiode : 52
Auteur : Bruno Valkeniers, VB (01224)
Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
Titel : Ontvangsten uit de personenbelasting, de vennootschapsbelasting en de belasting over de toegevoegde waarde. - Opdeling per Gewest.
Datum indiening : 14/01/2009
Vraag
De totale ontvangsten van de gezamenlijke overheid in België bedroegen in het jaar 2007 ongeveer 160 miljard euro. Bijna 43 miljard euro van die inkomsten waren afkomstig van belastingen op productie en invoer (waaronder btw, accijnzen). Meer dan 54 miljard euro was afkomstig van belastingen op inkomen en vermogen (personenbelasting, vennootschapsbelasting). 52,5 miljard euro kwam uit sociale bijdragen van werknemers en werkgevers.
Kan u voor de jaren 2003, 2004, 2005, 2006, 2007 volgende cijfers meedelen?
1) Hoeveel bedroegen de ontvangsten uit de personenbelasting in België?
a) Welk bedrag van die ontvangsten werd gehaald bij inwoners uit het Vlaams Gewest?
b) Welk bedrag van die ontvangsten werd gehaald bij inwoners uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?
c) Welk bedrag van die ontvangsten werd gehaald bij inwoners uit het Waals Gewest?
2) Hoeveel bedroegen de ontvangsten uit de vennootschapsbelasting in België?
a) Welk bedrag van die ontvangsten werd gehaald bij vennootschappen met maatschappelijke zetel in het Vlaams Gewest?
b) Welk bedrag van die ontvangsten werd gehaald bij vennootschappen met maatschappelijke zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?
c) Welk bedrag van die ontvangsten werd gehaald bij vennootschappen met maatschappelijke zetel in het Waals Gewest?
3) Hoeveel bedroegen de ontvangsten uit de belasting over de toegevoegde waarde in België?
a) Welk bedrag van die ontvangsten werd gehaald bij btw-plichtigen uit het Vlaams Gewest?
b) Welk bedrag van die ontvangsten werd gehaald bij btw-plichtigen uit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?
c) Welk bedrag van die ontvangsten werd gehaald bij btw-plichtigen uit het Waals Gewest?
Antwoord
Publicatie antwoord : B067 · Publicatiedatum : 29/06/2009
1. De gewestelijke verdeling van de ingekohierde rechten inzake de globale personenbelasting voor de aanslagjaren 2003, 2004, 2005, 2006 en 2007 is opgenomen in de onderstaande tabel. Het betreft telkens de situatie op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar, dit om de vergelijkbaarheid van de gegevens over de jaren in kwestie te waarborgen.
Deze situatie tot 30 juni betreft de inkohieringen uitgevoerd binnen de normale aanslagtermijn.
2. Zoals reeds aangestipt in het antwoord op de vraag nr. 57 van 18 april 2008 van de heer Peter Logghe (Bulletin Vragen en Antwoorden, Kamer, 2008-2009, nr. 41, blz. 10772-10774), heeft een regionale opsplitsing van de ingekohierde rechten inzake de vennootschapsbelasting een vrij beperkte representativiteit. Voor het ogenblik is er geen enkel officieel criterium voorhanden inzake de regionale opdeling van de vennootschapsbelasting. De enige beschikbare opsplitsing is louter gebaseerd op de interne organisatie van de administratie.
De onderhavige tabel biedt een overzicht van die administratieve opsplitsing van de globale belasting ter zake per gewest voor de aanslagjaren 2003, 2004, 2005, 2006 en 2007. Met het oog op de vergelijkbaarheid van de gegevens werd voor de aanslagjaren 2006 en 2007 de situatie op respectievelijk 31 december 2007 en 31 december 2008 weerhouden. Voor de drie eerstgenoemde aanslagjaren gaat het om definitieve gegevens.
3a. De onderhavige tabel biedt een overzicht van de globale BTW-ontvangsten geïnd gedurende de jaren 2003-2007.
3b Wat de gewestelijke opsplitsing van de geïnde rechten inzake de BTW betreft, dringen zich volgende kanttekeningen op :
- Primo dient opgemerkt dat er geen officiële criteria voorhanden zijn die toelaten een dergelijke opdeling te kunnen concretiseren. Zulks is ten andere reeds herhaaldelijk in diverse parlementaire vragen aangestipt.
- Secundo is het zo dat de economie van het BTW-Wetboek niet toelaat tot een relevante gewestelijke opsplitsing van de bovenvermelde BTW-ontvangsten over te gaan.
- Tertio is eenieder zich bewust van het feit dat de BTW fundamenteel een verbruiksbelasting is. In dat perspectief bieden de BTW-aangiften geen goed uitgangspunt om tot een gewestelijke verdeling van deze belasting over te gaan vermits op die basis een opsplitsing aan de kant van de "productiezijde" van de economie zou worden gemaakt. Het ligt voor de hand dat zulks geen steek houdt.
- Quarté rest er slechts een mogelijkheid om tot een representatieve opdeling te komen en dat is langs de Nationale Rekeningen om. In de "bestedingsoptiek" van de Nationale Rekeningen is er echter ook geen gewestelijke opsplitsing beschikbaar vandaar dat er geen relevant antwoord op uw vraag ter zake kan worden gegeven.