Vr. en Antw., Senaat
Teruggaaf van BTW - Verlies van schuldvordering ten gevolge van een faillissement of gerechtelijk akkoord
VRAAG
De BTW op oninbare vorderingen kan worden teruggevorderd bij faillissement na voorlegging van de verklaring van de curator.
Wanneer de onderneming, na diverse pogingen, afziet van een verdere procedure en de vordering tegenboekt op de klantenrekening, kan uiteraard geen attest worden voorgelegd.
Eveneens is het zo dat bij ontbinding van een vennootschap, oninbare vorderingen door de vereffenaar als definitief verloren kunnen worden beschouwd.
Graag had ik antwoord op volgende vragen:
1. Kan de BTW worden teruggevorderd van de Staat bij afstand van de vordering door de belastingplichtige:
a) Tijdens de gewone handelsaktiviteiten der vennootschap;
b) Fungerende als vereffenaar na ontbinding der vennootschap?
2. Welk is de verjaringstermijn en wanneer treedt deze in?
ANTWOORD
1.
a) en b) Krachtens artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-Wetboek wordt teruggaaf van BTW toegestaan zodra het geheel of gedeeltelijk verlies van een schuldvordering vaststaat.
De vraag wanneer het verlies van een schuldvordering als zeker mag worden beschouwd hangt af van de omstandigheden eigen aan ieder geval.
In de praktijk zal de administratie niet betwisten dat het verlies vaststaat wanneer de schuldeiser het bedrag van zijn vordering als verlies aantekent op de "Resultatenrekening", voor zover die aantekening gebeurt op een tijdstip waarop de schuldeiser, door middel van alle mogelijke feiten of rechtsmiddelen kan bewijzen dat hij, tevergeefs, al het nodige heeft gedaan om zijn schuldvordering te kunnen innen.
Ten aanzien van het verlies van een schuldvordering naar aanleiding van een faillissement of gerechtelijk akkoord verwijs ik naar mijn antwoord op de vraag nr. 7 Van 22 december 1981 Z. Revue nr. 52, blz. 73, nr. 9.
, van het geachte Lid (bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, 1881-1982, nr. 3, blz. 55 en 56).
Voor de toepassing van wat voorafgaat dient geen onderscheid te worden gemaakt naargelang de belasting kan worden teruggegeven tijdens de gewone handelsactiviteit van een vennootschap dan wel tijdens de vereffening naar aanleiding van de ontbinding van laatstgenoemde.
2. De verjaringstermijn ten aanzien van de in artikel 77 van het BTW-Wetboek bedoelde teruggaven bedraagt vijf jaar.
In het door het geachte Lid beoogde geval ontstaat de vordering tot teruggaaf op het tijdstip waarop het geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering als zeker mag worden beschouwd.
Wanneer evenwel de rechthebbende op teruggaaf een belastingplichtige is die gehouden is een maand- of een kwartaalaangifte in te dienen, wordt dit uitgangspunt verschoven tot op het tijdstip van het verstrijken van de termijn bepaald voor het indienen van de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de oorzaak van teruggaaf zich heeft voorgedaan.