Aftrek van voorbelasting. Handelsgeschenken van geringe waarde. Sportartikelen waarop reclame is aangebracht. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1447 28 februari 1995

Zoeken

Aftrek van voorbelasting. Handelsgeschenken van geringe waarde. Sportartikelen waarop reclame is aangebracht.Aftrek van voorbelasting. Handelsgeschenken van geringe waarde. Sportartikelen waarop reclame is aangebracht. Maatstaf van heffing. Herziening aftrek van BTW geheven van bedrijfsmiddelen.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1447-aftrek-voorbelasting-handelsgeschenken-geringe-waarde-de2d

Nummer
1447
Datum
28 februari 1995

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

24 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1994 - 1995, nr. 149, blz. 16.043 - 16.046.

Aftrek van voorbelasting. - Handelsgeschenken van geringe waarde. - Sportartikelen waarop reclame is aangebracht. - Maatstaf van heffing. - Herziening aftrek van BTW geheven van bedrijfsmiddelen.

VRAAG

Ingevolge artikel 45 van het BTW-wetboek, mag de BTW die betaald is door een BTW-belastingplichtige voor aan hem geleverde diensten, zoals reclamekosten, in aftrek gebracht worden via de BTW-aangiften.

1. Een BTW-belastingplichtige deelt ter gelegenheid van de opening van zijn vernieuwde zaak, aan de klanten en genodigden, bij de openingsreceptie een geschenk uit ter waarde van 600 frank (exclusief BTW), geschenk waarin de belastingplichtige normaal geen handel drijft, doch waarop wel een tekst is aangebracht, namelijk de naam en het adres van het bedrijf. In eerste instantie zijn dit kosten van onthaal (artikel 45, § 3, 4°) en is de BTW niet aftrekbaar.

Mogen we die kosten echter beschouwen als reclamekosten, omdat de naam en adres van het bedrijf op het geschenk zijn afgedrukt en is de BTW dan wel aftrekbaar ?

2. Een BTW-belastingplichtige koopt in het kader van een reclameactie kledingstukken aan, waarop de naam en de handelsactiviteit van zijn bedrijf zijn afgedrukt (kostprijs per stuk 2.500 frank). Een beperkt gedeelte wordt gratis weggegeven (toepassing van artikel 12, § 1, 2°, onttrekking met BTW). De rest wordt verkocht tegen een lagere prijs (1.500 frank) dus met verlies. Die verkoop wordt opgenomen in het dagboek van ontvangsten en de BTW wordt afgedragen in de periodieke BTW- aangiften.

Is de BTW aftrekbaar ook al is de verkoop bewust met verlies gedaan, om reclame te maken ?

3. Een BTW-belastingplichtige start zijn economische activiteit in de loop van januari 1995. Voor die activiteit gebruikt hij een garage volledig als opslagplaats voor zijn voorraad goederen. De garage werd opgericht in 1989 met voldoening van de BTW. Ingevolge artikel 48, § 2, van het BTW-wetboek is de herzieningstermijn voor de aftrekbare BTW, tien jaar voor nieuwe onroerende goederen opgericht met BTW. In toepassing van artikel 45 van het BTW-wetboek en aanschrijving 29/1975 (BTW-Revue nr. 24/76 nr. 6-7) moet een belastingplichtige zijn recht op aftrek echter uitoefenen binnen de vijf jaar en mits een aanvraag. Het is in dit geval niet mogelijk de aanvraag binnen die termijn van vijf jaar te doen : de economische activiteit start pas in het 6e jaar na oprichting van het nieuwe gebouw.

Kan de belastingplichtige zijn recht op aftrek - mits aanvraag aan zijn BTW-controlekantoor - alsnog uitoefenen ?

ANTWOORD

1. De voorwerpen (andere dan deze die door het bedrijf worden gefabriceerd of verkocht) die in beroepsrelaties worden gegeven en waarvan de kostprijs door het bedrijf als algemene onkosten wordt geboekt, worden aangemerkt als geschenken van geringe waarde zo hun inkoopprijs, of bij gebreke daarvan, hun normale waarde, voor het gehele geschenk, lager is dan 500 frank (exclusief BTW). Is deze voorwaarde vervuld, dan mag de belasting geheven van die voorwerpen of van de elementen waaruit ze zijn samengesteld, in aftrek worden gebracht.

Bedraagt de waarde van deze voorwerpen 500 frank of meer (exclusief BTW), dan mag geen aftrek plaatsvinden. Werd de belasting bij de verkrijging afgetrokken omdat het goederen betreft waarin de belastingplichtige handel drijft, dan moet bij de afgifte ervan die aftrek niet worden herzien, maar is de onttrekking met het oog op de afgifte als geschenk zelf een handeling die met een belastbare levering wordt gelijkgesteld op grond van artikel 12, § 1, 2°, van het BTW- wetboek en waarvan de opeisbare BTW op haar beurt niet aftrekbaar is.

Derhalve kan een belastingplichtige die ter gelegenheid van een openingsreceptie geschenken uitdeelt ter waarde van 600 frank (exclusief BTW), de BTW geheven van deze geschenken niet in aftrek brengen. Het feit dat op bedoelde voorwerpen naam en adres van het bedrijf zijn aangebracht speelt hierbij geen enkele rol.

2. De afgifte door een belastingplichtige van kledingstukken waarop zijn naam en activiteit zijn afgedrukt, is een handeling die bestaat in de afgifte van een goed door die belastinglichtige met als tegenprestatie het verlenen van een dienst en in voorkomend geval het betalen van een opleg in geld door de verkrijger van dat goed. Laatstgenoemde maakt immers door het dragen van betreffende kledingstuk met daarop de naam en de activiteit van de belastingplichtige hoe dan ook reclame voor deze laatste.

Onder gegeven omstandigheden is de gratis afgifte van een kledingstuk dan te beschouwen als een levering onder bezwarende titel die in hoofde van de belastingplichtige de BTW opeisbaar maakt.

Wat de maatstaf van heffing betreft, wordt verwezen naar een recent arrest van het Hof van Justitie dat in een gelijkaardig geval heeft bepaald dat , bij gebreke van een tussen partijen overeengekomen prijs in geld, de waarde van de tegenprestatie - vermits deze waarde subjectief is - noodzakelijkerwijze gelijk moet zijn aan de waarde die de begunstigde van de tegenprestatie daaraan hecht en derhalve bereid is te betalen om deze tegenprestatie te verkrijgen. In hoofde van de belastingplichtige is aldus die waarde gelijk aan de aankoopprijs van het betreffende kledingstuk (z. Hof van Justitie, zaak C. 33/93, Empire Stores Ltd/Commissioners of Customs and Excise, 2 juni 1994).

Wanneer in het geval de tegenprestatie deels bestaat in een geldsom en deels in een dienstverrichting (nl. het voeren van reclame) is, rekening houdend met hetgeen voorafgaat, de maatstaf van heffing voor de berekening van de BTW voor de levering van de kledingstukken die afgegeven worden mits betaling van een bedrag van 1.500 frank per stuk en mits de prestatie bestaande in het voeren van reclame, gelijk aan de globale som van 2.500 frank. De waarde van de dienstprestatie stemt immers overeen met 1.000 frank, zijnde het excedent dat de handelaar bereid is te betalen voor het verkrijgen van deze prestatie vanwege de kopers van de kledingstukken.

Uiteraard is de BTW geheven van deze kledingstukken in hoofde van de verkoper-belastingplichtige volgens de gewone regels aftrekbaar (z. artikel 45, § 1, 1°, van het BTW-wetboek).

3. Wanneer een belastingplichtige als bedrijfsmiddel een goed gebruikt dat hij heeft verkregen vóór hij de hoedanigheid van belastingplichtige verkreeg, kan hij, rekening houdend met artikel 49, 1°, van het BTW-wetboek, een gedeelte van de belasting geheven van de verkrijging of de aankoop van dat goed in aftrek brengen.

Deze aftrek kan worden uitgeoefend hetzij in de eerste periodieke aangifte die betrokkene moet indienen, hetzij in één van de aangiften in te dienen binnen twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop hij de hoedanigheid van belastingplichtige heeft verkregen. Bedoeld recht op aftrek kan zelfs nog worden uitgeoefend binnen vijf jaar te rekenen vanaf bovengenoemd tijdstip, mits machtiging van de bevoegde hoofdcontroleur.

Gelet op hetgeen voorafgaat kan in het geval beoogd door het geacht lid, de belastingplichtige een gedeelte van de belasting geheven van de oprichting van het gebouw alsnog in aftrek brengen.

De uit te oefenen aftrek is gelijk aan het bedrag van de terzake van de oprichting van de garage betaalde BTW verminderd met één tiende per jaar of gedeelte van een jaar dat, sedert 1 januari van het jaar waarin het bedrijfsmiddel werd verworven, verlopen is vóór het jaar waarin betrokkene de hoedanigheid van belastingplichtige heeft verkregen.

Die aftrek zal uiteraard moeten worden verantwoord door de factuur of het voorgeschreven document dat op zijn naam is opgesteld.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 453 voorkomens
WBTW art. 121 voorkomen
WBTW art. 481 voorkomen
WBTW art. 491 voorkomen