Personenbelasting, Vrije beroepen, Kasstelsel (MV 2371C) · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

144 55 14 januari 2020

Zoeken

Personenbelasting, Vrije beroepen, Kasstelsel (MV 2371C)

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/144-personenbelasting-vrije-beroepen-kasstelsel-mv-6d12

Nummer
144
Zittingsperiode
55
Datum
14 januari 2020

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Schriftelijke vraag en antwoord nr : 144 - Zittingsperiode : 55

Auteur : Benoît Piedboeuf, MR (06423)

Departement : Vice-eersteminister en Minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en Minister van Ontwikkelingszaken

Titel : Personenbelasting. - Vrije beroepen. - Kasstelsel (MV 2371C).

Datum indiening : 14/01/2020

Vraag

1. Zijn de natuurlijke personen die een vrij beroep uitoefenen verplicht om het kasstelsel toe te passen voor de btw-berekening?

2. Als het een keus betreft, moeten de betrokken belastingplichtigen zich dan een bepaald aantal jaar aan die keus houden voordat ze van stelsel kunnen veranderen?

3. Vrije beroepers worden nu ook beschouwd als handelaars. Heeft dat, behalve dat ze failliet kunnen worden verklaard, nog andere gevolgen en in het bijzonder voor de toepassing van het kasstelsel?

Antwoord

Publicatie antwoord : B012 · Publicatiedatum : 24/02/2020

Het feit dat een beoefenaar van een vrij beroep aan de boekhoudkundige verplichtingen bepaald in boek III, titel 3, hoofdstuk 2 van het Wetboek van economisch recht onderworpen is, doet geen afbreuk aan artikel 27, lid 2, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

De geldsommen toegekend aan een natuurlijke persoon die een vrij beroep uitoefent, als tegenprestatie voor de handelingen verricht in het kader van zijn beroepswerkzaamheid, blijven belastbaar op het tijdstip van de inning.

Het antwoord dat de toenmalige minister van Financiën inzake inkomstenbelastingen heeft verstrekt op punten 1 en 2 van de parlementaire vraag nr. 122 van 24 september 1979 van de heer Coppieters is dan ook nog steeds actueel.

Dat betekent dat beoefenaars van een vrij beroep die aan de personenbelasting zijn onderworpen, er nog altijd moeten voor zorgen dat zij, bij het opstellen van hun aangifte in de personenbelasting, een resultaat aangeven waaruit de niet-geïnde schuldvorderingen bij het begin en aan het einde van het belastbare tijdperk zijn geweerd.

Vraag en antwoord gepubliceerd door de Kamer van volksvertegenwoordigers in het Bulletin van vragen en antwoorden · De vraag op de website van de Kamer