VRAAG
Krachtens artikel 226 van het WIB, is de uitoefenaar-van een vrij beroep verplicht een dagboek bij te houden met inschrijvingen van de dagontvangsten.
Nochtans zijn er momenteel heel wat ondernemingen, als uitbaters van een vrij beroep zoals architekten, accountants, belastingkonsulenten, die zich verenigden in een burgerlijke vennootschap. Dus niet onder een of andere vorm voorzien in het Wetboek van koophandel.
De boekhoudingen van deze verenigingen worden veelal uitgevoerd via computer, volgens de regels van het dubbel boekhouden.
De betalingen zijn daardoor nauwkeurig te volgen in een financieel en algemeen dagboek. Verder beschikt men over een lijst der betaalde fakturen.
Het manueel bijhouden van het opgelegde dagboek geeft bijkomend nutteloos werk vermits voornoemde verenigingen doorgaans de resultaten aan de administratie voorleggen die bekomen werden door het voeren van een korrekte volledige boekhouding.
In deze boekhouding zijn de uitgereikte doch niet vereffende debetnota's gericht aan de kliënteel begrepen.
Kan de geachte Minister mij antwoorden op volgende vragen:
1. Kan de beoefenaar van een vrij beroep zijn aangifte opstellen op basis van de resultaten van een boekhouding, gevoerd volgens de regels van het dubbel boekhouden?
Dit impliceert dat inkomsten zijn aangegeven die niet ontvangen zijn.
2. Dient die persoon of vereniging daarnaast het dagboek manueel bij te houden, hetgeen een ontvangstencijfer zou aantonen dat niet overeenstemt met de resultaten der gevoerde boekhouding (alleen ontvangsten, geen vorderingen)?
3. Kan het dagboek vervangen worden door een computerlisting die een gedetailleerde opgave der betaalde fakturen weergeeft?
4. Mag in het voorgeschreven dagboek verwezen worden naar de computerlisting?
ANTWOORD
In burgerlijke vennootschappen die baten van vrije beroepen, ambten of posten en/of van winstgevende bezigheden genieten, worden de opnemingen van de vennoten of leden, alsook hun deel in de verdeelde of onverdeelde baten, krachtens artikel 25 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, als baten ten name van die vennoten of leden belast.
De bovenbedoelde baten worden, krachtens artikel 30 van het genoemde wetboek, vastgesteld door van het totale bedrag van de ontvangsten de uitgaven af te trekken die aan het uitoefenen van het beroep eigen zijn.
De Administratie der directe belastingen neemt aan dat beoefenaars van een vrij beroep, ambt of post die hun werkzaamheid in een burgerlijke vennootschap uitoefenen, met betrekking tot die werkzaamheid slechts één gemeenschappelijke boekhouding bijhouden die, overeenkomstig de voorschriften van artikel 226 van hetzelfde wetboek, moet bestaan, eensdeels, uit ontvangstbewijsboekjes ten name van de burgerlijke vennootschap en, anderdeels, uit een dagboek waarin alle ontvangsten en uitgaven van die vennootschap worden opgetekend en waarin aan het einde van het boekjaar de verdeling van de aan elk van de vennoten of leden toegekende nettobaten wordt ingeschreven.
Vragen 1 en 2.
Hetgeen voorafgaat belet niet dat beoefenaars van een vrij beroep een boekhouding voeren volgens de gebruikelijke regelen van het dubbel boekhouden. Wel moeten zij ervoor zorgen dat zij bij het opstellen van hun aangifte voor de personenbelasting, een resultaat aangeven waaruit de niet-geïnde schuldvorderingen bij het begin en aan het einde van het belastbare tijdperk geweerd zijn, zodanig dat de uitkomst van de ontvangsten overeenstemt met die welke wordt bekomen volgens de fiscaal voorgeschreven boekhouding (cfr. hierna).
Vragen 3 en 4.
De bepalingen van artikel 226, § 2, van hetzelfde wetboek voorzien onder geen enkel beding in enige afwijking, wat het houden van een dagboek betreft. In de huidige stand van de wetgeving kan er derhalve geen sprake van zijn het dagboek door een computerlisting te vervangen of in het dagboek alleen maar naar een dergelijke listing te verwijzen.
Wat betreft de BTW-reglementering zijn de associaties zonder rechtspersoonlijkheid BTW-belastingplichtigen voor zover de voorwaarden voorzien bij artikel 4 van het BTW-Wetboek voldaan zijn. Deze associaties moeten bijgevolg de verschuldigde BTW in hun naam aan de Staat voldoen.
De zelfstandige deelgenoten (architecten, accountants en belastingconsulenten) die lid zijn van een dergelijke associatie, zijn op hun beurt eveneens BTW-belastingplichtigen.
Indien het echter gaat om diensten verricht in de uitoefening van hun geregelde werkzaamheid door de beoefenaars van vrije beroepen bedoeld in artikel 44, § 1, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, zijn deze van de belasting vrijgesteld. Op grond van het artikel 5 van het voormelde wetboek kunnen ze dan ook niet als belastingplichtige aangemerkt worden.
Dit geldt eveneens voor een associatie van dergelijke beoefenaars van vrije beroepen.
Vraag 1.
Noch het Wetboek, noch de uitvoeringsbesluiten bevatten dwingende voorschriften met betrekking tot de te volgen boekhoudmethode. Iedere belastingplichtige mag vrij kiezen op welke wijze hij zijn boekhouding voert, op voorwaarde dat ze is aangepast aan de fiscale verplichtingen die door de BTW-voorschriften worden opgelegd.
Vragen 2, 3 en 4.
De boekhoudkundige verplichtingen opgelegd aan de BTW-belastingplichtigen maken het voorwerp uit van de artikelen 11 tot 14 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
De geciteerde belastingplichtigen (beoefenaars van vrije beroepen) zijn onder meer verplicht boeken voor ingaande en uitgaande facturen te houden welke bestaan uit een blad per blad genummerd register; onder bepaalde voorwaarden mogen ze uit losse bladen bestaan. Dit houdt in dat computerverwerking voor deze boeken dus toegelaten is. De ontvangsten die voortkomen van handelingen waarvoor geen factuur werd afgegeven, dienen te worden aangetekend in het dagboek van ontvangsten.
Het dagboek van ontvangsten dient steeds te worden gehouden in de vorm van een register; in geen geval mag het door losse bladen worden vervangen.
Ten aanzien van de prestaties van architecten, landmeters en ingenieurs aanvaardt de administratie dat de BTW slechts verschuldigd is naarmate van de ontvangst der erelonen, ongeacht of die prestaties voor belastingplichtigen of niet-belastingplichtigen werden verricht.
De toepassing van de afwijking is beperkt tot de prestaties die door deze personen in het kader van hun beroep worden verricht.
Het dagboek van ontvangsten en uitgaven dat gehouden wordt volgens het bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 gevoegde model, voldoet aan de voorschriften van artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, op voorwaarde dat het aangevuld wordt met een kolom bestemd voor de inschrijving van de BTW op de ontvangen erelonen.
Daar de BTW ter zake van dergelijke prestaties slechts verschuldigd is naarmate van de incassering van het ereloon, is het houden van een afzonderlijk boek voor uitgaande facturen niet vereist.
Deze vereenvoudigde vorm van boekhouding mag ook gevoerd worden door de architect, de landmeter of de ingenieur, wiens jaaromzet toevallig eens de vijftien miljoen frank overtreft.