Treinvervoer. Vrijstelling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1436 3 juli 1998

Zoeken

Treinvervoer. Vrijstelling

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1436-treinvervoer-vrijstelling-dienderen-spoorvervoer-4516

Nummer
1436
Datum
3 juli 1998

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

22 paragrafen

BTW-Revue nr. 141, blz. 288

Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 142, blz. 19557-19558

Treinvervoer - Vrijstelling

VRAAG

"Met het oog op de harmonisering van de concurrentievoorwaarden waaronder bepaalde NMBS-activiteiten worden uitgevoerd, die niet tot de opdrachten van openbare dienst behoren:

•...

•wat betreft de harmonisering van de BTW-regeling en BTW-aanslagvoeten die gelden voor de diverse modi van internationaal reizigersvervoer, verbindt de Staat zich ertoe de voorstellen te steunen die door de Europese Commissie zouden gedaan worden."

Dat staat in het Tweede Beheerscontract tussen de Staat en de NMBS. Het is duidelijk dat dit zeer belangrijk is voor de NMBS. Voor internationaal luchtvervoer wordt er bijvoorbeeld geen BTW op de tickets gevraagd, voor treinverkeer wel.

1. Hoe ver staat het met de uitvoering van deze contractuele bepaling?

2. Wat zijn de knelpunten?

3. Hoe lost u die op?

4. Is er een tijdschema om tot een gelijkschakeling te komen?

5. Is hierover overleg met de minister van Vervoer?

ANTWOORD

Personenvervoer is een dienst die, wanneer hij hier te lande wordt verricht, aan de BTW is onderworpen. Vervoer dat buiten België plaatsvindt, ontsnapt derhalve aan de Belgische BTW.

Artikel 28, lid 3, b), van de zesde BTW-richtlijn van 17 mei 1977, en punt 17 van bijlage F aan die richtlijn, maakt het de lidstaten mogelijk het personenvervoer, dat vóór de inwerkingtreding van die richtlijn reeds was vrijgesteld, te blijven vrijstellen, onder de op dat tijdstip vigerende voorwaarden.

Bij toepassing van die bepalingen heeft België de vrijstelling van BTW voor het zeevervoer en het internationale luchtvervoer van personen die sedert 1 januari 1971 vervat is in artikel 41, § 1, 1°, van het Belgische BTW-Wetboek, kunnen behouden.

Daar er op het tijdstip van inwerkingtreding in België geen vrijstelling bestond met betrekking tot het personenvervoer over de weg (trein-, busvervoer, ... ) kon en kan er, zonder wijzigingen van de desbetreffende bepalingen terzake, geen vrijstelling worden toegestaan.

Tot op heden is er door de Europese Commissie bij de Raad nog geen voorstel ingediend inzake een uniforme wijze van belasting - of vrijstelling - van het personenvervoer.

Bij gebrek aan dergelijk voorstel, en de goedkeuring ervan met unanimiteit door de Raad van de Europese Unie, is het dus uitgesloten om voor het treinvervoer de bestaande regeling te wijzigen.

Het spreekt vanzelf dat elk Europees initiatief voor het aannemen van een geharmoniseerde taxatieprocedure voor elke wijze van personenvervoer mijn volle steun zal genieten.

1-5. Wat betreft het eigenlijke beheerscontract tussen de Staat en de NMBS, alsmede de uitvoering ervan, deze materie behoort tot de bevoegdheid van de minister van Vervoer.

Aangehaalde teksten

1