Parlementaire vraag nr. 1431 van de heer Wouter Vermeersch d.d. 06.04.2023
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/112 d.d. 26.05.2023, blz. 151
Vraag nr. 1431 van De heer volksvertegenwoordiger Wouter Vermeersch van 06 april 2023 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Toepassing nieuwe procedure btw-aftrek volgens werkelijk gebruik bij occasionele handelingen.
VRAAG
Sinds 1 januari 2023 geldt voor gemengde belastingplichtigen een nieuwe procedure voor de uitoefening van de btw-aftrek volgens werkelijk gebruik.
Er zijn echter veel btw-belastingplichtigen die occasioneel en bijkomstig vrijgestelde handelingen verrichten, bijv. de verhuur van vastgoed.
1. Moeten deze belastingplichtigen, die correct het werkelijk gebruik toepassen, ook de kennisgeving doen via de toepassing e604 en de bijkomende informatie over het werkelijk gebruik of worden zij hiervan ontheven omdat het bijkomstige activiteiten betreffen?
2. Wij begrijpen dat er al beslissingen werden uitgevaardigd door de centrale diensten van de FOD Financiën, maar deze zijn niet algemeen bekend. Als er effectief een ontheffing is, kan de administratie dan duidelijke regels opstellen wanneer deze ontheffing geldt en wanneer niet? Met andere woorden, wanneer is een activiteit bijkomstig aan een hoofdactiviteit? Om alle twijfel op het terrein weg te nemen, graag een duidelijk antwoord.
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 17.05.2023:
Een aantal belastingplichtigen is bij wet verplicht om het werkelijke gebruik toe te passen en valt dus buiten de keuzeprocedure van artikel 46, § 2, van het Btw-Wetboek. Deze belastingplichtigen zijn bijgevolg niet gehouden tot de indiening van de voorafgaande kennisgeving van de keuze om de aftrek toe te passen volgens het werkelijke gebruik (e604), noch zijn zij gehouden om de gegevens met betrekking tot deze regeling mee te delen via de periodieke btw-aangifte.
Het betreft:
- de gedeeltelijke belastingplichtigen, die handelingen binnen de werkingssfeer van de btw en handelingen buiten de werkingssfeer van de btw verrichten. Deze belastingplichtigen zijn op grond van artikel 45 van het Btw-Wetboek bij wet verplicht om hun aftrek over deze handelingen uit te oefenen op basis van de regel van het werkelijke gebruik en zijn dus uitgesloten van de keuzemogelijkheid van artikel 46, § 2, van het Btw-Wetboek. Enkel wanneer zij voor hun economische activiteit zowel belaste als vrijgestelde handelingen verrichten, kunnen zij voor de aftrek van btw opteren voor het werkelijk gebruik overeenkomstig artikel 46, § 2, van het Btw-Wetboek.
- de gemengde belastingplichtigen die het algemeen verhoudingsgetal toepassen en occasioneel een handeling stellen beoogd door artikel 13 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde zijn gehouden om het werkelijk gebruik toe te passen voor de aftrek van btw over kosten die betrekking hebben op die occasionele handeling. Voor de aftrek van btw over de overige handelingen passen zij hun algemeen verhoudingsgetal toe.
Bedoeld worden de handelingen die bestaan in het afstoten van bedrijfsmiddelen die door de belastingplichtige in zijn bedrijf werden gebruikt, evenals de opbrengsten van en de inkomsten uit onroerende en uit financiële verrichtingen, tenzij die verrichtingen behoren tot een specifieke economische activiteit. Het werkelijke gebruik moet ook toegepast worden op de btw geheven van de uitgaven die niet rechtstreeks gedragen worden door een bedrijfszetel die onderscheiden is van de in België gevestigde zetel voor de in het buitenland verrichte handelingen van die bedrijfszetel.
- de gewone belastingplichtigen die occasioneel genoemde handelingen stellen, zijn gehouden om het werkelijke gebruik toe te passen voor de aftrek van btw over kosten die betrekking hebben op die occasionele handelingen. Voor de aftrek van btw over de overige handelingen kunnen zij hun aftrek uitoefenen als gewone belastingplichtige overeenkomstig de normale regels.
Het occasionele karakter van genoemde handelingen (artikel 13 van voornoemd koninklijk besluit nr. 3), is een feitelijk gegeven en dient bijgevolg geval per geval te worden beoordeeld.
Tot slot wordt opgemerkt dat deze problematiek nog nader wordt onderzocht en dat het niet uitgesloten is dat de regelgeving nog bijkomende wijzigingen ondergaat.