Nieuw gebouw. Normale waarde gebouw. Eigen werk. Bouwwaarde. Kosteloze medewerking bij werk · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

143 10 juni 1970

Zoeken

Nieuw gebouw. Normale waarde gebouw. Eigen werk. Bouwwaarde. Kosteloze medewerking bij werkNieuw gebouw. Normale waarde gebouw. Eigen werk. Bouwwaarde. Kosteloze medewerking bij werk in onroerende staat. Wettelijk vermoeden. Bewijs. Maatstaf van heffing. Controlemaatregel. Bouwdossier

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/143-nieuw-gebouw-normale-waarde-eigen-6264

Nummer
143
Datum
10 juni 1970

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1969-1970 blz. 1682

Nieuw gebouw - Normale waarde gebouw - Eigen werk - Bouwwaarde - Kosteloze medewerking bij werk in onroerende staat - Wettelijk vermoeden - Bewijs - Maatstaf van heffing - Controlemaatregel - Bouwdossier

VRAAG

In de wet van 9 mei 1967 - taks op de bouwwaarde - wordt o.a. bepaald dat van de bouwwaarde mag worden afgetrokken de waarde van de materialen en het werk uitgevoerd door de opdrachtgever zelf of met de kosteloze medewerking van anderen.

ANTWOORD

Het gelieve de geachte Minister mij te laten weten of een gelijkaardige beschikking zal toegepast worden na de invoering van de BTW ?

Antwoord: In het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt door artikel 64, § 4, een vermoeden ingevoerd, waardoor ieder pas opgericht gebouw wordt geacht door een belastingplichtige geleverd te zijn ter uitvoering van een of meer dienstverrichtingen met betrekking tot een werk in onroerende staat, behalve indien bewezen wordt dat het werd vervreemd in de omstandigheden bepaald bij artikel 9, § 3.

Dit vermoeden heeft tot gevolg dat er in principe ten aanzien van ieder pas opgericht gebouw facturen moeten bestaan tot beloop van de normale waarde van die dienstverrichtingen.

Bij de bespreking van artikel 64 in de Verenigde Commissies voor de Economische Zaken en de Financiën van de Senaat werd opgemerkt dat het hier gaat om een vermoeden "juris tantum" zodat de eigenaar van het gebouw steeds zal kunnen bewijzen dat hij het gebouw geheel of gedeeltelijk zelf of met de kosteloze medewerking van anderen heeft opgericht (zie Parl. doc. Senaat nr 455, zitting 1968-1969 van 20 juni 1969). Wanneer dat bewijs wordt geleverd zal de BTW niet verschuldigd zijn over de normale waarde, materialen inbegrepen, van dat werk.

Er wordt nochtans opgemerkt dat ingevolge artikel 19, 2°, van het BTW-Wetboek met het verrichten van diensten is gelijkgesteld de uitvoering door een belastingplichtige, handelend voor eigen behoeften, van een werk in onroerende staat, met uitzondering van onderhouds- en herstellingswerk en werk dat bestaat in de oprichting van een gebouw door een in artikel 8, § 1, bedoelde belastingplichtige.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 191 voorkomen

Administratieve doctrine

2

« … zodat de eigenaar van het gebouw steeds kan bewijzen dat er in een bepaalde mate geen dienstverrichting m.b.t. een werk in onroerende staat is geweest of dat een dienstverrichting alleen bestond in het verrichten van werk zonder levering van materialen (z. vraag nr. 143 van Senator Jorissen d.d. 10 juni 1970 , bulletin van Vragen en Antwoorden, 1969-1970, nr. 38, blz. 1682 (1)). Het bewijs dat er in een bepaalde mate werk in onroerende staat werd verricht anders dan ter uitvoering van een belastbare handeling, kan door de eigenaar worden geleverd door alle … »

Normale waarde gebouw. Eigen werk. Bouwwaarde. Werk in onroerende staat. Wettelijk vermoeden.Parlementaire vraag09.05.1974

Bekijk de 2 documenten