Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1985-1986 blz. 713
Minimummaatstaf van heffing - Normale waarde - Werk in onroerende staat - Op te richten gebouw - Onroerend goed - Kosten van aansluiting op nutsvoorzieningen - Waternet - Elektriciteitsnet - Studiewerk en toezicht - Architect - Landmeter - Ingenieur - Teledistributie
VRAAG
Graag had ik van u een antwoord gekregen op de volgende vragen :
1. waarom is het aan het personeel van de controle op de BTW niet toegelaten de kosten van aansluiting op het water- en elektriciteitsnet, evenmin als het bedrag dat aan de architect moet worden betaald, op te nemen in de normale bouwprijs ? Het gaat hier nochtans om onontbeerlijke aspekten die de omvang van de uitgevoerde en met facturen bewezen werkzaamheden verantwoorden.
2. waarom zijn die zelfde personeelsleden van de BTW volgens een bestuurlijke circulaire tot geheimhouding verplicht over de coëfficiënt die van jaar tot jaar van toepassing is op de materialen die de eigenaar zelf plaatst ?
3. waarom mogen die zelfde personeelsleden geen gedetailleerde uitleg verschaffen over de manier waarop het ontbrekende BTW-bedrag wordt bepaald, welk BTW-tarief 6, 16 of 17 pct. bedraagt, wanneer de werkzaamheden gespreid zijn van 1979 tot 1983 bijvoorbeeld ?
Tot mijn spijt heb ik vastgesteld dat de ambtenaar die de inkomstenbelasting vaststelt, vrijwillig en gewetensvol de belastingplichtige voorlichting omtrent zijn belastbaarheid door hem zijn aanslag te laten controleren, doch dat er voor de BTW geen voorlichting voorhanden is, wat mij ongerijmd en vreemd voorkomt.
ANTWOORD
1. Artikel 36, § 1,b, van het BTW-Wetboek bepaalt een minimummaatstaf van heffing ten aanzien van werk in onroerende staat dat betrekking heeft op op te richten gebouwen.
Naar luid van artikel 19, § 2, laatste lid, van het BTW-Wetboek wordt onder werk in onroerende staat verstaan : het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken, geheel of ten dele, van een uit zijn aard onroerend goed, en de handeling die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.
Zijn geen diensten betreffende werk in onroerende staat en zijn om die reden niet in de normale oprichtingsprijs inbegrepen :
1° het studiewerk en toezicht die behoren tot de geregelde werkzaamheid van architecten, landmeters en ingenieurs;
2° de aansluiting op leidingen voor gas-, elektriciteit-, wateren teledistributie, aangezien de door de distributiebedrijven gefactureerde kosten ervan moeten worden aangemerkt als bestanddelen van de prijs van de levering van het gas, de elektriciteit, het water of van de diensten van teledistributie.
Uit het bovenstaande volgt dat de facturen betreffende die werken niet in aanmerking mogen worden genomen voor de verantwoording van de door de bouwheer betaalde BTW.
2 en 3. In tegenstelling met wat het geachte Lid meent, schrijven de administratieve richtlijnen de controleambtenaren voor om elke eigenaar van een pas opgericht gebouw de gewenste uitleg te geven onder meer betreffende de wijze waarop de normale waarde van het werk van de eigenaar werd bepaald en de wijze waarop het tekort voor de toepassing van de BTW-tarieven werd gesplitst .
Ik ben ertoe bereid, op grond van concrete gegevens, de mij vermelde bijzondere gevallen te doen onderzoeken.