Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 138, blz. 27090-27092
Termijn van de teruggave BTW-rekening-courant
VRAAG
Koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 vermeldt uitdrukkelijk dat een BTW-belastingplichtige die via zijn BTW-rekening-courant beschikt over een tegoed bij de BTW-administratie, dit tegoed niet kan terugkrijgen indien het tegoed onder de 245 euro blijft op het einde van het jaar. Artikel 82 bis van het Wetboek BTW bepaalt dat er verjaring is voor de vordering tot teruggaaf van de BTW, van de interesten en van de administratieve geldboeten, na het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van teruggaaf van de BTW, interesten en administratieve geldboeten zich heeft voorgedaan. Recentelijk is er echter enige verwarring ontstaan dienaangaande. Menig BTW belastingplichtige was er in het verleden van overtuigd dat het toezenden van uittreksels van de rekening-courant van de belastingplichtige een steeds terugkerende schulderkenning in hoofde van de BTW-administratie inhield, welke in overeenstemming met artikel 2248 Burgerlijk Wetboek verjaringsstuitend zou zijn. Schijnbaar hanteert de BTW-administratie recentelijk een meer dan dubbelzinnige houding. Voor gewone tegoeden op de rekening- courant hanteert de administratie een verjaringstermijn van drie jaar. Dus belastingplichtigen die door omstandigheden op het einde van drie opeenvolgende jaren niet aan 245 euro terugvorderbare BTW komen, verliezen gewoon hun BTW tegoed. Maar anderzijds stelt de administratie recentelijk wel dat tegoeden die ontstaan zijn via bijzondere rekeningen (ET 110.131 van 3 maart 2006) slechts na tien jaar verjaren. Meteen zegt de administratie dat een belastingplichtige die een tegoed heeft op zijn rekening-courant verplicht is om gedurende één periode geen BTW-aangifte in te dienen om alsnog een bijzondere rekening uit te lokken waardoor de BTW-administratie automatisch een bijzondere rekening opent.
1. Graag hadden wij van u vernomen of het correct geïnterpreteerd is dat kleine zelfstandigen die weinig of geen BTW kunnen terugvorderen, gewoon elke drie jaar hun BTW zomaar kwijt zijn ?
2. Tevens hadden wij graag uw standpunt vernomen omtrent het feit dat een BTW belastingplichtige die zich moedwillig onttrekt aan zijn BTW-verplichtingen (door minstens één BTW-aangifte opzettelijk niet in te dienen) zich meteen meer rechten (verjaringstermijn 10 jaar) toekent dan een consequent handelende BTW belastingplichtige (verjaringstermijn drie jaar).
3. Tot slot verzoeken wij u uw standpunt mede te delen omtrent het volgens ons overtreden van de beginselen van behoorlijk bestuur in deze materie. Door gedurende meerdere jaren alle drie maanden een BTW-rekeninguittreksel op te sturen, wekt de administratie een vertrouwen bij de belastingplichtige dat hij centen zal terugkrijgen. Door zich strikt aan alle wetten en koninklijke besluiten te houden, verliest hij echter zijn centen.
ANTWOORD
(vice-eerste minister en minister van Financiën, 11.09.2006)
Wanneer het bedrag van het belastingkrediet opgenomen in de rekeningcourant van een belastingplichtige de bedragen bepaald in artikel 81 van het koninklijk besluit nr. 4, met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde niet bereikt, wordt, zoals het geachte lid stelt, dit belastingkrediet naar het volgende aangiftetijdvak overgebracht.
In dat geval is het voor de belastingplichtige volgens de ter zake geldende reglementering niet mogelijk een vordering tot teruggaaf uit te oefenen. Er kan uiteraard geen sprake zijn van enige verjaring van deze vordering, wat ook de termijn is gedurende dewelke het belastingkrediet ingeschreven blijft op de rekeningcourant van de belastingplichtige.
Overigens, en zonder in detail te willen treden op het stuk van procedure, wat het kader van een parlementaire vraag zou te buiten gaan, wens ik de aandacht van het geachte lid er op te vestigen dat, wanneer een belastingplichtige, vrijwillig of niet, zijn fiscale verplichtingen tot indiening van aangifte niet heeft vervuld, artikel 8, § 1 van het koninklijk besluit nr. 24 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, bepaalt dat een bijzondere rekening wordt opgesteld waarin de verschillende gegevens - waaronder het belastingkrediet - die voorkomen op de rekeningcourant worden opgenomen.
Indien, na de indiening van de ontbrekende aangifte(n), de bijzondere rekening nog steeds sluit met een overschot in het voordeel van de belastingplichtige, wordt dit overschot normaal ingeschreven in zijn rekening-courant zodat de regels inzake verjaring van een eventuele vordering tot teruggaaf voor hem zeker niet voordeliger zijn.
Indien het geachte lid evenwel een concreet geval beoogt, nodig ik hem uit mij de elementen waarover hij beschikt mee te delen zodat ik deze kan laten onderzoeken door mijn administratie.
De toepasselijke regels inzake verjaring zullen in elk geval aan de bevoegde diensten in herinnering gebracht worden teneinde een billijke behandeling voor alle belastingplichtigen te verzekeren.