Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1989-1990 blz. 1346
Uitzendkok ( traiteur ) - Levering van warme maaltijden bij de klanten - Spijzen en dranken - Tarief - Restaurant - Levering aan een OCMW van warme maaltijden - Tafeldienen - Voedingsmiddel - OCMW
VRAAG
Een interdepartementale commissie voor bestrijding van de armoede werd opgericht door het koninklijk besluit van 26 oktober 1989. Deze commissie kreeg als opdracht het voorstellen van maatregelen tot voorkoming van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting.
Volgens een recent antwoord van de geachte Minister worden het bereiden en het afleveren van warme maaltijden aan behoeftigen, ondersteund door het OCMW, onderworpen aan de BTW (bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, nr. 4 van 31 oktober 1989, blz. 136). Deze maaltijden worden normaliter volledig gratis afgeleverd, maar dikwijls wordt een kleine symbolische bijdrage betaald door de ondersteunde personen.
In elk geval wordt de BTW derhalve ten laste van het OCMW of van de behoeftigen gelegd. Moet men er in het licht hiervan over verwonderd zijn dat talrijke arme gezinnen zich verplicht zien slechts driemaal per week een warme maaltijd te laten bestellen ? Deze situatie is niet aanvaardbaar.
Indien het OCMW over onvoldoende inkomsten beschikt om haar wettelijke taken te vervullen, zegt artikel 106 van de wet van 8 juli 1976, moet het gemeentebestuur voor de ontbrekende middelen zorgen. De gemeentebesturen moeten derhalve belastingen heffen om het OCMW in de mogelijkheid te stellen de BTW aan de Staat te betalen. Deze abnormale administratieve toestand moet verholpen worden. Een minimum aan concertatie tussen de betrokken ministeries blijkt nodig.
Er bestaat slechts één redelijke oplossing. Maaltijden bereid in opdracht van het OCMW en betaald door deze instantie voor uitdeling aan haar cliënteel, moeten aan de BTW worden onttrokken. Vergeten wij niet dat tenslotte mensen die nauwelijks het minimumbedrag van 17 303 frank per maand ontvangen verplicht zijn de BTW te betalen.
Welke maatregelen kunt u treffen om een dringende oplossing te vinden voor deze erbarmelijke sociale toestand ?
ANTWOORD
Zoals vermeld in het antwoord op de parlementaire vraag nr. 323 van de heer Boël van 4 oktober 1989 (1) (bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, 1989-1990, nr. 4, blz. 136) is de loutere aflevering tegen betaling, zonder enige vorm van of tussenkomst bij de bediening, bij de klant door een uitzendkok van spijzen die hij in zijn bedrijfslokalen bereid heeft, een met BTW belastbare levering.
De hoedanigheid van de klant speelt daarbij in principe geen enkele rol. Naar luid van artikel 2 van de Eerste Richtlijn van de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschappen d.d. 11 april 1967 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting berust de belasting over de toegevoegde waarde immers op het beginsel dat van goederen en diensten een algemene verbruiksbelasting wordt geheven welke strikt evenredig is aan de prijs van die goederen en diensten. Dat de BTW de consumptie in het algemeen raakt, ongeacht de hoedanigheid van de consument is dus een wezenlijk kenmerk van de BTW.
Overigens het verlenen van een dergelijke vrijstelling in functie van de hoedanigheid van de eindverbruiker zou volledig in strijd zijn met de Zesde Richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting : «gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde : uniforme grondslag».
Rekening houdend met hetgeen voorafgaat is het dan ook niet mogelijk om de levering van maaltijden aan of door bemiddeling van het OCMW aan de toepassing van de BTW te onttrekken.
(1) Z. Revue nr. 88, blz. 451.