Btw-aftrek · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1369 21 februari 2023

Zoeken

Btw-aftrek

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1369-btw-aftrek-marianne-verhaert-algemeen-97c4

Nummer
1369
Datum
21 februari 2023

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1369 van mevrouw Marianne Verhaert d.d. 21.02.2023

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/106 d.d. 22.03.2023, blz. 223

Vraag nr. 1369 van Mevrouw de volksvertegenwoordiger Marianne Verhaert van 21 februari 2023 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Btw-aftrek.

VRAAG

Artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit nr. 3 voorziet in een tolerantie voor gemengde btw-plichtigen die hun recht op aftrek uitoefenen volgens het algemeen verhoudingsgetal. Die belastingplichtigen zijn ervan ontheven de herziening met betrekking tot bedrijfsmiddelen te verrichten, wanneer het verschil tussen de in aanmerking te nemen verhoudingsgetallen niet 10 % bereikt.

Gemengde belastingplichtigen die hun recht op aftrek uitoefenen volgens de regel van het werkelijk gebruik, dienen vaak bijzondere verhoudingsgetallen toe te passen voor de btw-aftrek die betrekking heeft op bedrijfsmiddelen. Koninklijk besluit nr. 3 voorziet de tolerantie van 10 %, die geldt voor het algemeen verhoudingsgetal evenwel niet expliciet in de bepalingen die gelden voor het recht op aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik.

Kunt u bevestigen dat de tolerantie van maximaal 10 % zoals voorzien in artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit nr. 3 ook kan worden toegepast voor belastingplichtigen die een bijzonder verhoudingsgetal hanteren bij het uitoefenen van het recht op aftrek volgens de regel van het werkelijk gebruik?

Het beperken van de tolerantie tot het algemeen verhoudingsgetal zou een ernstige discriminatie zijn.

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 22.03.2023:

De bepalingen met betrekking tot de aftrek volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten zoals beoogd door artikel 46, § 2, van het Btw-Wetboek worden geregeld door de artikelen 18bis tot en met 21 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling inzake btw.

De belastingplichtige die de aftrek verricht volgens het werkelijk gebruik van de goederen en diensten moet die aftrek herzien wanneer de goederen en diensten niet worden gebruikt in de bedrijfsafdeling waarvoor ze oorspronkelijk bestemd waren.

Die herziening heeft de terugstorting tot gevolg van de oorspronkelijk in aftrek gebrachte belasting wanneer de goederen en diensten, geheel of gedeeltelijk, worden overgebracht van een bedrijfsafdeling waarvan de handelingen recht op aftrek geven naar een bedrijfsafdeling waarvan de handelingen geen recht op aftrek geven. Ze heeft een bijkomende aftrek tot gevolg in het tegenovergestelde geval. Ten aanzien van de belasting geheven van bedrijfsmiddelen wordt de herziening verricht overeenkomstig de bepalingen van artikel 20 van voormeld koninklijk besluit.

Voor bedrijfsmiddelen die tegelijkertijd worden gebruikt voor de handelingen die volledig recht op aftrek verlenen als de handelingen die geen recht op aftrek verlenen, kan de belastingplichtige gebruik maken van één of meerdere bijzondere verhoudingsgetallen om de aan de belastingplichtige in rekening gebrachte btw toe te wijzen aan de bedrijfsafdelingen waarvan de handelingen volledig recht op aftrek verlenen en de bedrijfsafdelingen waarvan de handelingen geen recht op aftrek verlenen.

Deze bijzondere verhoudingsgetallen kunnen op basis van heel diverse criteria worden opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de bedrijfstechnische kenmerken van de gemengde belastingplichtige. Er bestaan geen wettelijke regels om een bijzonder verhoudingsgetal te bepalen (het kan bijv. gaan om inzet van personeel, gebruikte oppervlakte van een gebouw, CPU-tijd (meet de verwerkingskracht die een enkel programma nodig heeft), aantal behandelde dossiers, enz.). Een wijziging van het bijzonder verhoudingsgetal (bijv. wijziging CPU-tijd in jaar X+1 ten opzichte van jaar X) heeft bijgevolg steeds een impact op de omvang van het recht op aftrek ongeacht de grootorde van de wijziging.

Enkel in het geval een bijzonder verhoudingsgetal wordt berekend "naar analogie met het algemeen verhoudingsgetal" aanvaardt de administratie dat de regels die van toepassing zijn op het algemeen verhoudingsgetal eveneens worden toegepast op het bijzonder verhoudingsgetal. Het gaat in dit geval bijv. om de regels inzake afronding van het algemeen verhoudingsgetal en de ontheffing in hoofde van de belastingplichtige om zijn recht op aftrek van de voorbelasting dat op basis van een voorlopig verhoudingsgetal werd verricht te herzien wanneer het verschil tussen dit voorlopig verhoudingsgetal en het definitief verhoudingsgetal geen 10 % bereikt (artikel 17, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 3). Deze ontheffing is niet van toepassing wanneer het de herziening van een voorlopig verhoudingsgetal betreft dat werd geraamd op basis van exploitatievooruitzichten (artikel 17, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 3).

In die zin wordt een gemengde belastingplichtige die zijn aftrek uitoefent overeenkomstig het algemeen verhoudingsgetal en een gemengde belastingplichtige die zijn aftrek uitoefent overeenkomstig het werkelijk gebruik, maar voor de niet duidelijk toewijsbare kosten gebruik zou maken van een bijzonder verhoudingsgetal berekend als een algemeen verhoudingsgetal, op dezelfde wijze behandeld.

Aangehaalde teksten

5
KB nr. 3 art. 174 voorkomens
KB nr. 3 art. 201 voorkomen
KB nr. 3 art. 211 voorkomen
WBTW art. 461 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … besluit nr. 3). Deze ontheffing is niet van toepassing wanneer het de herziening van een voorlopig verhoudingsgetal betreft dat werd geraamd op basis van exploitatievooruitzichten (artikel 17, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 3) (zie Parlementaire Vraag nr. 1369 van mevr. Marianne Verhaert d.d. 21.02.2023 ) 12. Ik ben een belastingplichtige met volledig recht op aftrek. Ik beslis om de winsten uit mijn onderneming niet uit te keren, maar bij mijn financiële instelling te beleggen middels een beleggingsfonds, termijnrekening, zichtrekening, enz. Word ik nu … »

Circulaire 2024/C/53 FAQ betreffende de toepassing van het recht op aftrekOmzendbrief12.08.2024

Bekijk het document