Parlementaire vraag nr. 1356 van de heer Josy Arens d.d. 14.02.2023
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/107 d.d. 30.03.2023, blz. 159
Vraag nr. 1356 van De heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 14 februari 2023 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Btw op de terbeschikkingstelling van zorgpersoneel.
VRAAG
Klopt het dat, overeenkomstig een arrest van het Grondwettelijk Hof van 2 december 2021, de diensten van terbeschikkingstelling van zorgpersoneel door een uitzendkantoor onderworpen zijn aan btw?
Het Grondwettelijk Hof beroept zich blijkbaar op een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak g. f. Z. OHG (C-594/13) waarin een Duits gerecht wil weten of de diensten van de uitzendkantoren van btw vrijgesteld konden worden als diensten die nauw samenhangen met maatschappelijk werk en met de sociale zekerheid: in het beschikkende gedeelte heeft het Hof van Justitie echter voor recht verklaard dat "gediplomeerd zorgpersoneel dat zijn diensten rechtstreeks ten behoeve van hulpbehoevenden verstrekt" en "een uitzendbureau dat dergelijk personeel ter beschikking stelt van instellingen die zijn erkend als van sociale aard, onder het begrip "organisaties die [...] als instellingen van sociale aard worden erkend" in de zin van deze bepaling valt" niet van btw vrijgesteld zijn.
Betekent dit dat België de Europese richtlijn niet correct omgezet heeft met betrekking tot de btw-vrijstelling voor de diensten van verpleegkundigen?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 29.03.2023:
Vooraf wordt opgemerkt dat het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 12 maart 2015 in zaak C-594/13, "g. f." Z. OHG, betrekking heeft op de uitlegging van artikel 132, lid 1, sub g, van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, dat in Belgisch recht is omgezet in artikel 44, § 2, 2°, van het btw-Wetboek. Uw vraag betreft evenwel de toepassing van artikel 44, § 1, van het btw-Wetboek.
De terbeschikkingstelling van medisch personeel is een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, 2°, van het btw-Wetboek die in beginsel aan het normale tarief van 21 % is onderworpen.
De administratie heeft evenwel middels de administratieve beslissing nr. E.T.8.412 van 8 november 1971 verduidelijkt dat ze, bij wijze van toegeving, de interpretatie van contracterende partijen niet zal betwisten wanneer ze een overeenkomst inzake terbeschikkingstelling van personeel aanmerken als een aannemingscontract. De dienst kan in dat geval de vrijstelling beoogd door artikel 44, § 1, van het btw-Wetboek genieten wanneer het aannemingscontract betrekking heeft op een dienst die wordt verricht door een persoon beoogd door die bepaling en op voorwaarde dat alle andere toepassingsvoorwaarden zijn vervuld, inzonderheid dat de handelingen en behandelingen een therapeutisch doel hebben. De administratie heeft de draagwijdte van dat begrip verduidelijkt middels de circulaire 2021/C/114 van 20 december 2021.
De administratie heeft momenteel niet het voornemen om deze toegeving te herzien.