Filialen buitenlandse bedrijven · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1328 20 april 1998

Zoeken

Filialen buitenlandse bedrijven

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1328-filialen-buitenlandse-bedrijven-michel-bijkantoor-eaf7

Nummer
1328
Datum
20 april 1998

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

32 paragrafen

BTW-Revue nr. 138, blz. 835

Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 138, blz. 19084-19087

Filialen buitenlandse bedrijven

VRAAG

Een in het buitenland gevestigde BTW-plichtige die een filiaal in België heeft en die rechtstreeks vanuit het buitenland een aantal handelingen verricht waarop in België BTW verschuldigd is (bijvoorbeeld leveringen van goederen in België of intracommunautaire verwervingen), moet zijn BTW-nummer gebruiken voor alle handelingen, ook die waarvoor hij niet via zijn filiaal werkt.

Hoe kan men er in dat geval voor zorgen dat het boekhoudkundige resultaat overeenstemt met het resultaat dat uit de BTW-aangiften voortvloeit?

ANTWOORD

De buitenlandse belastingplichtige die hier te lande een voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting heeft in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek, moet het Belgisch BTW-identificatienummer van deze inrichting gebruiken voor alle handelingen die hij in België verricht en waarvoor hij schuldenaar van de belasting is op grond van artikel 51 van het BTW-Wetboek.

Daaruit volgt dat wanneer deze belastingplichtige, vanuit zijn buitenlandse zetel, hetzij leveringen van goederen of diensten, hetzij intracommunautaire verwervingen van goederen, hetzij invoeren verricht die plaatsvinden in België en waarvoor hij schuldenaar is van de belasting, de facturen of andere documenten die op deze handelingen betrekking hebben de benaming, het adres alsook het BTW-identificatienummer van de Belgische inrichting moeten vermelden. In dezelfde gedachtegang moeten deze handelingen in de boekhouding van de Belgische inrichting en in de door haar in te dienen periodieke BTW-aangiften worden opgenomen.

Wat de schuldenaar van de belasting betreft, is het nuttig op te merken dat in geval een buitenlandse onderneming, vanuit haar buitenlandse zetel, hetzij dienstprestaties die geacht worden in België plaats te vinden in toepassing van artikel 21, § 3, 7°, van het BTW-Wetboek, hetzij dienstprestaties die geacht worden in België plaats te vinden krachtens artikel 21, § 3, 2°b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter en 8°, van het voornoemde wetboek, verricht, en de afnemer voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd overeenkomstig artikel 50, § 1, van datzelfde wetboek, de onderneming, onder bepaalde voorwaarden en met de gevolgen hierna uiteengezet, wordt behandeld als een buiten België gevestigde dienstverrichter voor de toepassing van artikel 51, § 2, 1° a) en b), van het BTW-Wetboek.

1. Wanneer een onderneming met administratieve hoofdzetel in het buitenland die hier te lande een voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting heeft in de zin van artikel 55 van het BTW-Wetboek, vanuit haar buitenlandse zetel een in artikel 21, § 3, 7°, van het BTW-Wetboek beoogde handeling verricht, wordt de dienst bij toepassing van artikel 21, § 3, 7°, van voormeld wetboek geacht in België plaats te vinden wanneer enerzijds de dienst wordt verricht voor een in België gevestigde belastingplichtige ontvanger die handelt voor de behoeften van zijn onderneming en anderzijds:

1° de bestelling van de dienst wordt gericht aan de buitenlandse zetel van de onderneming;

2° de prijs van de dienst wordt gefactureerd door de buitenlandse zetel van de onderneming;

3° de prijs wordt betaald aan de buitenlandse zetel van de onderneming.

In dit verband moet volgend onderscheid worden gemaakt.

a) In de mate waarin de hiervoor bedoelde dienstverrichting bovendien wordt verstrekt door de buitenlandse zetel van een dergelijke onderneming, zonder enige materiële tussenkomst, noch bij de uitvoering van de dienst, noch bij het verrichten van aan de dienst bijkomstige handelingen, van de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting, beschouwt de administratie deze onderneming voor de toepassing van artikel 51, § 2, 1°, a), van het BTW-Wetboek als een buiten België gevestigde dienstverrichter.

De belasting is derhalve opeisbaar in hoofde van de klant, ontvanger van de dienst.

Op de door de dienstverrichter uitgereikte factuur moet het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting worden vervangen door de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - BTW-Wetboek, artikel 51, § 2, 1°". De benaming en het adres van de inrichting in België moeten niet op de factuur voorkomen, evenmin als het Belgische BTW-identificatienummer.

Bovendien, en voor zover zij geen aanleiding geeft tot aftrek van Belgische voorbelasting, moet de handeling waarop die factuur betrekking heeft niet worden opgenomen in de boekhouding van de Belgische inrichting, noch in de periodieke aangifte die deze inrichting moet indienen.

b) Indien daarentegen de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting van de buitenlandse onderneming materieel tussenkomt bij de uitvoering van de hiervoor omschreven dienst of bij het verrichten van aan de dienst bijkomstige handelingen, dan is de dienstverrichter de schuldenaar van de belasting overeenkomstig de algemene regel van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. De uitgereikte factuur moet het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting vermelden. Zij moet bovendien de benaming en het adres van de inrichting in België bevatten, evenals het Belgisch BTW-identificatienummer en het volgnummer waaronder zij is ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen van de inrichting. De handeling moet worden opgenomen in de boekhouding in België en in de periodieke aangifte van de inrichting met betrekking tot het tijdvak waarin de belasting opeisbaar is geworden.

2. Het probleem wie voor de toepassing van artikel 51 van het BTW-Wetboek schuldenaar van de belasting is, stelt zich eveneens wanneer een onderneming, met administratieve hoofdzetel in het buitenland maar met hier te lande een vaste inrichting in de zin van artikel 55 van het BTW~Wetboek, vanuit haar zetel in het buitenland een dienst verricht die overeenkomstig artikel 21, § 3, 2°b, 3°bis, 3°ter, 4°bis, 4°ter en 8° van het BTW-Wetboek wordt geacht in België plaats te vinden en de ontvanger van de dienst overeenkomstig artikel 50, § 1, van voormeld wetboek voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is.

a) Voor de toepassing van artikel 51, § 2, 1°, b) van het BTW-Wetboek beschouwt de administratie een dergelijke onderneming als een buiten België gevestigde dienstverrichter in de mate dat de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting niet tussenkomt bij de handeling en volgende voorwaarden samen vervuld zijn:

1° de bestelling van de dienst wordt gericht aan de buitenlandse zetel van de onderneming;

2° de prijs van de dienst wordt gefactureerd door de buitenlandse zetel van de onderneming;

3° de prijs wordt betaald aan de buitenlandse zetel van de onderneming;

4° de uitvoering van de dienstverrichting en van aan de dienst bijkomstige handelingen vindt plaats zonder enige materiële tussenkomst van de in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerde inrichting.

De belasting is derhalve opeisbaar in hoofde van de klant, ontvanger van de dienst.

In deze veronderstelling wordt er voor het vervullen van de formaliteiten verwezen naar wat gezegd is onder punt 1, a) hiervoor.

b) Indien daarentegen niet is voldaan aan alle in a), 1° tot 4°, hiervoor uiteengezette voorwaarden, is de dienstverrichter overeenkomstig de algemene regel van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek de schuldenaar van de belasting.

In deze veronderstelling zijn dezelfde formaliteiten als deze omschreven in punt 1, b) van toepassing.

Tenslotte wat de inschrijving in de boekhouding van de Belgische inrichting betreft, zal ten aanzien van de inkomende en uitgaande handelingen die rechtstreeks werden verricht door de buitenlandse zetel van de onderneming en die, rekening houdend met hetgeen voorafgaat, moeten worden opgenomen in de Belgische BTW-aangifte van deze inrichting, de Administratie van de BTW, registratie en domeinen zich er niet tegen verzetten dat de inrichting inkomende en uitgaande factuurboeken bijhoudt die onderscheiden zijn van deze die zij houdt voor de inschrijving van haar eigen handelingen.

In dat geval moet de Belgische inrichting steeds een lijst bijhouden van de factuurboeken die in gebruik zijn alsmede de bestemming die eraan werd gegeven, en in het geval van controle deze lijst voorleggen op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie. Zij dient bovendien voor elke aangifteperiode een samenvattende tabel op te maken die, voor elk rooster van de aangifte, de bedragen vermeldt die blijken uit de verschillende factuurboeken.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 517 voorkomens
WBTW art. 213 voorkomens
WBTW art. 553 voorkomens
WBTW art. 501 voorkomen