Vr. en Antw., Kamer, 1992, nr. 019, blz. 1179
Vr. en Antw., Kamer, 1992, nr. 020, blz. 1388
Bijkomende waarborg verleend door de verkoper bij de verkoop van gebruiksgoederen - Premie betaald door de koper - Belastingheffing - Herstelling gedekt door bijkomende waarborg - Toepasselijke BTW-regeling
VRAAG
In de administratieve beslissing nr. ET 12.129 Z. BTW-Rev. 10/64/343.
van 13 oktober 1972 staat het volgende te lezen:
«Wanneer een goed het voorwerp uitmaakt van verscheidene opeenvolgende overdrachten die allemaal aanleiding geven tot een waarborgverplichting, dan heeft de som die ieder van zijn leverancier of rechtstreeks van een vorige leverancier eist tot dekking van de kosten die hij op zich heeft moeten nemen teneinde aan zijn eigen waarborgverplichting te voldoen, het karakter van een schadevergoeding waarop uiteraard geen belasting verschuldigd is.
...
Indien evenwel de leverancier of de dienstverrichter tegenover zijn klant geen persoonlijke waarborgverplichting heeft maar wel gehouden is de herstelling of de levering te verrichten in het kader van een collectieve overeenkomst gesloten tussen de constructeur of de invoerder en de verdelers en onderverdelers waarbij hij zich heeft verbonden de herstelling of de levering, die de klant kan eisen ingevolge de garantieclausule opgenomen in zijn aankoopcontract, te verrichten zonder betaling door de klant, wordt de som die de leverancier of de dienstverrichter ontvangt om de kosten te dekken die hij heeft gemaakt eveneens aangemerkt als een schadevergoeding waarop geen belasting verschuldigd is.»
Op grond van die overwegingen had een Belgische invoerder van elektrische huishoudapparaten in oktober 1982 gevraagd kopers van dit type artikelen te verzekeren, waarbij de jaarwaarborg tegen betaling van een eenmalige en niet te hoge premie van vijf jaar tot zes jaar zou worden verlengd. Op die premie zou dan uiteraard de jaarlijkse belasting op de verzekeringscontracten zijn verschuldigd.
Bij een BTW-controle wordt in juli 1986 echter gesteld, voorbijgaand aan die ET-beslissing en op grond van een (niet gepubliceerde!) beslissing van december 1985, dat het optreden van een verzekeringsmaatschappij het wezen van voornoemde beslissing ET 12.129 van 13 oktober 1972 wijzigt en wordt met ingang van 1 januari 1983 betaling van de BTW geëist.
Opgemerkt dient te worden dat in dit geval een niet gepubliceerde beslissing met terugwerkende kracht werd toegepast en dat die contracten zes jaar na de aankoopdatum aflopen.
Het is bevreemdend dat wanneer bij de zaak geen derde (in casu de verzekeringsmaatschappij) betrokken is, de koper een «gratis» cadeau krijgt, zonder tegenprestatie voor de Staat, terwijl in het andere geval op de herstellingskosten wel BTW verschuldigd is, hoewel de Staat dan ook de jaarlijkse belasting op het verzekeringscontract mag incasseren.
Strookt die situatie met de werkelijkheid?
ANTWOORD
Aangezien het geacht Lid duidelijk een concreet geval beoogt, nodig ik hem uit de naam en het adres van de BTW-belastingplichtige bij wie de bedoelde controle heeft plaatsgevonden mede te delen aan de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen, 1ste dienst, R.A.C. - Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 39, 1010 Brussel.
Ik wens hem trouwens mede te delen dat het probleem van de BTW-heffing met betrekking tot de handelingen verbonden aan de bijkomende waarborg - al dan niet gratis - verleend door bepaalde handelaars bij de verkoop van gebruiksgoederen, in juli 1991 het voorwerp heeft uitgemaakt van een vraag gesteld door de Belgische delegatie aan het Comité van de belasting over de toegevoegde waarde bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen (interpretatie van de artikelen 11, A, en 13, B, a) van de zesde BTW-richtlijn) PB nr. L 145 van 13.06.1977 (z. BTW-Rev. 30/263).
en thans in onderzoek is bij dat Comité.
- Artikel 11, A, § 2, b): «In de maatstaf van heffing moeten worden opgenomen: bijkomende kosten, zoals kosten van commissie, verpakking, vervoer en verzekering, die de leverancier in rekening brengt aan de koper of de ontvanger. Uitgaven die bij afzonderlijke overeenkomst zijn geregeld mogen door de Lid-Staten als bijkomende kosten worden beschouwd.» (verg. BTW-Wetb., art. 26, 2de lid).
- Artikel 13, B, a): «Onverminderd andere communautaire bepalingen verlenen de Lid-Staten vrijstelling voor de onderstaande handelingen, onder de voorwaarden die zij vaststellen om een juiste en eenvoudige toepassing van de betreffende vrijstellingen te verzekeren en alle fraude, ontwijking en misbruik te voorkomen: handelingen ter zake van verzekering en herverzekering, met inbegrip van daarmee samenhangende diensten, verricht door assurantiemakelaars en verzekeringsagenten;» (verg. BTW-Handleiding, nr. 65, 2de lid, 4de streepje, en BTW-Wetb., art. 44, § 3, 3°).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.