Invoerrechten. Opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard. Visueel en auditief materiaal. Voorwerpen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1315 8 december 1994

Zoeken

Invoerrechten. Opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard. Visueel en auditief materiaal. VoorwerpenBTW. Invoerrechten. Opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard. Visueel en auditief materiaal. Voorwerpen voor verzamelingen en kunstvoorwerpen.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1315-invoerrechten-opvoedkundige-wetenschappelijke-culturele-aard-4912

Nummer
1315
Datum
8 december 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

49 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 139, blz. 14769-14773

BTW - Invoerrechten - Opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard - Visueel en auditief materiaal - Voorwerpen voor verzamelingen en kunstvoorwerpen.

VRAAG

1. Kunnen

a) wetenschappelijke instellingen (bijvoorbeeld universiteiten en federale wetenschappelijke instellingen);

b) openbare bibliotheken en archiefdiensten (bijvoorbeeld gemeentearchieven)

vrijgesteld worden van de betaling van enerzijds BTW en anderzijds invoerrechten voor de permanente of tijdelijke invoer van culturele en wetenschappelijke voorwerpen uit :

•andere landen van de EU;

•andere landen ?

2. Kunnen ze vrijgesteld worden van de betaling van BTW voor de levering van goederen en diensten in België en zo ja, welke ?

3. Welke instellingen genieten eventueel al de vrijstellingen waarnaar wordt verwezen in vragen 1 en 2 ?

4. Welke procedure dienen de instellingen te volgen om dergelijke vrijstellingen te verkrijgen ?

ANTWOORD

In antwoord op zijn vraag kan ik het geacht lid het volgende mededelen :

1.

a) Definitieve invoer uit niet-lidstaten van de EU :

•Krachtens artikel 50 van Verordening (EEG) nr. 918/83 van de Raad van 28 maart 1983 (Publikatieblad nr. L105 van 23 april 1983) zijn van rechten bij invoer vrijgesteld voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard welke vermeld zijn in bijlage I bij die verordening en ongeacht voor wie en voor welk gebruik zij bestemd zijn.

Samengevat gaat het ter zake om boeken, publikaties en documenten, alsmede visueel en auditief materiaal dat geproduceerd wordt door de organisatie van de Verenigde Naties of een van haar gespecialiseerde organisaties.

•Krachtens artikel 51 van voormelde verordening zijn van rechten bij invoer vrijgesteld voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard welke vermeld zijn in bijlage II bij die verordening en die bestemd zijn :

•hetzij voor openbare instellingen en organisaties of instellingen en organisaties van openbaar nut van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard;

•hetzij voor instellingen en organisaties die door de bevoegde autoriteiten (in België in casu de Directeur-generaal der douane en accijnzen) zijn erkend om deze goederen met vrijstelling van rechten te kunnen invoeren.

Samengevat gaat het ter zake om visueel en auditief materiaal, alsmede voorwerpen welke deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen die niet voor de verkoop zijn bestemd.

•Krachtens artikel 52 van dezelfde verordening zijn van rechten bij invoer vrijgesteld wetenschappelijke instrumenten en apparaten die niet onder voormelde artikel 51 vallen, voor zover ze uitsluitend worden ingevoerd voor niet-commerciële doeleinden en die bestemd zijn :

•hetzij voor openbare instellingen of instellingen van openbaar nut, wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is, en voor diensten die onder een openbare instelling of een instelling van openbaar nut ressorteren en wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is;

•hetzij voor particuliere instellingen wier voornaamste bezigheid het onderwijs of het wetenschappelijk onderzoek is en die door de bevoegde autoriteiten (in België in casu de Directeur-generaal der douane en accijnzen) zijn erkend om deze goederen met vrijstelling van rechten te kunnen invoeren.

Inzake BTW wordt overeenkomstig artikel 36, 21°, van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992, met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, genomen ter uitvoering van artikel 40, § 1, 1°, b, van het BTW-wetboek, vrijstelling van de belasting verleend voor de definitieve invoer van het visueel en auditief materiaal van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, ongeacht het gebruik waarvoor het bestemd is, opgesomd in de bijlage van dat besluit en geproduceerd door de Verenigde Naties of één van haar gespecialiseerde organisaties.

Op grond van artikel 36, 22°, van hetzelfde koninklijk besluit wordt eveneens vrijstelling van de BTW verleend bij de definitieve invoer van voorwerpen welke deel uitmaken van verzamelingen en kunstvoorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard, die niet voor de verkoop zijn bestemd en die worden ingevoerd door musea, kunstgalerijen en andere instellingen die door de Directeur-generaal van de Administratie der douane en accijnzen toestemming hebben gekregen om deze voorwerpen met vrijstelling in te voeren. De vrijstelling is slechts toepasselijk mits de betrokken voorwerpen om niet worden ingevoerd of, indien de invoer geschiedt onder bezwarende titel, mits ze niet door een belastingplichtige in de zin van het BTW-wetboek worden geleverd.

b) Verwervingen van goederen uit de lidstaten van de EU :

Bij het wegvallen van de binnengrenzen op 1 januari 1993 werd het stelsel van de in- en uitvoer tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap vervangen door een regeling van intracommunautaire leveringen en verwervingen van goederen. Deze intracommunautaire verwervingen zijn voor zover deze initieel aan de BTW dienen te worden onderworpen (art. 25ter, W.BTW), van de belasting vrijgesteld wanneer de goederen die er het voorwerp van uitmaken, een definitieve vrijstelling zouden kunnen genieten op grond van de door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering (art. 40, § 1, 1°, b), W.BTW). Overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende de intracommunautaire verwervingen van goederen, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, worden de intracommunautaire verwervingen vrijgesteld van de BTW in dezelfde gevallen en onder dezelfde voorwaarden als onder 1a.

c) Tijdelijke invoer uit niet-lidstaten van de EU :

•Krachtens artikel 674 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 (Publikatieblad nr. L253 van 11 oktober 1993) kan, voor een periode van twaalf maanden, gebruikmaking van de regeling tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van rechten bij invoer worden toegestaan voor wetenschappelijk materiaal dat uitsluitend voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs is bestemd zoals bijvoorbeeld modellen, instrumenten, apparaten en machines.

Het bedoelde materiaal moet worden ingevoerd door instellingen die door de bevoegde autoriteiten (in België in casu de Directeur-generaal der douane en accijnzen) ter zake zijn erkend en onder toezicht en verantwoordelijkheid van die instellingen wordt gebruikt.

Inzake BTW vindt er naar luid van artikel 23 van het BTW-wetboek geen invoer in België plaats wanneer een goed onder de regeling van tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten bedoeld in artikel 674 van voornoemde Verordening het Belgisch grondgebied binnenkomt en weer verlaat.

Vermits er geen invoer is in België en dus ook geen belastbaar feit, dient er voor die goederenbeweging geen vrijstelling van BTW te worden ingeroepen.

d) Tijdelijke beweging van goederen tussen de lidstaten van de EU :

De regeling van de tijdelijke invoer tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap werd vervangen door een stelsel van overbrengingen en niet-overbrengingen (art. 12bis en 25quater, W.BTW). Zo is het tijdelijk gebruik (maximum 24 maanden) van een goed, door een belastingplichtige die in een andere lidstaat gevestigd is, op het grondgebied van een andere lidstaat, geen belastbare handeling voor de BTW wanneer de invoer van hetzelfde goed uit een derde land met het oog op tijdelijk gebruik in aanmerking zou komen voor de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten in de lidstaat waar het goed wordt gebruikt.

2. Voor de levering van goederen en diensten in België aan de door het geacht lid bedoelde instellingen voorziet het BTW-wetboek in geen enkele vrijstelling.

3. Ter zake wordt verwezen naar het antwoord op vraag 1.

4.

a) Procedure bij definitieve of tijdelijke invoer uit niet-lidstaten van de EU :

De instellingen of organisaties die, om voor vrijstelling bij definitieve invoer of voor de regeling tijdelijke invoer in aanmerking te komen dienen te worden erkend, dienen daartoe een aanvraag in te dienen bij de Directeur-generaal der douane en accijnzen.

Na de erkenning of indien deze niet is vereist dient de aanvraag tot vrijstelling of tijdelijke invoer ten laatste op het ogenblik van de invoer van de goederen te worden ingediend bij de bevoegde douanedienst, samen met het vereiste douanedocument.

Inzake de regeling tijdelijke invoer kan volledigheidshalve nog worden vermeld dat het plaatsen van goederen onder die regeling gepaard gaat met het stellen van een zekerheid op het douanekantoor van invoer ten belope van de in het spel zijnde invoerbelastingen.

Geen zekerheid dient echter te worden gesteld wanneer de persoon die schuldenaar kan worden een overheidslichaam is of, indien de tijdelijke invoer geschiedt met een carnet ATA afgeleverd in het land van vertrek van de goederen.

Een volledige documentatie inzake deze procedures kan door de geïnteresseerden ter inzake worden gevraagd in alle douanekantoren of worden aangekocht bij de Documentatiedienst van de Administratie der douane en accijnzen, Financietoren, Kruidtuinlaan 50 te 1010 Brussel (tel. 02/210.30.11).

Inzake BTW dient voor de definitieve invoer waarvoor vrijstelling van de belasting kan worden verleend dezelfde procedure te worden toegepast als die welke in acht moet worden genomen voor de vrijstelling van rechten bij definitieve invoer.

Wanneer de goederen België binnenkomen onder een regeling van tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten dienen er geen BTW-formaliteiten te worden verricht, behoudens het eventueel stellen van een borg ten belope van de BTW die zou verschuldigd zijn in geval de goederen hier te lande aan die regeling worden onttrokken om voor het verbruik te worden aangegeven.

b) Procedure bij de verwerving van goederen en bij de tijdelijke beweging van goederen tussen de lidstaten van de EU :

Hiervoor moet geen specifieke procedure worden gevolgd. Opgemerkt moet worden dat de tijdelijke aanwezigheid op het Belgisch grondgebied van goederen die vanuit een andere lidstaat werden verzonden, slechts verplichtingen kan teweegbrengen in hoofde van de eigenaar van deze goederen. Indien de door het geacht lid vermelde instellingen deze goederen ontvangen zonder er eigenaar van te worden bestaat er dus in hun hoofde geen enkele verplichting inzake BTW.

Aangehaalde teksten

7
KB nr. 7 art. 362 voorkomens
KB nr. 52 art. 41 voorkomen
WBTW art. 231 voorkomen
verordening 918/83 art. 501 voorkomen
verordening 918/83 art. 511 voorkomen
verordening 918/83 art. 521 voorkomen
verordening 2454/93 art. 6741 voorkomen