Vr. en Antw., Senaat
Landbouwondernemers - Omzet
VRAAG
Een landbouwonderneming kan opteren voor het normale stelsel als belastingplichtige. In dit geval maakt hij met de Staat een concrete afrekening inzake het verschil tussen de ontvangsten - door te storten BTW, enerzijds, en de betaalde BTW, anderzijds.
Einde jaar maakt deze landbouwer zijn exploitatierekening door verkopen te verminderen met aankopen en onkosten, rekening houdend met voorraadverschuivingen en eventuele afschrijvingen.
Bepaalde controleambtenaren PB houden zich aan de forfaitaire berekening voor landbouwers op basis van elementen als grondoppervlakte, huurder of eigenaar. De bekomen semi-brutowinst verminderd met nog bepaalde aftrekbare bedrijfslasten geeft een nettobedrijfswinst.
Nu blijkt dat dikwijls deze nettobedrijfswinst heel wat hoger ligt via forfaitaire berekening voor landbouwers, dan volgens de door de landbouwers bijgehouden BTW-boekhouding (inbegrip jaarinventaris).
Kan de geachte Minister mij antwoord geven op volgende vragen:
1. Is de BTW-boekhouding met bijgehouden inventaris voldoende bewijskrachtig voor de aangifte van het PB voor hoger genoemde landbouwer? Kan hij dan de forfaitaire berekening, speciaal voor landbouwers, weigeren?
2. Hoe zal de BTW-omzet na controle worden bepaald, vermits de forfaitaire berekening voor landbouwers de semibrutowinst weergeeft?
ANTWOORD
1.
a) Op het stuk van de inkomstenbelastingen wordt een boekhouding aanvaard indien de boeken worden gestaafd door bewijskrachtige bescheiden en indien het geheel kan worden beschouwd als voldoende controleerbaar, oprecht en juist om de belastbare winst nauwkeurig vast te stellen. De bewijskracht van een boekhouding wordt dus beoordeeld in het licht van de feitelijke toestand en is overigens meer afhankelijk van de inhoud dan van de vorm.
b) Overeenkomstig de bepalingen van artikel 248 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, mogen de forfaitaire grondslagen van aanslag slechts worden aangewend bij gebrek aan bewijskrachtige gegevens, geleverd door de belastingplichtige of door de administratie. Indien, rekening houdend met de sub a hierboven uiteengezette principes, de landbouwer voldoende boeken en bescheiden houdt waaruit de belastbare winst nauwkeurig kan worden afgeleid, zal hij bijgevolg met inachtneming van deze gegevens aan de belasting onderworpen worden. Wanneer de landbouwer echter geen voldoende bewijskrachtige boeken en bescheiden houdt, zal de belastbare winst worden vastgesteld volgens de bewijsmiddelen waarin de fiscale wet voorziet. Te dien einde mag de administratie eventueel gebruik maken van de overeenkomstig voormeld artikel 248, § 1, lid 2, vastgestelde forfaitaire grondslagen van aanslag voor de landbouwers.
2. Krachtens artikel 59, § 1, van het BTW-Wetboek, mag de administratie van de BTW door alle middelen van het gemeen recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, bewijzen dat het aangegeven omzetcijfer niet alle met BTW belastbare handelingen omvat.
Indien de landbouwer, die geopteerd heeft voor het normale stelsel als BTW-belastingplichtige, geen of een onvoldoende bewijskrachtige boekhouding voert, kan de administratie, gebruik makend van de tot haar beschikking staande bewijsmiddelen, aantonen dat niet alle met BTW belastbare handelingen werden aangegeven en dat de daarover verschuldigde BTW niet aan de Schatkist werd voldaan.
De semi-brutowinst, zoals deze berekend wordt voor de heffing van de personenbelasting, zal in dat geval onder meer een der elementen uitmaken waarmede rekening zal worden gehouden om het inzake BTW belastbare omzetcijfer te bepalen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.