Opeisbaarheid van de BTW. Werken in onroerende staat. Teruggave. Verlies van schuldvorderingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1288 21 november 1994

Zoeken

Opeisbaarheid van de BTW. Werken in onroerende staat. Teruggave. Verlies van schuldvorderingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1288-opeisbaarheid-btw-werken-in-onroerende-585c

Nummer
1288
Datum
21 november 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 137, blz. 14518-14520

Opeisbaarheid van de BTW - Werken in onroerende staat - Teruggave - Verlies van schuldvorderingen

VRAAG

De administratie van de BTW, dient zich aan als een streng schuldeiser, wat normaal is aangezien zij de belangen van de Staat beheert. De onbuigzame houding van de administratie van Financiën kan echter negatieve gevolgen hebben en de basis van nieuwe economische activiteiten ondermijnen. Zo ben ik op de hoogte van de problemen van een jong bedrijf voor vernieuwbouw, dat nochtans zijn degelijkheid heeft bewezen. In zijn ontwikkelingsfase had het bedrijf per ongeluk een klant te aanvaarden die zijn schuld niet kon vereffenen.

De aannemer recupereerde zijn materieel voor zover mogelijk, en door zijn verlies op die manier te beperken, had hij zijn activiteit normaal moeten kunnen voortzetten. Om zijn rechten te kunnen doen gelden, raadde zijn advocaat hem aan voor alle geplande werken een factuur op te stellen. Het geschil sleepte lang aan. Vermits er een factuur was, werd de erop verschuldigde BTW opeisbaar, zodat de aannemer niet alleen door zijn dubieuze klant maar ook door de BTW-administratie werd gestraft. Zijn positie was comfortabeler geweest als hij geen factuur had gemaakt en als hij van zijn rechten als schuldeiser had afgezien.

Kan de BTW-administratie de risico's van onmiddellijke opeisbaarheid in dat soort situaties niet inschatten en die opeisbaarheid uitstellen tot wanneer de betrokken onderneming het verschuldigde geheel of gedeeltelijk heeft ontvangen ?

ANTWOORD

Krachtens artikel 51, § 1, van het BTW-wetboek, is de belasting in principe verschuldigd door de belastingplichtige die een belastbare handeling verricht in België.

Overigens, op grond van artikel 22 van hetzelfde Wetboek, vindt voor diensten het belastbare feit plaats en wordt de belasting opeisbaar op het tijdstip waarop de dienst is voltooid.

Wanneer evenwel vóór dat tijdstip de prijs of een deel ervan hetzij volgens contract moet worden voldaan hetzij wordt ontvangen, wordt de belasting in die mate opeisbaar.

Deze regels in verband met de opeisbaarheid van de BTW zijn eveneens van toepassing wat de werken in onroerende staat of de daarmee gelijkgestelde handelingen betreft die worden verricht voor natuurlijke personen die bedoelde werken bestemmen voor hun privé-gebruik, aangezien, met het oog op het bestrijden van de fiscale fraude, de uitvoerders van deze werken of handelingen in dat geval geen gebruik kunnen maken van de ontheffing van de factureringsplicht (zie artikel 1, § 2, 2°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde).

Wanneer bovendien de dienstverrichter, afgezien van hetgeen voorafgaat, om welke reden ook, en ongeacht de stand van de werken, een factuur uitreikt voor de prijs of een deel ervan wordt hij in die mate en om dezelfde redenen als hierboven uiteengezet schuldenaar van de aldus opeisbaar geworden belasting.

De voorafgaande bepalingen zijn zoals alle belastingwetten van openbare orde. Bijgevolg is het niet mogelijk om ervan af te wijken.

Overigens mag niet uit het oog worden verloren dat de BTW, die de dienstverrichter aan de Staat moet betalen, een recht op aftrek kan meebrengen in hoofde van de klant wanneer deze een BTW-belastingplichtige is die dat recht kan genieten en uitoefenen voor zover hij in het bezit is van een regelmatige factuur.

Tenslotte spreekt het vanzelf dat de fiscale administratie volledig buiten het geschil staat dat zou kunnen ontstaan tussen de partijen met betrekking tot de betaling van de prijs, daarin begrepen het bedrag van de belasting.

Alleszins kan de van een dienstverrichting geheven belasting tot beloop van het passend bedrag aan de dienstverrichter worden teruggegeven wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan (zie BTW-wetboek, artikel 77, § 1, 7°).

De teruggaaf veronderstelt dat de diensten werden verricht ter uitvoering van een overeenkomst die niet werd geannuleerd, noch verbroken, maar waarvan het om welke reden ook, vaststaat dat de prijs geheel of gedeeltelijk niet werd betaald.

De teruggaaf wordt niet alleen toegestaan in het geval dat de schuldvordering van de prijs verloren is ten gevolge van een faillissement of een gerechtelijk akkoord, maar ook in alle gevallen waarbij de leverancier aantoont dat de factuur geheel of gedeeltelijk niet betaald werd. De vraag wanneer het verlies van een schuldvordering als zeker mag worden beschouwd, hangt af van de omstandigheden eigen aan ieder geval.

Wat er ook van zij, vermits het geacht lid blijkbaar een concreet geval beoogt, ben ik bereid een onderzoek te laten instellen door de bevoegde administratie wanneer mij de naam en het adres van de betrokken belastingplichtige wordt meegedeeld.

Aangehaalde teksten

3
KB nr. 1 art. 11 voorkomen
WBTW art. 221 voorkomen
WBTW art. 511 voorkomen

Administratieve doctrine

7

« … maar ook wanneer de leverancier vaststelt dat een factuur geheel of gedeeltelijk onbetaald is gebleven. De vraag wanneer het verlies van een schuldvordering als zeker mag worden beschouwd, hangt af van de omstandigheden eigen aan ieder geval (zie schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.288 van de heer Volksvertegenwoordiger Jean-Pierre Viseur van 21.11.1994 ). In de praktijk zal de administratie niet betwisten dat het verlies vaststaat, wanneer het bedrag van het verlies aangetekend werd op de rekening ‘Verlies en Winst’, voor zover die aantekening gebeurt op een tijdstip waarop de schuldeiser, door middel van … »

Teruggaaf van de belasting (01.07.2026)Administratieve commentaar01.07.2026

Bekijk de 7 documenten