Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2011-2012, CRIV 53 COM 531 d.d. 04.07.12, blz. 16
De btw op prestaties van gerechtstolken
VRAAG
Mevrouw de minister, een gerechtstolk kreeg bij een btw-controle op zijn prestaties te horen dat prestaties verricht in een niet publiek toegankelijke ruimte onderworpen zijn aan 21 % btw, gebaseerd op artikel 44, § 2, ten achtste van het btw-wetboek. Hij had dit niet gedaan en werd gevraagd dit bedrag na te vorderen bij de dienst Gerechtskosten. Betreffende de navordering luidens artikel 86, lid 2, van het koninklijk besluit van 28 december 1950, verjaren kostenstaten na zes maanden na het verstrijken van het jaar waarin de kosten werden gemaakt. Deze navordering is slechts het eerste deel van het probleem.
Het tweede probleem is de definitie van een niet-publiek toegankelijke ruimte. De btw-controle stelde immers geen inbreuk vast toen de tolk geen btw aanrekende op werk verricht voor de onderzoeksrechter, de Raadkamer of de jeugdrechtbank. Nochtans zijn deze ook niet publiek toegankelijk.
Het derde probleem is dat de informatica niet altijd aangepast blijkt te zijn. Sommige diensten werken geautomatiseerd en voorzien niet in het aanrekenen van btw. De tolk geeft aan hoeveel uren en in welke taal hij heeft getolkt. Het systeem berekent automatisch de kostprijs, helaas exclusief btw.
Mevrouw de minister, hebt u weet van deze problemen?
Volgt de dienst Gerechtskosten de visie van de btw-inspectie? Zal bijgevolg de nagevorderde btw verschuldigd op tussenkomsten in niet-publiek toegankelijke ruimtes worden betaald of zullen tussenkomsten van gerechtstolken vrijgesteld zijn van btw?
Zal de informatica worden aangepast zodat kan worden voorzien in de aanrekening van btw?
Men maakt intussen al gebruik van het algemeen programma CGAB voor het betalen van gerechtskosten. Waarom zijn er nog aparte programma's voor het opmaken van kostenstaten van gerechtskosten?
Ik hoop dat u ondanks de financiële inslag ervan op deze vragen kunt antwoorden, mevrouw de minister.
ANTWOORD
(de minister van Justitie)
Collega's, de problematiek is mij uiteraard niet onbekend.
De btw-administratie en de administratie van de FOD Justitie hebben echter een verschillende interpretatie omtrent de vrijstellingen vermeld in artikel 44, 1e alinea, 8e paragraaf, van het btw-wetboek.
De FOD Justitie baseert zich op de aanschrijving nr. 15 van 25 juli 1979, die de als tolk verrichte prestatie in het kader van gerechtelijke opdrachten vrijstelt van btw.
In de beslissing van 10 april 1992 uitgaande van de btw-administratie wordt bovenvermeld principe bevestigd. In de beslissing van 25 november 1999 uitgaande van dezelfde administratie wordt bovenvermeld principe nogmaals bevestigd en wordt verwezen naar artikel 148 van de Grondwet van 1994.
Op 6 mei 2010 heeft de btw-administratie dit principe aangescherpt door te beslissen dat de diensten van een tolk, die bestaan uit het simultaan vertalen van verhoren die door de federale politie worden afgenomen, onderworpen zijn aan een btw-tarief van 21 %. Dit werd gemotiveerd door te stellen dat deze verhoren niet toegankelijk zijn voor een ruim publiek.
Voor de dienst Gerechtskosten is het echter onmogelijk om uit te maken of een tolk een simultaanvertaling heeft verricht in het kader van een gerechtelijke opdracht en in het bijzonder in het kader van artikel 148 van de Grondwet - openbare zittingen van rechtbanken -, of in het kader van een verhoor door een lid van de federale politie.
Met andere woorden, er dient klaarheid en vooral rechtlijnigheid te komen in de toe te passen regelgeving en de uitgevaardigde richtlijnen met betrekking tot de btw om, enerzijds, te vermijden dat een extra administratieve verwerking ontstaat voor de gerechtelijke diensten en, anderzijds, duidelijkheid in hoofde van de betrokken prestatieverleners te creëren.
Gelet op die situatie tracht de FOD Justitie tot een vergelijk te komen met de Centrale btw-administratie. Een eerste overleg vond plaats eind 2011. Het verschil in interpretatie en de ontstane onduidelijkheid zijn echter nog niet uitgeklaard.
Ik pleeg dan ook met mijn collega, de minister van Financiën, verder overleg met de btw-administratie.
De informatica waarover u het hebt in uw vraag heeft vermoedelijk betrekking op de applicaties die, voor zover mij bekend, mogelijks worden gebruikt binnen bepaalde politiediensten om de verwerking en de kosten van de door een tolk gepresteerde uren op een automatische manier te laten verlopen.
De betaalapplicatie CGAB, in gebruik bij de FOD Justitie, kan deze betaalstaten verwerken voor zowel prestaties met btw als prestaties niet onderworpen aan btw, zodat wanneer nodig de betalingen inclusief btw via CGAB mogelijk worden.
Het probleem situeert zich echter ten gronde op het vlak van het aanscherpen van de interpretatie van de regelgeving door de btwadministratie. Hierin moet in eerste instantie klaarheid komen.
CONCLUSIE
Mevrouw de minister, bedankt voor uw antwoord. Wij zullen zien wat het resultaat is van het verdere overleg.