Vr. en Antw., Kamer, nr. 141, 1994-1995, blz. 15036-15038
Horecasector - Rekeningen en ontvangstbewijzen - Verplichting tot uitreiking - Controle - Bewaringstermijn.
VRAAG
1. Heeft men om de BTW-fraude in de horecasector te bestrijden ook aan minder repressieve tactieken gedacht, in plaats van naar politiemethoden te grijpen ?
2. Zo ja, waarin bestaan die tactieken, en waarom werden ze niet toegepast ?
3.
a) Hoelang moet een particulier, indien de wet strikt wordt toegepast, het door het restaurant afgegeven BTW-bonnetje bijhouden ?
b) Hoelang moet hij, overeen de gepubliceerde administratieve instructies, dat bonnetje bewaren ?
c) Krachtens welke grondwetsbepaling mogen ministers beslissen dat een door het Parlement aangenomen wet niet toepasselijk is ?
4.
a) Welk bedrag hoopt de administratie dankzij die strengere controles aan ontdoken BTW te recupereren ?
b) Hoeveel zullen die controles kosten ?
ANTWOORD
1 en 2. Het geacht lid beoogt de controle, in hoofde van de klanten, op de uitreiking van rekeningen en ontvangstbewijzen door de restaurantuitbaters, krachtens artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
Dit type van controle is vanzelfsprekend slechts een bijkomend middel om nuttige elementen bijeen te brengen voor de controle van de handelingen verricht door de exploitanten zelf. Ze past dus gewoonweg als aanvulling bij de vaststellingen en verificaties die moeten gedaan worden lastens deze uitbaters, zoals voor gelijk welke andere BTW- belastingplichtige. Die eigenschap duidt er op zichzelf reeds dat het nooit de bedoeling is geweest om deze controle in hoofde van de klanten tot een repressiemiddel te verheffen. Ik denk overigens niet dat men een maatregel als repressief kan beschouwen wanneer de klant daardoor een betere verzekering krijgt dat de BTW, begrepen in de prijs die hij aan de dienstverrichter betaalt, goed en wel in de boekhouding van laatstgenoemde zal worden opgenomen en dus door hem aan de Schatkist zal worden aangegeven.
Overigens benevens het feit dat de desbetreffende controle wordt uitgevoerd binnen de perken van de onderzoeksbevoegdheden beoogd in de artikelen 61 tot 63bis van het BTW-Wetboek, wordt aan de ambtenaren nadrukkelijk gevraagd rekening te houden met de volgende principes van gelijkheid en gematigdheid :
•de controle wordt met discretie uitgeoefend, hetgeen de eerbiediging van het privé- en gezinsleven waarborgt;
•om de samenstelling van de door de belastingplichtige uitgevoerde handelingen zo goed mogelijk in te schatten, en aldus de betrouwbaarheid van hun boekhouding te beoordelen is het natuurlijk noodzakelijk om, naarmate de tijd verstrijkt, door geschikte vaststellingen en controles een waaier van voldoende concrete elementen te verzamelen, met dien verstande dat de herhaling van de controles bij de klanten van een zelfde exploitant de behoeften van deze gegevensverzameling niet zal overschrijden;
•de ambtenaren waken erover de goede werking van de inrichting niet te verstoren.
De Administratie van de BTW, registratie en domeinen blijft nauwlettend toezien op de goede afwikkeling van de controles.
3.
a) De bewaringstermijn voorzien in artikel 60, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek is in principe zonder onderscheid van toepassing op de exemplaren van de rekeningen en ontvangstbewijzen overhandigd aan de klanten. Deze originelen moesten dus normaal bewaard worden door alle klanten, ook de particulieren, gedurende 10 jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar volgend op de datum van het document.
b) en c) In tegenstelling met wat het geacht lid lijkt te denken is de termijn beoogd onder a) geenszins verlengd voor wat betreft de particulieren. Integendeel, krachtens de bevoegdheden toegekend door artikel 60, § 3 van voornoemd wetboek heeft de Administratie voorzien, in punt 55 van de aanschrijving nr. 10, van 13 april 1994, dat de klant die uitsluitend voor zijn privé-gebruik een maaltijd heeft verbruikt, alleen in het bezit moet zijn van de rekening of het ontvangstbewijs op het ogenblik dat hij de inrichting verlaat, en hij is niet gehouden tot enige andere bewaringsplicht van dit document. Het geacht lid zal de beduidende vermindering, die deze afwijking voor de klanten meebrengt, zeker waarderen, wat ik voor het overige persoonlijk heb gewenst.
4.
a) Ik dien vooreerst erop te wijzen dat de door het geacht lid beoogde maatregel past in het kader van de doelstelling welke de regering vooropstelt in haar globaal plan.
Het is te vroeg om met een zekere nauwkeurigheid het bedrag aan belastingen te berekenen waarvan de invordering zal verzekerd worden dankzij deze maatregel. Men kan evenwel reeds de effecten ervan vaststellen, en ik verwijs daartoe naar het antwoord dat ik heb gegeven op de vraag nr. 837 van de heer senator De Roo van 25 augustus 1994 (Vragen en Antwoorden, Senaat, 1993-1994, nr. 135, blz. 7086-7087).
b) De controles in hoofde van de klanten van de restaurantuitbaters behoren tot de normale opdrachten van de diensten die ermee belast zijn, te weten voornamelijk de Opsporings- en documentatiediensten van de BTW en van de Douane. In de mate van het mogelijke moeten ze overigens gecombineerd worden met andere opdrachten, met het oog op een rationele werking van de dienst.
De tijd besteed aan deze controles kan dus moeilijk geïsoleerd worden van de gepresteerde uren voor andere taken en, bijgevolg, kan de kost van deze controles niet worden geraamd. Deze kostenkwestie lijkt mij evenwel niet essentieel gelet op de impact welke onder a) hiervoor ter sprake is gebracht.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.