Vr. en Antw., Kamer
Controlemiddelen en rechten van onderzoek van de administratie
VRAAG
Tijdens een belangrijk proces dat zich in december 1970 voor de correctionele rechtbank te Brussel heeft afgespeeld i.v.m. de vervalsing van zuivelprodukten in ons land, is gebleken dat belastingontduiking van reusachtige omvang was gepleegd door de terechtstaande zuivelfabrikanten en handelaars. Telkens opnieuw was er sprake van zwarte boekhouding, zwarte kassen, zwarte lonen, inkoop en verkoop zonder facturen. Een van de beklaagden heeft aan de Voorzitter van de Rechtbank zelfs verklaard dat zwarte boekhouding en die heel bijzondere transacties in de zuivelhandel schering en inslag zijn, en dat belastingontduiking, doordat ze doorlopend wordt gepleegd, op zichzelf niet abnormaal is.
Kan de minister mij meedelen over welke middelen hij beschikt om aan die praktijken een eind te maken?
ANTWOORD
Om praktijken als die welke worden geciteerd te ontdekken, wordt gebruik gemaakt van de controlemiddelen en de rechten van onderzoek die zijn vermeld in de artikelen 221 tot 243 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, en die als volgt kunnen worden samengevat: onderzoek van de boekhoudkundige geschriften van de ondernemingen, de onderzoekingen gedurende het belastbaar tijdperk inbegrepen; bezoek van de bedrijfslokalen; inwinnen van inlichtingen bij derden, bij inrichtingen, instellingen of openbare diensten en bij de parketten, uitwisselen van inlichtingen tussen de fiscale administraties; verplichting van de ambtenaren van het openbaar ministerie bij de hoven en rechtbanken waarbij een strafzaak aanhangig is waarvan het onderzoek ernstige indiciën van ontduiking inzake inkomstenbelastingen aan het licht brengt, de Minister van Financiën hierover in te lichten, nadat ze van de procureur-generaal of van de auditeur-generaal uitdrukkelijk verlof daartoe hebben gekregen.
Behalve het vestigen van de eisbare erkende belastingsupplementen en het toepassen van administratieve sancties (belastingverhogingen en geldboeten), vordert de administratie, indien daartoe aanleiding bestaat, ten laste van de daders en de medeplichtigen van de fraude, voor de bevoegde correctionele rechtbank de toepassing van de geldboeten en gevangenisstraffen die door de artikelen 339 en volgende van het Wetboek van de inkomstenbelastingen zijn opgelegd. Alvorens die vervolgingen in te stellen, mag zij aan het openbaar ministerie vragen dat de onderzoeksrechter een vooronderzoek instelt.
Wanneer bovendien blijkt dat valsheid in geschriften werd gepleegd of gebruik werd gemaakt van valse stukken met het inzicht de belasting te ontduiken of een derde daaraan te doen ontsnappen, wordt de overtreding medegedeeld aan de procureur des Konings, die de vervolgingen instelt op grond van het Wetboek van strafrecht; de administratie vraagt met hem voor de rechtbank de toepassing van de bij artikel 342, lid 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bepaalde bijzondere geldboete.
Bij het bestrijden van de bedoelde fraude kan eveneens gebruik gemaakt worden van de bewijsmiddelen, controlemaatregelen en fiscale en strafrechtelijke sancties die in het BTW-Wetboek staan ingeschreven (zie artikelen 59 tot 74 van het Wetboek).
Artikelen 84 tot 93 van datzelfde Wetboek regelen de vervolgingen en gedingen op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.
De zaak waarop het geacht Lid zinspeelt wordt door de administratie gevolgd.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.