Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/127 d.d. 03.09.2013, blz. 117
Btw - Uitstel van betaling - Buitenlandse leverancier
VRAAG
1. Moet een bedrijf dat niet gevestigd is in België en diensten levert zoals bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1 tot uitvoering van de Btw-Wetboek aan belastingplichtigen die periodieke btw-aangiften indienen, zich in België voor btw-doeleinden laten identificeren?
2. Moet een bedrijf dat niet gevestigd is in België en onroerende diensten met betrekking tot een in België gelegen onroerend goed levert aan niet-btw-plichtige natuurlijke personen, zich in België voor btw-doeleinden laten identificeren?
3. Over welke middelen beschikt uw administratie om te voorkomen dat een buitenlandse dienstverlener effectief btw betaalt in België?
ANTWOORD
(van de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)
Elke niet in België gevestigde belastingplichtige die handelingen verricht zoals bedoeld in het Wetboek, die hem recht op aftrek verlenen en voor dewelke hij schuldenaar is van de belasting in België overeenkomstig de artikelen 51 en 52 van het Wetboek, moet geïdentificeerd worden voor de btw in België (artikel 50, § 1, 1e lid, 3°, van het Btw- Wetboek).
Opdat een niet in België gevestigde belastingplichtige in België niet voor de btw moet geïdentificeerd worden, mag hij bijgevolg in België geen enkele inkomende of uitgaande handeling verrichten waarvoor hij schuldenaar is van de btw.
1. Voor zover de niet in België gevestigde onderneming de werken in onroerende staat in België enkel verricht voor in België gevestigde belastingplichtigen gehouden tot het indienen van periodieke aangiften of voor niet in België gevestigde belastingplichtigen die een aansprakelijk vertegenwoordiger hebben laten erkennen, moet zij zich niet laten identificeren in België voor haar uitgaande handelingen aangezien haar medecontractanten schuldenaar zijn van de btw (artikel 51, § 2, 1e lid, 5°, van het Btw-Wetboek).
Indien deze niet in België gevestigde onderneming daarentegen inkomende handelingen verricht waarvoor zij schuldenaar is van de btw in België (zoals bijvoorbeeld invoeren of intracommunautaire verwervingen van materialen aangekocht in andere lidstaten), heeft zij de verplichting zich te laten identificeren voor de btw in België.
Echter, voor de materialen die zij overbrengt van haar vestigingen in een andere lidstaat naar de werf in België met de bedoeling ingelijfd te worden in het bouwwerk in België, aanvaardt de Administratie als tolerantie dat deze buitenlandse onderneming zich niet voor btw moet identificeren in België voor zover zij geen enkele andere inkomende of uitgaande handeling verricht waarvoor zij reeds gehouden is zich te laten identificeren (zie beslissing ET. 119.687 van 15 maart 2011).
2. Daarentegen heeft de niet in België gevestigde onderneming die in België werken in onroerende staat verricht voor niet btw-plichtige natuurlijke personen, de verplichting zich te laten identificeren voor de btw in België. Zij verricht in België immers diensten waarvoor zij schuldenaar is van de btw.
3. Wanneer echter de door deze buitenlandse onderneming in België verrichte handeling, waarvoor zij schuldenaar is van de btw, een toevallig karakter heeft, kan het Centraal kantoor voor Buitenlandse Belastingplichtigen de onderneming ontslaan van de verplichting tot btw-identificatie. In dit geval dient de medecontractant van de buitenlandse onderneming de verschuldigde btw op de aan haar verstrekte diensten te voldoen (artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 31, ter uitvoering van artikel 55, § 6, van het Btw-Wetboek).