Parlementaire vraag nr. 1219 van de heer Eric Massin d.d. 17.01.2005
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2005-2006, QRVA 51/120 d.d. 08.05.2006, blz. 23282
Discriminatie tussen militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden en militaire invaliden van vredestijd.
VRAAG
De wet kent aan sommige categorieën van invaliden en gehandicapten een aantal belastingvoordelen en een lager BTW-tarief toe, onder meer bij de aankoop van auto-onderdelen en wagens.
Meer in het bijzonder kent het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 december 1992, een verlaagd BTW-tarief van 6 percent toe bij de aankoop van automobielen voor personenvervoer, onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren voor deze voertuigen, en voor onderhoud en herstellingswerken allerhande.
Het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, gewijzigd bij de wet van 19 februari 1990, bepaalt anderzijds dat die categorieën van de verkeersbelasting en de belasting op de inverkeerstelling worden vrijgesteld.
Het is niet de bedoeling de criteria op grond waarvan beslist wordt aan bepaalde personen een aantal voordelen toe te kennen, ter discussie te stellen. Wel heb ik vragen bij de gegrondheid en de relevantie van de ongelijke behandeling tussen de militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden enerzijds en de militaire invaliden in vredestijd anderzijds.
De oorlogsinvaliden maken aanspraak op een verlaagd BTW-tarief en belastingvrijstellingen, omdat ze een invaliditeitspensioen genieten op grond van oorlogsfeiten. Aan de militaire invaliden in vredestijd worden die voordelen niet toegekend, hoewel ook zij hun plicht ten aanzien van de Staat vervulden.
1. Bent u ook niet van oordeel dat beide categorieën op gelijke voet zouden moeten worden behandeld?
2. Kan u meedelen hoeveel militaire invaliden van oorlogstijd er op dit ogenblik zijn?
ANTWOORD
(van de vice-eerste minister en minister van Financiën)
1. Zoals ik het reeds heb benadrukt naar aanleiding van het antwoord op de vraag nr. 841 van de heer Michel van 14 juni 2005 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2004-2005, nr. 91, blz. 1618-1619), is de regeling waarnaar het geachte lid verwijst een uitzonderingsmaatregel overgenomen van de oude reglementering inzake de met het zegel gelijkgestelde taksen.
België heeft naar aanleiding van het opstellen van de richtlijn nr. 92/77/EEG van 19 oktober 1992 tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van de richtlijn 77/388/EEG (onderlinge aanpassing van de BTW-tarieven), de toelating gekregen voornoemde regeling te behouden (proces-verbaal van de ECOFIN-Raad van 19 oktober 1992).
Hierdoor is een uitbreiding van de gunstregeling naar andere categorieën van gehandicapten of invaliden niet mogelijk.
De aandacht van het geachte lid wordt echter gevestigd op het feit dat invalide of gehandicapte militairen wegens een invaliditeit opgelopen in vredestijd op dezelfde manier behandeld worden als de andere invaliden of gehandicapten.
2. Mijn diensten beschikken niet over statistieken in dit verband.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.