Vr. en Antw., Kamer, nr. 123, 1997-1998, blz. 16997-16998
Aftrek - Invoerdocument
VRAAG
Op grond van welke stukken kan de belastingplichtige het recht of aftrek van de BTW op invoer opeisen wanneer de aangever recapitulerende invoeraangiften indiende?
ANTWOORD
Om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen ten aanzien van de belasting geheven van de andere invoeren dan die welke worden verricht onder het stelsel van de verlegging van de heffing naar het binnenland, moet de belastingplichtige, overeenkomstig artikel 3, § 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969, in het bezit zijn van een invoerdocument dat hem als geadresseerde aanwijst en dat de betaling van de belasting vaststelt.
De betaling wordt vastgesteld op het exemplaar voor de geadresseerde van de aangifte voor het verbruik van het goed.
Wanneer in het kader van de vereenvoudigde dedouaneringsprocedures de aangever een aanvullende aangifte met een samenvattend karakter moet indienen, wordt die aanvullende aangifte samen met de vereenvoudigde aangiften geacht één enkele en ondeelbare akte te vormen bij toepassing van artikel 76, 3°, van het Communautair douanewetboek. Het is dan ook op grond van dat samenvattend document en van de vereenvoudigde aangiften dat de belastingplichtige zijn recht op aftrek kan uitoefenen ten aanzien van de belasting geheven van de invoeren die hij heeft verricht met toepassing van de vereenvoudigde procedures.
In de mate evenwel dat de geadresseerde ertoe gehouden is de belasting te voldoen volgens het stelsel van de verlegging van de heffing waarin artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 voorziet, moet hij, om zijn recht op aftrek te kunnen uitoefenen ten aanzien van de belasting geheven van de invoeren die hij heeft verricht, overeenkomstig artikel 3, § 1, 4°, van voornoemd koninklijk besluit nr. 3 die belasting opnemen in de periodieke aangifte me betrekking tot het tijdvak waarin ze opeisbaar wordt.
Alhoewel de uitoefening van het recht op aftrek in het in het vorige lid bedoeld geval niet formeel dient te worden gestaafd door een document, moet de geadresseerde toch in het bezit zijn van de aangifte voor het verbruik van het goed om aan te kunnen tonen dat het een handeling betreft bedoeld in artikel 45, § 1, van het BTW-Wetboek die recht geeft op die aftrek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.