Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 125, blz. 17303-17304
Overdracht bedrijfstak - Nieuw gebouw - BTW
VRAAG
1. Moet BTW worden geheven wanneer voor de toepassing van de BTW nieuwe gebouwen worden overgedragen in het kader van een krachtens artikel 11 van het BTW-wetboek van BTW vrijgestelde overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling wanneer die onderneming zelf geen professionele koper/verkoper of fabrikant is?
2. Zo ja, welke formaliteiten moeten worden vervuld?
ANTWOORD
1. Wanneer de overdracht van een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling in de zin van de artikelen 11 en 18, § 3, van het BTW-wetboek gebouwen omvat die voor de toepassing van de BTW als nieuw worden aangemerkt, moet de overdrager-belastingplichtige die evenwel niet de hoedanigheid bezit van beroepsoprichter in de zin van artikel 12, § 2, eerste lid, van genoemd wetboek, als hij deze gebouwen onder het BTW-stelsel wil houden en de vrijstelling van het registratierecht wil genieten, ten aanzien van deze gebouwen opteren voor dit stelsel.
2. Bij de overdracht van de nieuwe gebouwen moeten terzake de formaliteiten worden vervuld die vermeld staan in artikel 44, § 3, 1°, a), tweede streepje van het BTW-wetboek en van artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 14 van 3 juni 1970.
Inzonderheid moet de overdrager, vooraleer de overeenkomst met betrekking tot die handeling wordt gesloten, bij het bevoegde controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder hij ressorteert, een verklaring indienen waarin hij zijn bedoeling uitdrukt om de handeling met toepassing van de BTW te willen verrichten en de medecontractant op de hoogte brengen van zijn bedoeling de handeling te verrichten met betaling van de BTW.
Het spreekt vanzelf dat deze formaliteiten eveneens moeten worden vervuld zelfs als door de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, van genoemd wetboek, geen BTW verschuldigd is bij de beoogde overdracht.