Fusie. BTW-nummer · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1210 28 januari 1998

Zoeken

Fusie. BTW-nummer

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1210-fusie-btw-nummer-fournaux-identificatienummer-b245

Nummer
1210
Datum
28 januari 1998

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 129, blz. 17798-17799

De Fiscale Koerier 98/356

Fusie - BTW-nummer

VRAAG

1. Mag een onderneming die met een andere onderneming werd gefusioneerd of die werd opgeslokt en naar aanleiding daarvan van naam en BTW-nummer veranderde, de facturen van haar leveranciers boeken met de naam en het BTW-nummer van de vroegere juridische entiteit waarvan zij de activiteiten voortzet?

2. Zo neen, welke formaliteiten moet ze vervullen?

ANTWOORD

De door het geacht lid gestelde vraag geeft aanleiding tot volgende commentaar.

Wanneer vennootschappen overgaan tot fusie bij wege van opslorping of anderszins, is in beginsel artikel 11 van het BTW-Wetboek van toepassing.

Artikel 11 van het voornoemde Wetboek heeft een dubbele uitwerking:

•enerzijds is de overdracht van de algemeenheid van goederen ten gevolge van de fusie niet belastbaar met BTW;

•anderzijds opdat er geen belasting zou blijven "hangen", wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten van wie hij de rechten en de plichten ten aanzien van de BTW overneemt (met name ten aanzien van de herzieningen). De overdrager blijft wel gehouden tot aangifte en betaling van de belasting die vσσr de overdracht opeisbaar is geworden en hij mag met betrekking tot zijn beroepskosten de belasting aftrekken die tot op dat ogenblik werd geheven.

Het kan gebeuren dat de overdrager zijn recht op aftrek niet heeft uitgeoefend in zijn laatste in te dienen aangifte met betrekking tot de handelingen van vσσr het tijdstip waarop de overdracht uitwerking heeft; de redenen hiervoor zijn verscheiden en vloeien inzonderheid voort uit het feit dat de voorwaarden om dit recht uit te oefenen als bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde, op het moment van de overdracht niet vervuld waren.

In dergelijk geval kan de overdrager dus zelf zijn recht op aftrek niet meer uitoefenen en de overnemer kan het evenmin uitoefenen aangezien hij niet in het bezit is van een op zijn naam uitgereikte factuur (zie artikel 3, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde en artikel 5, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde).

Rekening houdend met dit bijzonder geval aanvaardt de administratie in de praktijk dat de overnemer op grond van voormelde fictie dat de overnemer de persoon van de overdrager voortzet, het recht op aftrek nog kan uitoefenen binnen vijf jaar te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit recht is ontstaan, volgens het onderscheid en de voorwaarden beoogd in artikel 4 van het voormelde koninklijk besluit nr. 3. Daartoe is evenwel vereist dat in bijlage van elke aangifte waarin het recht op aftrek wordt uitgeoefend een samenvattende opgave van de betreffende facturen opgesteld op naam van de overdrager, wordt gevoegd.

In het door het geacht lid bedoelde geval kan, gelet op hetgeen voorafgaat, de nieuwe juridische entiteit die uit de fusie is ontstaan, het recht op aftrek uitoefenen op basis van de facturen die opgesteld zijn op naam van de vorige juridische entiteit en voorzien van het BTW-identificatienummer van die juridische entiteit, voor zover uiteraard deze facturen betrekking hebben op handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is geworden vσσr het tijdstip waarop de overdracht uitwerking heeft.

Indien daarentegen een dergelijke factuur betrekking heeft op handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is geworden nadat de overdracht haar uitwerking heeft, kan zij niet als basis dienen om het recht op aftrek uit te oefenen in hoofde van de nieuwe juridische entiteit. In dat geval komt het aan deze laatste toe om de leverancier uit te nodigen een creditnota op te maken en een nieuwe factuur uit te reiken met vermelding van haar naam en haar BTW-identificatienummer.

Aangehaalde teksten

3
KB nr. 3 art. 32 voorkomens
KB nr. 1 art. 51 voorkomen
WBTW art. 111 voorkomen