Toepassing van de BTW. Bouwmaterialen aangekocht einde 1970 · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

120 20 juli 1972

Zoeken

Toepassing van de BTW. Bouwmaterialen aangekocht einde 1970

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/120-toepassing-btw-bouwmaterialen-aangekocht-einde-ac2d

Nummer
120
Datum
20 juli 1972

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Toepassing van de BTW - Bouwmaterialen aangekocht einde 1970

VRAAG

In landelijke gewesten komt het vrij veel voor dat gezinnen bij de oprichting van een woning een deel van de werken zelf verrichten. Ook gebeurt het dat de bouwheer zelf materialen aankoopt en die achteraf laat verwerken door de aannemer.

Overeenkomstig het taxatiestelsel, in voege voor de invoering van de belasting over de toegevoegd- waarde, was een taks van 8 pct. verschuldigd aan de Staatskas op de bouwmaterialen die door de opdrachtgever voor "eigen gebruik" werden aangekocht, maar die door een aannemer werden verwerkt. Overigens was dezelfde taks, verhoogd met een boete, verschuldigd op het verschil tussen de door de administratie vastgestelde bouwwaarde en de som van de voorgelegde facturen. Onder het BTW stelsel wordt dit 14 pct.

Mij zijn verschillende gevallen gekend waarbij personen einde 1970 bouwmaterialen aankochten, waarop zij een taks van 7 of 14 pct. hebben gekweten, maar die door de aannemer pas in 1971 werden verwerkt. Uiteraard is op de aannemingsfacturen de BTW verschuldigd van 14 pct.

Dienen de bouwers in deze gevallen op de materialen waarvoor zij in 1970 reeds een taks van 7 tot 14 pct. betaalden, nog een BTW-toeslag te storten?

Zo ja, voor welk procent?

ANTWOORD

Wanneer het bewijs wordt geleverd dat een opdrachtgever van een werk in onroerende staat zelf de bouwmaterialen heeft gekocht die door de aannemer zijn verwerkt, wordt voor het bepalen van de normale waarde van het werk geen rekening gehouden met de waarde van die materialen (verg. vraag nr. 143 van Senator Jorissen d.d. 10 juni 1970, bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, 1969-1970, nr. 38, blz. 1682). Over de waarde van die materialen is bijgevolg de BTW tegen 14 pct. met betrekking tot werk in onroerende staat niet verschuldigd, zonder onderscheid of die materialen werden gekocht onder het stelsel van de met het zegel gelijkgestelde taksen (voor 1 januari 1971) dan wel onder het thans vigerende stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde.