Verhuur machines. Onroerend · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1189 5 maart 2001

Zoeken

Verhuur machines. Onroerend

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1189-verhuur-machines-onroerend-clippele-296f

Nummer
1189
Datum
5 maart 2001

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-40, blz. 2020-2021

Verhuur machines - Onroerend

VRAAG

Is de verhuur van permanent bevestigde uitrustingen en machines onderworpen aan BTW?

Kunnen dergelijke permanent bevestigde uitrustingen en machines verhuurd worden met toepassing van BTW, zelfs buiten de voorwaarden die beschreven staan in het koninklijk besluit nr. 30 van het BTW-Wetboek, wanneer zij beschouwd worden als een gebouw?

Is de verkoop van dergelijke machines na meer dan drie jaar onderworpen aan BTW?

ANTWOORD

Zoals ik het verduidelijk in het antwoord dat ik verschaf op vraag nr. 1190 van 5 maart 2001 van het geachte lid, worden de machines en uitrustingen die blijvend verbonden zijn nooit om die reden onroerend uit hun aard en kunnen niet beschouwd worden als gebouwen of gedeelten van gebouwen, behoudens in zeer uitzonderlijke omstandigheden. Hun onroerendmaking door bestemming brengt geen enkel bijzonder gevolg met zich mee op het stuk van de toepassing van de BTW. Op dat vlak volgen kwestieuze machines en uitrustingen hetzelfde regime als de lichamelijk roerende goederen.

De verhuur van machines en uitrustingen die blijvend verbonden zijn, alsook overigens hun latere verkoop, betreft bijgevolg een handeling die onderworpen is aan de belasting wanneer ze plaatsvindt onder de voorwaarden van artikel 2 van het BTW-Wetboek. Anderzijds blijft het koninklijk besluit nr. 30 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde op de onroerende financieringshuur in iedere veronderstelling totaal vreemd aan de situatie, want het heeft slechts betrekking op gebouwde onroerende goederen.

Ik moet er trouwens op wijzen dat, logischerwijze, de verhuur van machines en uitrustingen die blijvend verbonden zijn moeilijk te bevatten is indien de huurder noch beschikt over een recht op toegang tot het gebouw waarin de machines en uitrustingen zich bevinden noch over een huurovereenkomst met betrekking tot dat gebouw. Het geachte lid zal evenwel begrijpen dat ik hier niet alle gevolgen op het stuk van de BTW kan overwegen van een toestand die hij trouwens niet verder specifieert. Ik nodig het geachte lid, waarvan ik vermoed dat hij een concrete situatie beoogt, uit mij alle elementen in rechte en in feite mede te delen, gelet op het feit dat zijn vraag de derde betreft in een reeks met betrekking tot het BTW-regime op het stuk van machines en uitrustingen die blijvend verbonden zijn. Thans benadruk ik evenwel dat de toepassing van de BTW op de verhuur van machines en uitrustingen in casu, geen aanleiding is om een recht op aftrek met betrekking tot het gebouw zelf in hoofde van de verhuurder te doen ontstaan

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 21 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … bepalingen, BS, 31.12.2013). Rekening houdend met deze uitzondering op de btw-vrijstelling, is de terbeschikkingstelling van dergelijk materieel aan de btw onderworpen. Dit standpunt werd reeds opgenomen in antwoorden op parlementaire vragen (zie de schriftelijke parlementaire vragen nrs. 1.189 en 1.190 van de heer Senator Olivier de Clippele van 05.03.2001). Worden, bijvoorbeeld, beoogd de kranen met een omvangrijk gewicht, die bestemd zijn om op een bepaalde plaats te blijven - en op sporen rusten die zelf in of aan de kade vastzitten – en een … »

Diensten (01.09.2022)Administratieve commentaar19.09.2022

Bekijk het document