Spontane aangifte. Forfaitaire grondslagen hoger dan die in BTW-aangifte. Forfaitaire regeling. Ontvangstendagboek. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

111 14 juli 1972

Zoeken

Spontane aangifte. Forfaitaire grondslagen hoger dan die in BTW-aangifte. Forfaitaire regeling. Ontvangstendagboek.Spontane aangifte. Forfaitaire grondslagen hoger dan die in BTW-aangifte. Forfaitaire regeling. Ontvangstendagboek. Omzet. Bewijs. Vermoeden

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/111-spontane-aangifte-forfaitaire-grondslagen-hoger-3448

Nummer
111
Datum
14 juli 1972

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1971-1972 blz. 1030

Spontane aangifte - Forfaitaire grondslagen hoger dan die in BTW-aangifte - Forfaitaire regeling - Ontvangstendagboek - Omzet - Bewijs - Vermoeden

VRAAG

Aansluitend bij mijn vraag nr. 63 d.d. 10 april 1972 (1) had ik graag van de geachte Minister vernomen welke de toestand is van de belastingplichtigen waarvan de bedrijfsinkomsten op forfaitaire grondslagen worden vastgesteld en die bij de berekening hiervan tot de bevinding komen dat hun ontvangsten hoger liggen dan die welke aangegeven werden op hun BTW-aangiften.

ANTWOORD

Moeten deze belastingsplichtigen uit eigen beweging hun toestand bij de BTW-administratie regulariseren ?

Mag er aangenomen worden dat bij dit soort spontane aangiften geen boeten zullen worden aangepast ?

Antwoord: Ik veronderstel dat het geachte Lid het geval bedoelt van belastingplichtigen die voor de toepassing van de BTW niet aan de forfaitaire regeling zijn onderworpen, hetzij omdat geen enkele forfaitaire regeling werd vastgesteld in hun bedrijfssector, hetzij omdat zij voor de toepassing van de BTW voor de normale regeling geopteerd hebben.

De omstandigheden dat, voor de heffing van de inkomstenbelastingen, de ontvangsten van de betrokkenen vastgesteld zijn volgens forfaitaire grondslagen van aanslag, laat veronderstellen dat zij geen bewijskrachtige gegevens kunnen voorleggen die hun omzet juist bepalen (zie art. 248 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen). In dit verband moet daarenboven worden aangestipt dat, volgens een vaste rechtspraak, het inschrijven iedere dag. in een boek van ontvangsten, van het totaal bedrag van de ontvangsten die voortkomen van handelingen met particulieren zonder uitreiking van facturen, geen volledig bewijs is van het bedrag van deze handelingen.

De forfaitaire aanslag is een bijzondere modaliteit van het bewijs door vermoedens die de administratie krachtens artikel 246 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen kan toepassen.

Derhalve kan de administratie, inzake BTW, de forfaitaire aanslag die vastgesteld is op het stuk van de inkomstenbelastingen als een bewijs door vermoedens inroepen om de belasting te eisen op het verschil tussen het bedrag van de ontvangsten dat voortspruit uit de bedoelde forfaitaire aanslag en het bedrag van de ontvangsten die voor de BTW werden aangegeven (zie art. 59, § 1, van het BTW-wetboek).

Indien bijgevolg de belastingplichtige bij het opstellen van zijn aangifte voor de inkomstenbelastingen vaststelt dat zijn forfaitaire omzet groter is dan het bedrag van de voor de toepassing van de BTW aangegeven ontvangsten, moet hij de nodige verbetering aanbrengen door gebruik te maken van de rubriek " Herzieningen " van zijn eerstvolgende BTW-aangifte.

Het is niet mogelijk op een algemene wijze aan te nemen dat in geval van herziening geen boete zal behouden worden, aangezien het verschil tussen het forfaitair bedrag en het bedrag, waarover de BTW werd betaald, belangrijk kan zijn.

(1) Z. Revue nr.8, blz. 402 e.v., nr. 10, zie art. 64, § 1, BTW-Wetboek.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 591 voorkomen
WBTW art. 641 voorkomen