Maatstaf van heffing. Accijnzen en douanerechten. Tabaksfabrikaten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1100 20 mei 1994

Zoeken

Maatstaf van heffing. Accijnzen en douanerechten. TabaksfabrikatenMaatstaf van heffing. Accijnzen en douanerechten. Tabaksfabrikaten.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1100-maatstaf-heffing-accijnzen-douanerechten-tabaksfabrikaten-704c

Nummer
1100
Datum
20 mei 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 114, blz. 11.992-11.994

Maatstaf van heffing - Accijnzen en douanerechten - Tabaksfabrikaten.

VRAAG

Artikel 58, § 1, lid 1, van het BTW-Wetboek stelt dat de belasting op tabaksfabrikaten wordt berekend "op de prijs vermeld op het fiscaal bandje, die de verplichte verkoopprijs aan de verbruiker moet zijn". Aangezien die prijs de evenredig geheven accijns behelst, die berekend is over de maximumkleinhandelsverkoopprijs, met inbegrip van de douanerechten (z. art. 4, lid 1, van de richtlijn van 19 december 1972 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de belasting op het verbruik van tabaksfabrikaten), beschouwt de fiscus die accijns en douanerechten indirect als toegevoegde waarde.

Volgens doktor H.G. Krijnen (Strategie en management, Wolters- Noordhoff, Groningen, 1986, blz. 73) wordt onder toegevoegde waarde verstaan "de omzet per periode, verminderd met de waarden van de goederen en diensten die in die periode worden geleverd door andere organisaties". Volgens Theodore Levin omvat het begrip toegevoegde waarde het verkopen van een verrijkt produkt aan de koper (z. Michael Porter, Concurrentiestrategie, Veen, Amsterdam, 1993, blz. 123). Vermits accijns zeker niet de intrinsieke waarde van de tabaksprodukten verhoogt, betekent de BTW op accijns een additioneel inkomen voor de staat waarbij de consument wordt opgelicht. Of als Tiberghien dat in zijn Handboek voor fiscaal recht (1993, blz. 637) stelt : "Ondanks haar benaming wordt die belasting niet berekend op een toegevoegde waarde maar wel op de volledige prijs of waarde van het goed". Prof. dokter I. Claeys Bouuaert stelt dat "de Europese BTW aldus geconstrueerd is op een petitio principii" (in "Liber Amiconum Tiberghien", Samsom, Brussel, 1984, blz. 76) vermits die op de verbruiksprijs wordt berekend.

1. Wat is de toegevoegde waarde van geheven accijnzen en douanerechten ?

2. Bestaat er een kans dat de wetgeving wordt aangepast om de BTW op een meer reële basis te heffen zoals bijvoorbeeld de nettoproduktwaarde zonder de accijns en de douanerechten ?

ANTWOORD

Er weze het geacht Lid vooreerst opgemerkt dat sinds 1 januari 1993 de tekst van artikel 58, § 1, van het BTW-Wetboek als volgt luidt : "Ten aanzien van de in België ingevoerde, in de zin van artikel 25ter verworven of geproduceerde tabaksfabrikaten, wordt de belasting geheven telkens wanneer voor die fabrikaten, overeenkomstig de wets- of verordeningsbepalingen ter zake, accijns moet worden voldaan. De belasting wordt berekend op de prijs vermeld op het fiscale bandje of, indien geen prijs is bepaald, over de maatstaf van heffing van de accijns.

Tabakssurrogaten zijn met tabaksfabrikaten gelijkgesteld, telkens wanneer die gelijkstelling bestaat voor de heffing van de accijns.

De aldus geheven belasting is de belasting verschuldigd ter zake van de invoer, de intracommunautaire verwerving en de levering van tabaksfabrikaten.

De Koning regelt de heffing van de belasting ter zake van tabaksfabrikaten en bepaalt wie tot de voldoening ervan gehouden is".

In de nieuwe tekst werd het zinsdeel "die de verplichte verkoopprijs aan de verbruiker moet zijn" opgeheven aangezien het economisch begrip betrof dat moeilijk te verenigen was met de geest van vrije concurrentie in de Europese interne markt.

Overeenkomstig artikel 26 van het BTW-Wetboek wordt voor de leveringen van goederen de belasting berekend over alles wat de leverancier van het goed als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden.

Op grond van artikel 26, derde lid, van het BTW-Wetboek moeten de belastingen, rechten en heffingen eveneens in de maatstaf van heffing worden opgenomen.

Gelet op die wettelijke bepalingen behoren de accijnzen en douanerechten eveneens tot de maatstaf van heffing waarover de BTW wordt berekend. De belasting over de toegevoegde waarde zelf wordt echter uitdrukkelijk uitgesloten van de maatstaf van heffing overeenkomstig artikel 28, 6°, van het BTW-Wetboek.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 262 voorkomens
WBTW art. 582 voorkomens
WBTW art. 281 voorkomen