VRAAG
De diensten en levering van goederen diedaarmee nauw samenhangen die door een vereniging zonderwinstoogmerk aan bezoekers worden verstrekt met betrekking tot alof niet geleid bezoek aan musea, dierentuinen en plantentuinen, ...zijn vrijgesteld van de BTW in zoverre de ontvangsten uit devrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruikt worden tot dekkingvan de kosten ervan.
In heel wat van deze instellingen kan nahet bezoek ook een drankje in het cafetaria of eenstreekspecialiteit worden genuttigd.
1. Is deze versnapering, een bijkomstigheidbij de hoofdhandeling, namelijk het bezoek, van de BTW vrijgesteldovereenkomstig artikel 44, § 2, 12° BTW-Wetboek?
2.
a) Dient bij de beoordeling van deze vraag eenonderscheid te worden gemaakt wanneer het drankje ofstreekspecialiteit volgt na een al of niet geleid bezoek?
b) Dient een individueel bezoek anders beoordeeld te wordendan een groepsbezoek?
ANTWOORD
(21.02.2003)
Artikel 44, § 2, 7° van het BTW-Wetboekstelt vrij de diensten en de leveringen van goederen die daarmeenauw samenhangen die door de exploitant aan de bezoekers wordenverstrekt met betrekking tot het al of niet geleid bezoek aanmusea, monumenten, natuurmonumenten, plantentuinen en dierentuinen,wanneer die exploitant een instelling is die geen winstoogmerkheeft en hij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamhedengebruikt tot dekking van de kosten ervan.
Het verschaffen van spijzen en dranken voorhet verbruik ter plaatse is een dienst bedoeld in artikel 18, § 1,tweede lid, 11° van voormeld wetboek, die aan de belasting isonderworpen in hoofde van diegene die deze geregeld en zelfstandig,onder bezwarende titel in België verricht.
Na een nieuw onderzoek van de problematiekheeft de administratie evenwel beslist dat wanneer in een museum,monument, natuurmonument, dierentuin of plantentuin, die devrijstelling van artikel 44, § 2, 7°, van voormeld Wetboek geniet,door de exploitant van deze instelling zelf een cafetaria wordtgeëxploiteerd, deze dienst als een dienst met betrekking tot hetbezoek dient te worden beschouwd, die eveneens de vrijstelling vanvoormeld artikel geniet, voor zover de volgende voorwaarden samenvervuld zijn:
- de cafetaria is slechts toegankelijk voorpersonen die de instelling effectief bezoeken (al dan niet geleidebezoeken, individuele of groepsbezoeken), wat impliceert dat ergeen directe toegang bestaat van buiten de instelling (museum,enz.) naar het cafetarialokaal en dat dit lokaal uitsluitendgedurende de openingsuren van de instelling toegankelijk is;
- de exploitant geen andere belastbare werkzaamheden uitoefenten bovendien geen maaltijden verschaft andere dan lichte maaltijdenzoals bedoeld in punt 18 van de aanschrijving nr. 10 van 13 april1994;
- de ontvangsten van de cafetaria geen concurrentieverstoringveroorzaken en dus betrekkelijk gering blijven in vergelijking metde gezamenlijke vrijgestelde ontvangsten. Dienaangaande kan menstellen dat in de praktijk aan deze voorwaarde voldaan is wanneerde ontvangsten van de cafetaria het bedrag van 5 580 euro, voorziendoor artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 19 van 29 december1992 inzake vrijstellingsregeling bepaald door artikel 56, § 2, vanhet BTW-Wetboek, niet overschrijden of, als dit bedrag tochoverschreden is, wanneer deze ontvangsten hoogstens 10 % van deglobale (vrijgestelde) ontvangsten van de exploitantbereiken.
Wanneer één of meerdere hiervoor bedoeldevoorwaarden niet vervuld zijn, dan zijn de ontvangsten van decafetaria voor het geheel aan de BTW onderworpen, behoudens in hetgeval dat de exploitant zich kan beroepen op de hiervoor bedoeldevrijstellingsregeling. Gelet op het voortdurend karakter van dezewerkzaamheid kan terzake de vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°,van voormeld wetboek, dat occasionele werkzaamheden zoalsliefdadigheidsfeesten, Vlaamse kermissen, enz., beoogt, evenmingenoten worden.
Indien de exploitatie van de cafetaria aaneen derde in concessie wordt gegeven, moet deze derde zijnhandelingen volgens de normale regels aan de BTW onderwerpen.
Ten slotte laat ik opmerken dat dehierboven uiteengezette criteria meer algemeen en eenvormig vantoepassing zijn in de verschillende mogelijke gevallen van artikel44, § 2, van het BTW-Wetboek, zowel onder 1°, 3°, 7° als 9°, vandeze bepaling.