Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 105, blz. 19297-19298
Vrijstelling voor uitvoerende artiesten
VRAAG
De recente beslissing nr. E.T.108.828 van 30 september 2005 annuleerde de standpunten van de administratie zoals bepaald in de nrs. 10 en 11 van de aanschrijving nr. 13/1997. Hierin werd bepaald dat de vrijstelling voor uitvoerende artistieke prestaties geleverd onder de vorm van een rechtspersoon niet onder de vrijstelling artikel 44, § 2, 8° BTW-Wetboek vielen en derhalve aan BTW onderhevig waren.
Door de recente beslissing worden ook rechtspersonen met ingang van 1 januari 2006 onderhevig aan deze vrijstelling voor uitvoerende artistieke prestaties.
1. De andere bepalingen, zoals opgenomen in voornoemde aanschrijving 13/1997, blijven echter van kracht, meer bepaald de definitie van een uitvoerend artiest en de definitie van de afnemer van de dienst.
Zo wordt bepaald dat de diensten verricht door een productieleider, kostuumontwerper, cameraman, filmmonteur, geluidstechnicus, impresariaat/theaterbureau en andere uitvoerende artistieke prestaties zijn.
De uitvoerende artiesten onder de vorm van een rechtspersoon doen een beroep op bovenvermelde diensten om hun prestaties zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Hun artistieke prestatie wordt ter plaatse mogelijk gemaakt door tussenkomst van een geluidstechnicus, een cameraman, een grimeur, een impresario, een productieleider.
Deze externe toeleveranciers factureren aan de artiest. De artiest factureert deze prestaties door naar zijn eigen artistieke prestaties.
Dienen deze toegeleverde prestaties doorgefactureerd te worden met 21 % BTW, aangezien deze prestaties door de BTW-aanschrijving nr. 13/1997 niet als artistieke prestaties aanzien worden en dus niet onder de vrijstelling van artikel 44, § 2, 8° BTW-Wetboek vallen ?
2. Vele uitvoerende artiesten hebben zich na publicatie van de aanschrijving nr. 13/1997 verplicht geweten BTW-plichtig te worden. Zij hebben zich hiernaar georganiseerd. Vele uitvoerende artiesten hebben in de periode sinds 1997 investeringen durven betalen omdat de BTW-recuperatie de investering financieel haalbaar maakte.
Zonder de keuze te hebben zullen uitvoerende artiesten als rechtspersoon nu verplicht worden om pro-rata BTW op deze investeringen te herzien en terug te storten. Met deze aanzienlijke meerkost hebben ze echter nooit rekening kunnen houden bij de berekening van hun gage als artiest.
Kan u toelichten of deze maatregel retroactief voor de uitvoerende artiesten zonder verdere zware financiële gevolgen zal blijven ?
ANTWOORD
(vice-eerste minister en minister van Financiën, 09.01.2006)
Ingevolge diverse besprekingen op mijn kabinet met vertegenwoordigers van de betrokken sector en van de BTW-administratie werd beslist de inwerkingtreding van het ministerieel standpunt zoals weergegeven in mijn antwoord op de parlementaire vraag nr. 865 van 29 juni 2005 van het geachte lid ( Vragen en Antwoorden, Kamer, 2004-2005, nr. 94, blz. 16773-16775) uit te stellen tot 1 juli 2006. De administratieve beslissing nr. E.T.108 828 van 30 september 2005 dient bijgevolg in die zin te worden aangepast.
Ik heb de administratie overigens de opdracht gegeven om de mogelijkheden te onderzoeken die op het stuk van de BTW voor alle betrokkenen in de sector een billijke behandeling zouden kunnen waarborgen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.