Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 142, blz. 18013-18015
Buitenlandse leverancier van diensten of goederen
VRAAG
Met de wet van 7 maart 2002, waarbij de richtlijn 200/65/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 oktober 2000 in Belgisch nationaal recht wordt omgezet, wordt onder meer artikel 51, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde gewijzigd. In dat artikel 51, § 2, wordt meer bepaald een 5° ingevoegd dat een geheel nieuwe, "uitgebreide" regeling voor uitstel van betaling inhoudt. Niet in België gevestigde BTW-plichtigen zijn krachtens die regeling geen BTW verschuldigd wanneer hun klant een BTW-plichtige is die gehouden is een gewone periodieke aangifte in te dienen, als de klant in België gevestigd is of voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is via een fiscaal vertegenwoordiger met een individueel nummer. Volgens die regeling mag een niet in België gevestigde, buitenlandse belastingplichtige (ongeacht of hij in een andere EU-lidstaat of buiten de EU gevestigd is, ook als hij op 1 januari 2002 in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerd was via een fiscaal vertegenwoordiger met een individueel identificatienummer, en ongeacht of hij in België een individuele of collectieve aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen) de BTW dus niet aan zijn medecontractant aanrekenen, althans wanneer de in België verrichte belastbare handeling niet onder de bepalingen valt van artikel 51, § 2, 1° en 2°, of de artikelen 39 tot 44bis van het BTW-Wetboek.
Aangezien de BTW door de klant-medecontractant in diens aangifte (vakje 56) aangegeven en geregeld wordt, is het voor een niet in België gevestigde leverancier van goederen of diensten logischerwijze onmogelijk om in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerd te zijn.
Als diezelfde, niet in België gevestigde leverancier van goederen of diensten nu op regelmatige wijze werken in onroerende staat verricht waarvoor een registratie als aannemer in België vereist is krachtens het koninklijk besluit van 26 december 1998 tot uitvoering van de artikelen 400, 401, 403, 404 en 406 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, moet hij in België voor BTW-doeleinden geïdentificeerd zijn om zich überhaupt als aannemer te kunnen laten registreren.
De paradox zit hem in het feit dat een buitenlandse leverancier van goederen of diensten een BTW-inschrijvingsnummer moet hebben om zich als aannemer te laten registreren, maar tegelijk in de onmogelijkheid verkeert om zich voor BTW-doeleinden te laten identificeren in het kader van de nieuwe regeling voor uitgestelde betaling.
1. Hoe pakt de administratie dit probleem in de praktijk aan?
2. Zal de Belgische wetgeving in dat kader worden gewijzigd, en in welke zin?
ANTWOORD
1 en 2. De door het geachte lid gestelde vraag geeft aanleiding tot de volgende verduidelijkingen.
In principe kan een niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande uitsluitend handelingen verricht waarvoor hij niet de schuldenaar is van de belasting (toepassing van artikel 51, § 2, 1°, 2° of 5°, van het BTW-Wetboek) niet voor de BTW worden geïdentificeerd in België bij toepassing van artikel 50, § 1, eerste lid, 3° van het BTW-Wetboek.
De administratie heeft evenwel, op basis van artikel 50, § 2, van het voormeld Wetboek, beslist om op uitdrukkelijke vraag van de belastingplichtige, een BTW-identificatienummer dat de letters BE bevat, toe te kennen in de volgende gevallen:
- wanneer de niet in België gevestigde belastingplichtige (al dan niet in de Gemeenschap gevestigd) in België regelmatig handelingen verricht beoogd in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 (werk in onroerende staat) en daarmee verlegging van heffing beoogd in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek van toepassing is. Deze maatregel heeft tot gevolg dat de niet in België gevestigde belastingplichtige een permanent nummer van geregistreerd aannemer kan bekomen overeenkomstig de artikelen 400 tot 408 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992. Wanneer, anderzijds, een niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige in dergelijke gevallen op basis van artikel 50, § 2, van het voormeld Wetboek zijn BTW-identificatie aanvraagt, dient hij in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen;
- wanneer de niet in België maar in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige in België regelmatig andere handelingen verricht dan deze beoogd in artikel 20, § 2, van het voormeld koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, waarvoor de in artikel 51, § 2, 5°, van het BTW-Wetboek beoogde verlegging van heffing van toepassing is, op voorwaarde dat het bedrag van de Belgische belasting dat hem door zijn leveranciers in rekening wordt gebracht en dat hij overeenkomstig de artikelen 45 tot 49 van het BTW-Wetboek in aftrek kan brengen op regelmatige wijze de drempel van 10 000 euro per jaar overschrijdt.
Deze beslissing wordt opgenomen in de aanschrijving met betrekking tot de regeling die van toepassing is op handelingen verricht door de niet in België gevestigde belastingplichtigen, die binnenkort zal worden gepubliceerd.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.