Obligation de déclaration, perception, opération, opération occasionnelle, bien d'investissement · Omzendbrieven

Naar de tekst
Juriel

6/1973 19 februari 1973

Zoeken

Obligation de déclaration, perception, opération, opération occasionnelle, bien d'investissement

https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1973-aanschrijving-obligation-declaration-perception-operation-29ad

Nummer
6/1973
Datum
19 februari 1973

Over het document

Verzameling
Omzendbrieven
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

38 paragrafen

AANSCHRIJVING 73/006

Aanschrijving nr. 6 dd. 19.02.1973

Verplichting

Periodieke aangifte

Aanschrijving 88/1970

Aanschrijving 120/1971

Aangifte

Aanschrijving 109/1970

Aanschrijving 84/1971

Heffing

Handeling

Toevallige handeling

Handeling gelijkgesteld met een dienst

Handeling gelijkgesteld met een levering

Bedrijfsmiddel

Fiscale zegel

Schipper

Recuperatiestof

Handelaar in recuperatiestof

Recuperatieproduct

Depothouder

Wasserij

Ververij

Stomerij

Stoppageinrichting

Ontheffing

Vrijstelling

Aangifte-verplichting

Belasting te voldoen door medecontractant

Medecontractant

Droogkuis

Bijzondere regeling

Plakzegel

Bij verschillende aanschrijvingen werden bepaalde categorieën van belastingplichtigen ontheven van de verplichting periodieke BTW-aangiften in te dienen. Dit is inzonderheid het geval voor de handelaars in recuperatiestoffen en -produkten (z. aanschr. 88/1970 (1) en 120/1971 (2)), de schippers die niet meer dan vijf boten exploiteren (z. aanschr. 109/1970 (3) en 84/1971 (4) en de depothouders van wasserijen, ververijen en stomerijen of van stoppageïnrichtingen (z. aanschr. 31 / 1971 (5) en 45/1971 (6)) .

(1) (Z. Revue nr. 1, blz. 64.) (2) (Z. Revue nr. 4, blz. 459.)) (3) (Z. Revue nr. 1, blz. 67.) (4) (Z. Revue nr. 3, blz. 373.) (5) (Z. Revue nr. 3, blz. 373.) (6) (Z. Revue nr. 3, blz. 375.))

De ontheffing van aangifte-verplichting gaat in die verschillende gevallen gepaard met het invoeren van een bijzondere regeling voor de normale handelingen van de belanghebbenden (ontheffing van betaling van de belasting of verlegging van de betaling ten laste van de medecontractant). De toevallige handelingen, en meer bepaald de leveringen van bedrijfsmiddelen alsmede de verrichtingen bedoeld bij de artikelen 12, § 1, 3, 4 en 5, en 19, 2, van het BTW-wetboek, blijven buiten die bijzondere regeling. Daaruit volgt dat de belasting die uit hoofde van genoemde handelingen door deze belastingplichtigen verschuldigd is door hen moet worden voldaan.

Bij gebrek aan periodieke aangifte, moet de belasting in deze gevallen voldaan worden door middel van fiscale zegels. Voor de handelingen waarvoor de uitreiking van een factuur verplicht is wordt het bovendeel van de zegels aangebracht op het origineel dat aan de medecontractant wordt uitgereikt, en het onderdeel op het dubbel dat door de belastingplichtige wordt bewaard : voor de andere handelingen worden de zegels in hun geheel aangebracht op het stuk dat door de betrokkene wordt opgemaakt om de handeling vast te stellen (z. ondermeer art. 6 van het kon. besl. nr. 1.) De gehele of gesplitste zegels moeten met duidelijke lettertekens door de opsteller van het stuk onbruikbaar worden gemaakt, hetzij door middel van een met onuitwisbare inkt geschreven vermelding die de datum van de onbruikbaarmaking en de handtekening van de persoon die ze uitvoert omvat, hetzij door middel van een naamstempel die, met vette inkt, benevens de datum, ook de familienaam, de benaming of de firmanaam van degene die de plakzegels onbruikbaar maakt, afdrukt.

De belasting moet eveneens worden voldaan door middel van gesplitste zegels wanneer de bovengenoemde belastingplichtigen goederen leveren, bedoeld bij artikel 2, 3, van het Wetboek.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 22 voorkomens
WBTW art. 121 voorkomen
WBTW art. 191 voorkomen
WBTW art. 31 voorkomen